Daarna rijden we naar Oslo. Na het middageten in een gezellig restaurant hebben we nog even de tijd om te wandelen in het stadscentrum. Op het plein Radhusplassen zie je veel beeldhouwwerken staan die Noorse geschiedenis, arbeid, mythologie en cultuur verbeelden. Het autovrije plein vormt een openluchtgalerij en is een belangrijk ontmoetingspunt in de stad. Na de bouw van het stadhuis (1931 - 1950) werd het plein heringericht als ceremoniële en culturele ruimte. Het meest opvallende standbeeld dat ik hier zie is dat van Peter Wessel Tordenskiold. Hij was een Deens-Noorse zeeheld uit de 18de eeuw, beroemd om zijn moed en strategisch inzicht tijdens de Grote Noordse Oorlog. Het standbeeld toont hem in volle actie. Hij staat in admiraalsuniform met sabel getrokken en zijn linkervoet rust op een kanon. Dit als teken van strijd en overwinning. Hij kijkt vastberaden vooruit, alsof hij een vijand inschat. Het beeld is levensgroot en straalt kracht en alertheid uit. Het is een krachtig eerbetoon aan zijn maritieme heldendom. Zijn naam leeft voort als symbool van Noorse moed, tactiek en zeevaarttraditie.
Daarna wandel ik
nog naar Kontraskjaeret. Dit is een cultureel parkgebied gelegen tussen
Akershus Festning en Radhusplassen. Ooit was het onderdeel van de militaire
verdedigingswerken en is het nu een open ruimte voor kunst, evenementen en
stadsleven. Het is een ontmoetingsplek voor inwoners en toeristen, met uitzicht
op fjord en stad. Vroeger stonden er hier dus kanonnen. Ik kan hier de
buitenste verdedigingswal nog zien die behoort tot de buitenwerken van Akershus
Festning. Het is het gebouw dat een beetje verder staat en het is een
middeleeuwse vesting en renaissancekasteel. Het diende door de eeuwen heen als
koninklijke residentie, militair fort, gevangenis en regeringszetel. Vandaag is
het een historisch monument en ceremoniële locatie. Ik kan hier in
Kontraskjaeret ook het monument zien van Franklin D. Roosevelt, in de helling
richting Radhusplassen. Het standbeeld van Franklin D. Roosevelt in
Kontraskjaeret staat daar als eerbetoon aan zijn rol als leider van de
geallieerden tijden de Tweede Wereldoorlog en als symbool van de nauwe banden
tussen Noorwegen en de Verenigde Staten. Het werd onthuld in 1950, vlak bij
Akershus Festning, waar de herinnering aan verzet en bevrijding sterk leeft.
Het monument symboliseert de dankbaarheid van Noorwegen voor de Amerikaanse
steun.
Daarna keren we
terug naar de bus. Met de bus rijden we eerst naar een locatie dicht bij
Akershus Festning. Vanaf hier zal een lokale gids met ons in de bus meerijden
en ons uitleg geven over de geschiedenis, de prachtige gebouwen en standbeelden
die we passeren tijdens een rondrit door de stad Oslo.
We rijden
vervolgens naar het Fram museum, dat gelegen is op het schiereiland Bygdoy. Op
een grasstrook aan het water, vlak bij de ingang van het Fram museum, kan ik
een gestapeld stenenbeeld zien. Het is een interpretatie van een inuksuk, een
traditioneel markeringssymbool van de Inuit. Het staat daar als eerbetoon aan
Arctische culturen en als visuele verbinding tussen Noorse poolreizen en
inheemse kennis van het hoge noorden. Een inuksuk is dus een stenen constructie
die door Inuit en andere Arctische volkeren wordt gebruikt als wegwijzer of
oriëntatiepunt in het poollandschap. Het kan ook dienen als herdenkingsplek of
het is een spiritueel symbool. De vorm lijkt hier op een menselijke figuur, wat
de betekenis “iemand was hier” of “je bent niet alleen” kan dragen. Door dit
inuksuk-achtig beeld hier te plaatsen, erkent het museum de kennis en
aanwezigheid van inheemse volkeren in de poolgebieden. Het verwijst ook naar de
spirituele dimensie van reizen en overleven in het ijs.
Het Fram museum
in Oslo is gewijd aan de Noorse poolreizen en vertelt het verhaal van de
dappere ontdekkingsreizigers die met het schip Fram de Arctische (Noordpool) en
Antarctische (Zuidpool) gebieden verkenden. Het museum draait om avontuur,
wetenschap, overleving en de grenzen van menselijke moed. Buiten op de
buitenwand van het museum kan ik grote kaarten zien hangen van de Noordpool en
van de Zuidpool. Hierop zijn de historische vaarroutes van Noorse poolreizigers
aangegeven, inclusief de namen en data van hun expedities. Ze tonen hoe de
Noorse ontdekkingsreizigers nieuwe routes verkenden, vaak onder extreme
omstandigheden. De kaarten zijn groot en grafisch helder. Je ziet hoe ver het
schip ging, hoe lang de reizen duurden en hoe de poolgebieden werden verkend.
Fram betekent
“vooruit” in het Noors. Het schip werd speciaal gebouwd in 1892 voor
poolreizen, met een ronde romp die bestand was tegen het kruiende ijs. Het werd
gebruikt door drie legendarische Noorse ontdekkingsreizigers: Fridtjof Nansen
(Arctische drift, 1893 - 1896); Otto Sverdrup (expeditie naar Canadese
Arctische eilanden, 1998 - 1902); Roald Amundsen (eerste succesvolle reis naar
de Zuidpool, 1910 - 1912).
Bij het
binnengaan in het museum kan je direct het schip zien. We gaan aan boord van
dit schip. Het museum heeft het dek van de Fram zo ingericht dat je niet alleen
kijkt, maar voelt wat het betekende om door het poolijs te varen. Zo zijn er op
het dek links en rechts van het schip grote schermen te zien en hierop zag je
bewegende scènes van poollandschappen. Zo zag je drijvende ijsblokken, poollicht
en soms een dreigende storm op zee. De beelden zijn levensecht, met subtiele
beweging en wisselend licht, alsof je zelf door het ijs vaart. Je hoort het
kraken van ijs, het gieren van wind en het bonken van golven tegen de romp.
Soms klinkt een storm, met donder en dreunende scheepsgeluiden. Het is
eigenlijk een auditieve echo van wat de bemanning toen meemaakte. De ruimte is
donker en koel, met blauwachtig licht dat het poolgevoel versterkt. Je staat
hier letterlijk op het originele houten dek met zicht op de masten, touwen,
kabels en zeilen. Je kan hier op het dek het roer zelfs aanraken. Je voelt je
klein en kwetsbaar, zoals de bemanning zich moet hebben gevoeld. Ik heb het
volste respect voor de mensen die dit avontuur aandurfden.
Het was ook
mogelijk om door de kajuiten te wandelen en de machinekamer te bekijken. Alles
is origineel bewaard en geeft een verrassend compleet beeld over het leven aan
boord in extreme kou tijdens de historische poolreizen. Ik zag hier een eetzaal
en gemeenschappelijke ruimte. Op deze centrale plek at, werkte en ontspande de
bemanning zich. Je kon hier ook de slaapplaatsen zien. Sommige zijn nog
ingericht met persoonlijke spullen zoals kleding, kaarten, dagboeken en foto’s.
Je ziet eigenlijk hoe intiem en sober het leven aan boord was. Ook was er een
keuken. In deze kleine ruimte zag je een kachel, potten en voorraadkasten. Hier
werd gekookt op een olie- of houtvuur, vaak onder extreme omstandigheden. Je
ziet ook proviandblikken, gedroogd vlees, vis en specerijen. Je kan hier in het
schip op een tafel de wetenschappelijke instrumenten zoals sextanten,
kompassen, thermometers en barometers zien liggen. Het werd gebruikt voor
meteorologische en geografische metingen. De sanitaire voorzieningen waren zeer
primitief. Het was een houten bak met een rond gat erin dat ik kon zien. Er was
geen stromend water. Alles gebeurde met gesmolten ijs. In de machinekamer zag
je de ruimte voor motor, gereedschap en reserveonderdelen. Je zag hier touwen,
zeilen, sleeën, harpoenen, sneeuwschoenen en ski’s liggen. De sleeën werden
gebruikt voor het transport van proviand, wetenschappelijke apparatuur en
tenten over het ijs. Er was hier ook een ruimte voor opslag van brandstof en
noodrantsoenen. In de werkruimte kon ik een werkbank zien staan met grote
handzagen, bijlen en hamers. De houtzagen en gereedschappen die je hier zag
werden gebruikt voor het zagen van ijsblokken, het bouwen van kampementen en
het repareren van het schip. Het werd ook gebruikt om hout te verwerken voor
het koken en verwarmen. Deze uitrusting was essentieel voor de poolreizen en
tonen hoe praktisch en voorbereid de bemanning moest zijn om te overleven en te
navigeren in het poollandschap. De ruimtes in het schip zijn hier donker,
houtgekleurd, compact en je voelt de beslotenheid. Vervolgens ga ik terug naar
het dek en verlaat dan het schip en wandel nog eens langs de romp van het schip.
Op het eerste
verdiep ga ik nog binnen in een ruimte waar de extreme kou van de poolbieden
wordt gesimuleerd, inclusief levensechte scènes met bevroren bemanningsleden in
hun kajuiten. Deze installatie is bedoeld om bezoekers te laten voelen hoe
vijandig en gevaarlijk het poolklimaat was voor de ontdekkingsreizigers. Je
loopt langs een reeks gereconstrueerde slaapvertrekken waarin levensechte
poppen liggen of zitten, bedekt met ijs en rijp. De figuren stellen
doodgevroren bemanningsleden voor. Het is eigenlijk een dramatische weergave
van de risico’s van poolreizen. De ruimte hier is merkbaar kouder dan de rest
van het museum. Er wordt gebruikgemaakt van koude luchtstromen, blauw licht en
geluidseffecten zoals wind en krakend ijs om de sfeer van een poolnacht op te
roepen. Het doel van deze installatie is om empathie en begrip op te wekken
voor de ontberingen van de bemanning. Het benadrukt dat poolreizen niet alleen
heldhaftig, maar ook levensgevaarlijk waren.
Vervolgens ga ik
via een grote ondergrondse gang naar een aparte vleugel in het museum. In deze gang
of overgangszone kon je verschillende foto’s zien met taferelen van de
poolreizen. Je ziet hier beelden en foto’s van varen door ijs, bemanningsleden
in actie, portretten van poolreizigers, dagboekfragmenten, gevaarlijke
situaties en confrontaties met ijsberen, zoals ook beelden van poollicht,
sneeuwstormen en zonlicht op ijsvlaktes. Ik kan hier ook een foto zien van een
vliegtuig dat geland is op het Arctische ijs, ergens ten Noorden van
Spitsbergen. Je ziet het toestel omringd door sneeuw en bemanningsleden. Er
staat hier ook een standbeeld van Roald Amundsen. Het is een bronzen sculptuur
van de beroemde Noorse poolreiziger, geplaatst als eerbetoon aan zijn
historische expedities naar zowel de Zuidpool als de Noordpool.
Ik kom aan in de
aparte vleugel van het museum en dit is gewijd aan de expedities van Roald
Amundsen, inclusief zijn luchtvaartpogingen over de Noordpool. Deze vleugel
heet de Gjoa hal en is geopend in 2013. Ze vormt een thematische uitbreiding
van het museum. Hier kan je het schip Gjoa zien en een replica van het
vliegtuig N25. Het is het originele schip met een open dek en kajuiten. Dit
schip is kleiner dan het schip Fram. De Gjoa was het eerste schip dat de
volledige Noordwestelijke Passage succesvol doorvoer in de periode 1903 - 1906.
Roald Amundsen leidde deze expeditie, die cruciaal was voor de cartografie en
meteorologie van het Arctisch gebied. In 1925 probeerde Amundsen met het
vliegtuig N25 de eerste vlucht over de Noordpool te maken. Door motorpech
moesten ze noodlanden op het ijs en wekenlang overleven. De ruimte is licht en
ruim, met veel blauw en wit om het poolgevoel te versterken. In deze ruimte kan
je panelen zien met dagboekfragmenten, kaarten en foto’s van de reis, zoals ook
de uitrusting van kompassen, sextanten en proviandkisten. Naast interactieve
schermen zie je ook vitrines met originele objecten.
Voor het schip kan
ik een opgezette muskusos zien. Dit is een Arctisch dier dat symbool staat voor
overleving in extreme kou. Het lijkt op een buffel door zijn massieve bouw,
dikke vacht en gebogen horens, maar is biologisch verwant aan geiten en
schapen. De muskusos staat voor kracht, uithoudingsvermogen en aanpassing aan
kou en dat is precies wat poolreizigers nodig hadden. Hij is daar geplaatst als
visuele verwijzing naar het leven in de poolgebieden waar de Gjoa opereerde.
Je kan hier ook
een film bekijken die een overzicht geeft van de belangrijkste poolreizen en
ontdekkingsreizigers. Je ziet beelden van schepen, poollandschappen, bemanning,
dieren en stormen. Het museum vertelt niet alleen over de ontdekkingen, maar
ook over het doorzettingsvermogen, technologie en de menselijke grenzen. Het is
een plek waar Noorse nationale trots en wereldgeschiedenis samenkomen.
Na dit
museumbezoek rijden we met de bus naar het Vigelandpark. Gelegen in het
Frognerpark in Oslo, is het Vigelandpark het grootste beeldenpark ter wereld
ontworpen door één kunstenaar: Gustav Vigeland (1869 - 1943). Het park bevat
meer dan 200 beelden in brons graniet en gietijzer, allemaal gemodelleerd op
ware grootte. De thema’s zijn menselijke relaties, emoties, levensfasen en de
cyclus van het bestaan. We wandelen met de groep het park binnen waar de sculptuur
“Wheel of Life” staat. Het is een ronde bronzen sculptuur van mannen, vrouwen
en kinderen die zich aan elkaar vasthouden in een kringvormige compositie. De
figuren vormen een wervelende krans, zonder begin of einde. Het is een visuele
metafoor voor de eeuwige kringloop van het leven. Het beeld staat voor
geboorte, groei, liefde, verlies, dood en wedergeboorte. Het is een
samenvatting van het hele park: een sculpturale meditatie op het mens zijn. De
cirkelvorm verwijst naar tijdloosheid, verbondenheid en continuïteit. Het is
hier geplaatst in 1949 en het staat op een sokkel.
We wandelen
verder naar het centrale plateau van het Vigelandpark, met een indrukwekkende
Monoliet als middelpunt en trappen geflankeerd door beelden van verstrengelde
mensen. Dit is het hart van het park, waar Gustav Vigeland zijn visie op de
menselijke levenscyclus het meest monumentaal vormgaf. De Monoliet is een 17
meter hoge granieten zuil, uit één stuk gehouwen. Het bestaat uit 121 figuren
die zich omhoog lijken te worstelen, klimmen en kruipen. Het is een spiraal van
lichamen. Het beeld werd tussen 1924 en 1943 uitgehouwen door drie
beeldhouwers, met Vigeland als ontwerper. Langs de trappen staan 36 granieten
figuren, elk op een sokkel. Ze tonen mensen in verstrengeling, rust, spel,
verdriet, liefde en ouderdom. Het is eigenlijk een visuele reis door het leven.
De figuren zijn naakt, universeel en tijdloos, zonder culturele of religieuze
attributen. Je ziet moeders met kinderen, geliefden, worstelende lichamen en
mediterende ouderen. Het plateau is symmetrisch en monumentaal, met brede
trappen die je langzaam naar de Monoliet leiden.
Als je verder
wandelt in het park kom je een imposante vierkante fontein tegen, één van de
meest expressieve en symbolische onderdelen van het park. Deze fontein vormt
het tweede grote plateau in de centrale as en is omringd door beelden die de
levenscyclus en de relatie tussen mens en natuur verbeelden. De fontein zelf is
een massieve vierkante structuur met een centrale kom waar water uit stroomt.
De kom wordt gedragen door zes krachtige mannenfiguren, die lijken te worstelen
onder het gewicht. Het is een metafoor voor de last en kracht van het leven.
Het water stroomt over hun hoofden en schouders, alsof het leven hun overspoelt
en tegelijk voedt. Er staan rondom de fontein 20 bronzen bomen, elk met
menselijke figuren erin verweven. Je ziet kinderen geboren worden uit takken,
volwassenen rusten in de kruinen en ouderen versmelten met de stam. De bomen
symboliseren de levensboom, waarin mens en natuur één zijn. De fontein staat op
een verhoogd plateau, omringd door een mozaïekvloer met geometrische patronen.
Het geheel is symmetrisch en monumentaal, maar tegelijk intiem door de
emotionele kracht van de beelden. Tussen de beelden en het groen zag ik een
pasgetrouwd koppel dat hun trouwfoto’s liet vastleggen.
Daarna wandel ik
over een brug, die een vijver overspant, waar de relingen van de brug versierd
zijn met 58 bronzen beelden die het menselijk leven in al zijn eenvoud,
speelsheid en kwetsbaarheid tonen. Het is een plek waar kunst en alledaagsheid
elkaar raken. De beelden elk op een sokkel zijn gelijkmatig verdeeld over beide
zijden van de brug. Je ziet beelden van kinderen die spelen, mannen en vrouwen
in beweging, moeder met een kind, worstelingen en verstrengelingen. Het zijn
geen helden, geen goden, maar alleen maar menselijke figuren. Een opmerkelijk
beeld toont een man die vecht met baby’s. Het is hier één van de meest
besproken en symbolisch geladen werken. De beelden zijn levensecht maar
gestileerd, zonder kleding of accessoires. Ze drukken emoties en relaties uit
via lichaamstaal, niet via gezichtsuitdrukking. Alles is in brons, wat een
gevoel van tijdloosheid en duurzaamheid geeft. De brug en het park is een plek
waar je kunt vertragen en genieten van de details die je ziet in de beelden.
Aan de
hoofdingang van het park en in een bloemenperk kan je het standbeeld van Gustav
Vigeland zien. Het is een ingetogen eerbetoon aan de kunstenaar die het hele
beeldenpark ontwierp.
Aan de bus nemen
we afscheid van de lokale gids hier in Oslo. Vervolgens rijden we met de bus
naar het hotel. Ik krijg hier weer een kleine kamer en stelde mij de vraag waar
ik mijn valies op de grond kan leggen om er toch niet over te struikelen en er
comfortabel iets uit te halen. Ik was al een studie begonnen om een tafelblad
vastgemaakt aan de muur los te vijzen om meer ruimte te krijgen in de kamer. En
dan was er wel nog een opgeklapte strijkplank met strijkijzer te vinden in de
kamer. Nu wordt het toch echt moeilijk om de strijkplank te plaatsen en te
beginnen strijken. En naar het balkon kan ik ook niet uitwijken, want er is
geen balkon in mijn hotelkamer. Het vinden van beschikbare ruimte in de kamer
leek wel een IKEA puzzel zonder handleiding. De hotelkamers in Noorwegen zijn
vaak kleiner dan wat je gewend bent in andere landen. Dit is deels cultureel,
deel praktisch, en zeker een typisch kenmerk van Noorse accommodatie. De Noorse
architectuur en interieurstijl zijn sterk beïnvloed door Scandinavisch
minimalisme en dit is eenvoud, efficiëntie en rust. De focus ligt op kwaliteit
van materialen, lichtinval en praktisch indeling, niet op grootte. Noorwegen
heeft ook strenge bouwvoorschriften en hoge kosten voor energie en isolatie.
Kleinere kamers zijn energie efficiënter en goedkoper om te verwarmen wat
belangrijk is in een land met lange winters. In de steden liggen veel hotels in
compacte historische gebouwen of moderne stadsblokken. De beschikbare ruimte is
daar beperkt, waardoor kamers ook vaak klein zijn. In het hotel gaan we ’s avonds
met de groep gaan eten en zullen we er genieten van het avondbuffet.
De volgende dag
vertrekken we met de bus naar het Munch museum. Dit museum is gewijd aan de
Noorse kunstenaar Edvard Munch (1863 - 1944), bekend van het iconische
schilderij “De Schreeuw”. Je vindt hier de grootste collectie van zijn werken.
Het museum is geopend in 2021 in een 13 verdiepen hoog gebouw aan het water,
naast het Operahuis. Het gebouw heeft een karakteristieke knik en biedt
uitzicht over Oslo. Hij begon al vroeg te tekenen en in de jaren 1880 met
schilderen in symbolische stijl. Ook werd hij later een pionier van het
expressionisme. Zijn werk draait om emoties, existentiële angst, liefde, dood
en eenzaamheid. Hij experimenteerde in zijn leven met schilderkunst, fotografie
en zelfs film. Munch liet zijn volledige collectie na aan de stad Oslo. Zijn
werk beïnvloedde ook andere kunstenaars.
Als je in het
museum rondwandelt merk je dat ziekte een terugkerend en diep persoonlijk thema
is in het werk van Edvard Munch. Zijn schilderijen tonen vaak zieke vrouwen,
sterfbedscènes, medische objecten en emotionele zorgmomenten. Als bron hiervan
waren er jeugdtrauma’s in zijn leven. Munch verloor zijn moeder aan tuberculose
toen hij vijf was en zijn zus Sophie stierf op 15 jarige leeftijd aan dezelfde
ziekte. Zijn vader was een streng religieuze arts, wat Munchs beleving van
ziekte, dood en schuld sterk beïnvloedde. Munch was ook vaak ziek en werd thuis
onderwezen. Hij schreef ooit: “Ziekte, waanzin en dood waren de engelen die
mijn wieg bewaakten”. Munch gebruikte ziekte niet alleen als autobiografisch
thema, maar ook als symbool voor angst, isolatie, liefde en sterfelijkheid.
Zijn werk is geen medische verslaglegging, maar een emotionele anatomie van het
menselijk bestaan.
Een belangrijk
werk rond ziekte dat mij opviel was “Het Zieke Kind” uit 1885 - 1886. Het toont
een meisje op bed, met een gebogen vrouw aan haar zijde. Dit meisje stelde zijn
zus Sophie voor. Munch schilderde dit motief meermaals, in verschillende
versies en technieken. Aan de muur kon ik verschillende detail tekeningen van
het hoofd van het zieke kind zien en dit in verschillende kleuren. Elke versie
verschilt in kleurgebruik, penseeluitvoering, compositie en emotionele toon.
Deze variaties tonen hoe Munch zijn verdriet herkauwde, telkens met een andere
emotionele lading, soms teder, soms rauw en soms afstandelijk. Het overlijden
van zijn zus Sophia was een levenslang trauma. Door het beeld te herhalen
probeerde hij herinnering, verlies en verwerking te vatten. Elke versie is een
emotionele echo, een poging om het onzegbare zichtbaar te maken.
Er zijn hier veel
schilderijen te zien in het museum. Een andere belangrijk werk is “De Dood in
de Ziekkamer” uit 1896. Het is een verstilde scène met familieleden rond een
sterfbed, elk in hun eigen emotionele bubbel. Je kan meerdere schilderijen
vinden waar het thema dood is in verwerkt. Zo ook kan je hier zelfportretten
van Munch zien. Het is een reflectie op zijn eigen sterfelijkheid, geschilderd
kort voor zijn dood. Zo zag ik een zelfportret waar hij de Spaanse griep had.
Munch zat in een rotan stoel, gehuld in een slabberjas en deken, voor een
onopgemaakt ziekbed. Zijn huid oogt gelig, zijn haar dun en zijn blik is direct
maar uitgeput. De schilderij toont niet alleen ziekte, maar ook een
existentiële confrontatie met de dood. Munch was zijn hele leven gefascineerd
door ziekte, dood en psychische kwetsbaarheid.
In het museum kan
je vitrines zien met medische objecten, medische handleidingen, medische
recepten en apotheekflessen uit zijn atelier, met etiketten uit de vroege 20ste
eeuw. Zo zag ik ook een inhalator die gebruikt werd door Munch tijdens zijn
herstel van de Spaanse griep in 1919. Hierbij lag in dezelfde vitrine ook de
zuurstoftank. Dit was een cilindervormig apparaat dat hij gebruikte bij
ademhalingsproblemen. Zo was er ook een röntgenfoto van zijn hand, die hij had
genomen na een schotwonde in 1902, die hij zelf had opgelopen tijdens een
ruzie. Zo was er ook een vitrine met operatiegereedschap zoals scalpels,
klemmen en injectiespuiten uit de tijd van Munch. Je kan ook anatomische
tekeningen en handleidingen vinden, die vergelijkbaar zijn met de visuele stijl
van zijn grafisch werk. Ook kon ik in het museum ziekenhuis meubilair zien
zoals een nachtkastje, die de sfeer van zijn schilderijen oproepen.
Ik kwam hier ook
werken tegen van Edvard Munch met seksueel en erotisch geladen thema’s. Munch
was gefascineerd door de complexiteit van liefde verlangen, jaloezie en
lichamelijkheid. Hij verwerkte die intens in zijn kunst. Munch zag seksualiteit
als bron van extase en angst. Zijn werken tonen lichamelijkheid zonder
idealisering, vaak ongemakkelijk, confronterend en psychologisch. Hij verbond
liefde met ziekte, dood, jaloezie en existentiële eenzaamheid. Je kan hier ook
werken vinden over Munch zijn tumultueuze relaties en angsten voor intimiteit.
In een zaal kwam
ik een afgesloten donkere ruimte tegen en hier stonden veel mensen met hun
camera of smartphone klaar. Plots schoof de wand open zoals een theaterdoek en
de smartphones gingen omhoog. Eerst zag ik nog niets door het vele volk voor
mij, maar daar hing “De Schreeuw”. Ik
kon opschuiven dichter naar het werk toe en het meesterwerk bewonderen van
dichtbij. Na een tijdje schoof de wand terug dicht en verdween het schilderij.
De Schreeuw is
Edvard Munchs belangrijkste werk omdat het een universeel symbool is geworden
voor existentiële angst, innerlijke chaos en de kwetsbaarheid van het menselijk
bestaan. Het markeert een keerpunt in de kunstgeschiedenis en in Munchs eigen
ontwikkeling als expressionist. Het schilderij toont een figuur op een brug,
handen tegen het hoofd, mond wijd open. De figuur is gevangen in een moment van
paniek of innerlijke schreeuw. De achtergrond is een bloedrode lucht, met
golvende lijnen die de emotionele onrust versterken. Munch schreef zelf: “Ik
voelde een grote schreeuw door de natuur”. Munch kreeg een paniekaanval tijdens
een wandeling bij zonsondergang in Oslo. Hij voelde zich overweldigd door de
natuur en zijn eigen psyche. Dit moment vormde de basis voor zijn schilderij.
De Schreeuw brak met realisme en impressionisme door emotie centraal te
stellen.
Ik ben naar de
bovenste verdiepingen geweest en daar heb je tentoonstellingen van andere
hedendaagse kunstenaars. De zalen zijn licht en ruim. Zo was er een zaal met
sculpturen opgebouwd uit karton of geperste vezels, gestapeld als een
geologische formatie. De bovenkant is beschilderd met levendige, abstracte
kleuren alsof het een emotionele landkaart is. De werken die je hier ziet
vallen op door de tekeningen en kleurrijke patronen die op het oppervlak zijn
geplaatst, als miniatuurverhalen of fragmenten van een grotere psyche. Deze
werken lijken te verwijzen naar Munchs gelaagde innerlijke wereld van trauma,
herinnering en verbeelding. De opbouw doet denken aan hoe Munch zijn motieven
herhaalde en varieerde, telkens met een andere emotionele lading.
Ik kon hier ook
een wand zien vol met geknoopte linten met een tekst. Het zijn bezoekers die
hier linten knopen en wensen doen. In Munch museum krijgt dit een nieuwe
betekenis van collectieve hoop, herinnering en verbondenheid. Het sluit aan bij
Munchs thema’s van menselijke kwetsbaarheid en verlangen naar troost. Elke
knoop is een stem, een wens, een schreeuw in stilte.
Ook opvallend was
een gekleurde stoffenwand met een lichtinstallatie. De verlichting versterkt de
kleuren en creëert een dromerige en meditatieve sfeer. Het is een ruimte van
transformatie, waarin kleur en textuur emoties oproepen zonder woorden.
Ik kwam hier ook
speciale workshopruimtes tegen, waar kinderen kunnen tekenen, schilderen en
creatief aan de slag kunnen gaan, vaak geïnspireerd door Edvard Munchs
technieken en thema’s. Op de hoogste verdiepingen heb je een adembenemend
uitzicht over Oslo, het operahuis en het fjord. Op het water zie je het
drijvende glazen kunstwerk. Ik heb vanop de bovenste verdieping van het Munch
museum een spectaculair uitzicht op de Bjorvika wijk in Oslo. De gebouwen in de
wijk zijn iconen van moderne Noorse stadsontwikkeling, met sterke focus op
architectuur, waterbeleving en duurzaamheid.
Vervolgens ga ik
terug naar beneden en ga nog eens kijken buiten het museum gebouw. Hier kan ik
een indrukwekkend zwart standbeeld zien en dit is “The Mother” van een Britse
kunstenaar. Het is een monumentale sculptuur die kracht, kwetsbaarheid en
introspectie uitstraalt en vormt een opvallend contrast met het strakke
museumgebouw en de wilde bloemen eromheen. Het is ongeveer 9 meter hoog,
zittend en gebogen. Het is een monumentale aanwezigheid in het landschap. De
figuur zit op haar knieën, het hoofd gebogen en de handen om een abstract
object. Het gezicht is onduidelijke en vervormd, wat de emotionele intensiteit
versterkt. De kunstenaar beschrijft het werk als een ode aan moederschap, zorg
en bescherming, maar ook aan verlies, introspectie en de kracht van vrouwen.
Na dit bezoek
rijden we met de bus naar het Oslo stadhuis. Aan de buitenzijde van het Oslo
stadhuis kan ik links en rechts van de hoofdingang een reeks indrukwekkende
reliëfs en sculpturen zien die Noorse geschiedenis en arbeid verbeelden. Aan de
linkerzijde zie je reliëfs en sculpturen van vissers, boeren, smeden en
ambachtslieden dat een ode is aan de werkende klasse. De rechterzijde bevat
symbolische en mythologische figuren zoals Noorse goden en sagen. Ook zie je
symbolen van rechtvaardigheid, vrede en democratie, passend bij de
Nobelprijsfunctie van het gebouw. De kunstwerken zijn verwerkt in de gevel
zelf, niet als losse beelden. Deze kunstwerken zijn integraal onderdeel van het
gebouw en vormen een visuele inleiding tot wat je binnen zult ervaren. Binnen
kan je een indrukwekkend interieur zien. Je komt in een grote zaal die beroemd
is om haar monumentale muurschilderingen, die Noorse geschiedenis, democratie, arbeid,
vrede, rechtvaardigheid, cultuur en sociale idealen verbeelden. Het is een
visuele ode aan de Noorse samenleving. In deze zaal wordt elk jaar de
uitreiking gedaan van de Nobelprijs voor de Vrede op 10 december, de sterfdag
van Alfred Nobel.
Na dit bezoek
gaan we met de groep nog naar een restaurant voor het laatste middagmaal op
Noorse bodem. Daarna zullen we met de bus vertrekken naar de luchthaven. Ik
vond het een zeer mooie reis, met veel lof voor de adembenemende natuur, de
rust en de afwisseling van landschappen. Ook het bezoek aan de verschillende
Noorse steden heeft me kunnen bekoren. Ik heb genoten van cultuur en
museumbezoeken. Ook mooi meegenomen waren de warme temperaturen tijdens de
rondreis in het hoge Noorden. Op de bus richting luchthaven is het tijd om een
dankwoord te richten aan de buschauffeur Ari en de reisleidster Isabelle. Dank
aan de buschauffeur voor zijn veilige stuur, zijn hulp aan medereizigers en
zijn vriendelijke aanwezigheid. Dank aan de reisleidster voor het overbrengen
van kennis over Noorwegen, haar goede zorg voor de groep en haar glimlach. Ook
bedank ik de aanwezigheid van toffe gelijkgestemde mensen waarmee ik samen deze
rondreis heb gedaan en mij leuke momenten op deze reis hebben bezorgd. Deze
reis leeft verder in een herinnering, in beelden en in verhalen.
.jpg)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten