dinsdag 30 december 2025

Oslo


Daarna rijden we naar Oslo. Na het middageten in een gezellig restaurant hebben we nog even de tijd om te wandelen in het stadscentrum. Op het plein Radhusplassen zie je veel beeldhouwwerken staan die Noorse geschiedenis, arbeid, mythologie en cultuur verbeelden. Het autovrije plein vormt een openluchtgalerij en is een belangrijk ontmoetingspunt in de stad. Na de bouw van het stadhuis (1931 - 1950) werd het plein heringericht als ceremoniële en culturele ruimte. Het meest opvallende standbeeld dat ik hier zie is dat van Peter Wessel Tordenskiold. Hij was een Deens-Noorse zeeheld uit de 18de eeuw, beroemd om zijn moed en strategisch inzicht tijdens de Grote Noordse Oorlog. Het standbeeld toont hem in volle actie. Hij staat in admiraalsuniform met sabel getrokken en zijn linkervoet rust op een kanon. Dit als teken van strijd en overwinning. Hij kijkt vastberaden vooruit, alsof hij een vijand inschat. Het beeld is levensgroot en straalt kracht en alertheid uit. Het is een krachtig eerbetoon aan zijn maritieme heldendom. Zijn naam leeft voort als symbool van Noorse moed, tactiek en zeevaarttraditie.

Daarna wandel ik nog naar Kontraskjaeret. Dit is een cultureel parkgebied gelegen tussen Akershus Festning en Radhusplassen. Ooit was het onderdeel van de militaire verdedigingswerken en is het nu een open ruimte voor kunst, evenementen en stadsleven. Het is een ontmoetingsplek voor inwoners en toeristen, met uitzicht op fjord en stad. Vroeger stonden er hier dus kanonnen. Ik kan hier de buitenste verdedigingswal nog zien die behoort tot de buitenwerken van Akershus Festning. Het is het gebouw dat een beetje verder staat en het is een middeleeuwse vesting en renaissancekasteel. Het diende door de eeuwen heen als koninklijke residentie, militair fort, gevangenis en regeringszetel. Vandaag is het een historisch monument en ceremoniële locatie. Ik kan hier in Kontraskjaeret ook het monument zien van Franklin D. Roosevelt, in de helling richting Radhusplassen. Het standbeeld van Franklin D. Roosevelt in Kontraskjaeret staat daar als eerbetoon aan zijn rol als leider van de geallieerden tijden de Tweede Wereldoorlog en als symbool van de nauwe banden tussen Noorwegen en de Verenigde Staten. Het werd onthuld in 1950, vlak bij Akershus Festning, waar de herinnering aan verzet en bevrijding sterk leeft. Het monument symboliseert de dankbaarheid van Noorwegen voor de Amerikaanse steun.

Daarna keren we terug naar de bus. Met de bus rijden we eerst naar een locatie dicht bij Akershus Festning. Vanaf hier zal een lokale gids met ons in de bus meerijden en ons uitleg geven over de geschiedenis, de prachtige gebouwen en standbeelden die we passeren tijdens een rondrit door de stad Oslo.

We rijden vervolgens naar het Fram museum, dat gelegen is op het schiereiland Bygdoy. Op een grasstrook aan het water, vlak bij de ingang van het Fram museum, kan ik een gestapeld stenenbeeld zien. Het is een interpretatie van een inuksuk, een traditioneel markeringssymbool van de Inuit. Het staat daar als eerbetoon aan Arctische culturen en als visuele verbinding tussen Noorse poolreizen en inheemse kennis van het hoge noorden. Een inuksuk is dus een stenen constructie die door Inuit en andere Arctische volkeren wordt gebruikt als wegwijzer of oriëntatiepunt in het poollandschap. Het kan ook dienen als herdenkingsplek of het is een spiritueel symbool. De vorm lijkt hier op een menselijke figuur, wat de betekenis “iemand was hier” of “je bent niet alleen” kan dragen. Door dit inuksuk-achtig beeld hier te plaatsen, erkent het museum de kennis en aanwezigheid van inheemse volkeren in de poolgebieden. Het verwijst ook naar de spirituele dimensie van reizen en overleven in het ijs.

Het Fram museum in Oslo is gewijd aan de Noorse poolreizen en vertelt het verhaal van de dappere ontdekkingsreizigers die met het schip Fram de Arctische (Noordpool) en Antarctische (Zuidpool) gebieden verkenden. Het museum draait om avontuur, wetenschap, overleving en de grenzen van menselijke moed. Buiten op de buitenwand van het museum kan ik grote kaarten zien hangen van de Noordpool en van de Zuidpool. Hierop zijn de historische vaarroutes van Noorse poolreizigers aangegeven, inclusief de namen en data van hun expedities. Ze tonen hoe de Noorse ontdekkingsreizigers nieuwe routes verkenden, vaak onder extreme omstandigheden. De kaarten zijn groot en grafisch helder. Je ziet hoe ver het schip ging, hoe lang de reizen duurden en hoe de poolgebieden werden verkend.

Fram betekent “vooruit” in het Noors. Het schip werd speciaal gebouwd in 1892 voor poolreizen, met een ronde romp die bestand was tegen het kruiende ijs. Het werd gebruikt door drie legendarische Noorse ontdekkingsreizigers: Fridtjof Nansen (Arctische drift, 1893 - 1896); Otto Sverdrup (expeditie naar Canadese Arctische eilanden, 1998 - 1902); Roald Amundsen (eerste succesvolle reis naar de Zuidpool, 1910 - 1912).

Bij het binnengaan in het museum kan je direct het schip zien. We gaan aan boord van dit schip. Het museum heeft het dek van de Fram zo ingericht dat je niet alleen kijkt, maar voelt wat het betekende om door het poolijs te varen. Zo zijn er op het dek links en rechts van het schip grote schermen te zien en hierop zag je bewegende scènes van poollandschappen. Zo zag je drijvende ijsblokken, poollicht en soms een dreigende storm op zee. De beelden zijn levensecht, met subtiele beweging en wisselend licht, alsof je zelf door het ijs vaart. Je hoort het kraken van ijs, het gieren van wind en het bonken van golven tegen de romp. Soms klinkt een storm, met donder en dreunende scheepsgeluiden. Het is eigenlijk een auditieve echo van wat de bemanning toen meemaakte. De ruimte is donker en koel, met blauwachtig licht dat het poolgevoel versterkt. Je staat hier letterlijk op het originele houten dek met zicht op de masten, touwen, kabels en zeilen. Je kan hier op het dek het roer zelfs aanraken. Je voelt je klein en kwetsbaar, zoals de bemanning zich moet hebben gevoeld. Ik heb het volste respect voor de mensen die dit avontuur aandurfden.

Het was ook mogelijk om door de kajuiten te wandelen en de machinekamer te bekijken. Alles is origineel bewaard en geeft een verrassend compleet beeld over het leven aan boord in extreme kou tijdens de historische poolreizen. Ik zag hier een eetzaal en gemeenschappelijke ruimte. Op deze centrale plek at, werkte en ontspande de bemanning zich. Je kon hier ook de slaapplaatsen zien. Sommige zijn nog ingericht met persoonlijke spullen zoals kleding, kaarten, dagboeken en foto’s. Je ziet eigenlijk hoe intiem en sober het leven aan boord was. Ook was er een keuken. In deze kleine ruimte zag je een kachel, potten en voorraadkasten. Hier werd gekookt op een olie- of houtvuur, vaak onder extreme omstandigheden. Je ziet ook proviandblikken, gedroogd vlees, vis en specerijen. Je kan hier in het schip op een tafel de wetenschappelijke instrumenten zoals sextanten, kompassen, thermometers en barometers zien liggen. Het werd gebruikt voor meteorologische en geografische metingen. De sanitaire voorzieningen waren zeer primitief. Het was een houten bak met een rond gat erin dat ik kon zien. Er was geen stromend water. Alles gebeurde met gesmolten ijs. In de machinekamer zag je de ruimte voor motor, gereedschap en reserveonderdelen. Je zag hier touwen, zeilen, sleeën, harpoenen, sneeuwschoenen en ski’s liggen. De sleeën werden gebruikt voor het transport van proviand, wetenschappelijke apparatuur en tenten over het ijs. Er was hier ook een ruimte voor opslag van brandstof en noodrantsoenen. In de werkruimte kon ik een werkbank zien staan met grote handzagen, bijlen en hamers. De houtzagen en gereedschappen die je hier zag werden gebruikt voor het zagen van ijsblokken, het bouwen van kampementen en het repareren van het schip. Het werd ook gebruikt om hout te verwerken voor het koken en verwarmen. Deze uitrusting was essentieel voor de poolreizen en tonen hoe praktisch en voorbereid de bemanning moest zijn om te overleven en te navigeren in het poollandschap. De ruimtes in het schip zijn hier donker, houtgekleurd, compact en je voelt de beslotenheid. Vervolgens ga ik terug naar het dek en verlaat dan het schip en wandel nog eens langs de romp van het schip.

Op het eerste verdiep ga ik nog binnen in een ruimte waar de extreme kou van de poolbieden wordt gesimuleerd, inclusief levensechte scènes met bevroren bemanningsleden in hun kajuiten. Deze installatie is bedoeld om bezoekers te laten voelen hoe vijandig en gevaarlijk het poolklimaat was voor de ontdekkingsreizigers. Je loopt langs een reeks gereconstrueerde slaapvertrekken waarin levensechte poppen liggen of zitten, bedekt met ijs en rijp. De figuren stellen doodgevroren bemanningsleden voor. Het is eigenlijk een dramatische weergave van de risico’s van poolreizen. De ruimte hier is merkbaar kouder dan de rest van het museum. Er wordt gebruikgemaakt van koude luchtstromen, blauw licht en geluidseffecten zoals wind en krakend ijs om de sfeer van een poolnacht op te roepen. Het doel van deze installatie is om empathie en begrip op te wekken voor de ontberingen van de bemanning. Het benadrukt dat poolreizen niet alleen heldhaftig, maar ook levensgevaarlijk waren.

Vervolgens ga ik via een grote ondergrondse gang naar een aparte vleugel in het museum. In deze gang of overgangszone kon je verschillende foto’s zien met taferelen van de poolreizen. Je ziet hier beelden en foto’s van varen door ijs, bemanningsleden in actie, portretten van poolreizigers, dagboekfragmenten, gevaarlijke situaties en confrontaties met ijsberen, zoals ook beelden van poollicht, sneeuwstormen en zonlicht op ijsvlaktes. Ik kan hier ook een foto zien van een vliegtuig dat geland is op het Arctische ijs, ergens ten Noorden van Spitsbergen. Je ziet het toestel omringd door sneeuw en bemanningsleden. Er staat hier ook een standbeeld van Roald Amundsen. Het is een bronzen sculptuur van de beroemde Noorse poolreiziger, geplaatst als eerbetoon aan zijn historische expedities naar zowel de Zuidpool als de Noordpool.

Ik kom aan in de aparte vleugel van het museum en dit is gewijd aan de expedities van Roald Amundsen, inclusief zijn luchtvaartpogingen over de Noordpool. Deze vleugel heet de Gjoa hal en is geopend in 2013. Ze vormt een thematische uitbreiding van het museum. Hier kan je het schip Gjoa zien en een replica van het vliegtuig N25. Het is het originele schip met een open dek en kajuiten. Dit schip is kleiner dan het schip Fram. De Gjoa was het eerste schip dat de volledige Noordwestelijke Passage succesvol doorvoer in de periode 1903 - 1906. Roald Amundsen leidde deze expeditie, die cruciaal was voor de cartografie en meteorologie van het Arctisch gebied. In 1925 probeerde Amundsen met het vliegtuig N25 de eerste vlucht over de Noordpool te maken. Door motorpech moesten ze noodlanden op het ijs en wekenlang overleven. De ruimte is licht en ruim, met veel blauw en wit om het poolgevoel te versterken. In deze ruimte kan je panelen zien met dagboekfragmenten, kaarten en foto’s van de reis, zoals ook de uitrusting van kompassen, sextanten en proviandkisten. Naast interactieve schermen zie je ook vitrines met originele objecten.

Voor het schip kan ik een opgezette muskusos zien. Dit is een Arctisch dier dat symbool staat voor overleving in extreme kou. Het lijkt op een buffel door zijn massieve bouw, dikke vacht en gebogen horens, maar is biologisch verwant aan geiten en schapen. De muskusos staat voor kracht, uithoudingsvermogen en aanpassing aan kou en dat is precies wat poolreizigers nodig hadden. Hij is daar geplaatst als visuele verwijzing naar het leven in de poolgebieden waar de Gjoa opereerde.

Je kan hier ook een film bekijken die een overzicht geeft van de belangrijkste poolreizen en ontdekkingsreizigers. Je ziet beelden van schepen, poollandschappen, bemanning, dieren en stormen. Het museum vertelt niet alleen over de ontdekkingen, maar ook over het doorzettingsvermogen, technologie en de menselijke grenzen. Het is een plek waar Noorse nationale trots en wereldgeschiedenis samenkomen.

Na dit museumbezoek rijden we met de bus naar het Vigelandpark. Gelegen in het Frognerpark in Oslo, is het Vigelandpark het grootste beeldenpark ter wereld ontworpen door één kunstenaar: Gustav Vigeland (1869 - 1943). Het park bevat meer dan 200 beelden in brons graniet en gietijzer, allemaal gemodelleerd op ware grootte. De thema’s zijn menselijke relaties, emoties, levensfasen en de cyclus van het bestaan. We wandelen met de groep het park binnen waar de sculptuur “Wheel of Life” staat. Het is een ronde bronzen sculptuur van mannen, vrouwen en kinderen die zich aan elkaar vasthouden in een kringvormige compositie. De figuren vormen een wervelende krans, zonder begin of einde. Het is een visuele metafoor voor de eeuwige kringloop van het leven. Het beeld staat voor geboorte, groei, liefde, verlies, dood en wedergeboorte. Het is een samenvatting van het hele park: een sculpturale meditatie op het mens zijn. De cirkelvorm verwijst naar tijdloosheid, verbondenheid en continuïteit. Het is hier geplaatst in 1949 en het staat op een sokkel.

We wandelen verder naar het centrale plateau van het Vigelandpark, met een indrukwekkende Monoliet als middelpunt en trappen geflankeerd door beelden van verstrengelde mensen. Dit is het hart van het park, waar Gustav Vigeland zijn visie op de menselijke levenscyclus het meest monumentaal vormgaf. De Monoliet is een 17 meter hoge granieten zuil, uit één stuk gehouwen. Het bestaat uit 121 figuren die zich omhoog lijken te worstelen, klimmen en kruipen. Het is een spiraal van lichamen. Het beeld werd tussen 1924 en 1943 uitgehouwen door drie beeldhouwers, met Vigeland als ontwerper. Langs de trappen staan 36 granieten figuren, elk op een sokkel. Ze tonen mensen in verstrengeling, rust, spel, verdriet, liefde en ouderdom. Het is eigenlijk een visuele reis door het leven. De figuren zijn naakt, universeel en tijdloos, zonder culturele of religieuze attributen. Je ziet moeders met kinderen, geliefden, worstelende lichamen en mediterende ouderen. Het plateau is symmetrisch en monumentaal, met brede trappen die je langzaam naar de Monoliet leiden.

Als je verder wandelt in het park kom je een imposante vierkante fontein tegen, één van de meest expressieve en symbolische onderdelen van het park. Deze fontein vormt het tweede grote plateau in de centrale as en is omringd door beelden die de levenscyclus en de relatie tussen mens en natuur verbeelden. De fontein zelf is een massieve vierkante structuur met een centrale kom waar water uit stroomt. De kom wordt gedragen door zes krachtige mannenfiguren, die lijken te worstelen onder het gewicht. Het is een metafoor voor de last en kracht van het leven. Het water stroomt over hun hoofden en schouders, alsof het leven hun overspoelt en tegelijk voedt. Er staan rondom de fontein 20 bronzen bomen, elk met menselijke figuren erin verweven. Je ziet kinderen geboren worden uit takken, volwassenen rusten in de kruinen en ouderen versmelten met de stam. De bomen symboliseren de levensboom, waarin mens en natuur één zijn. De fontein staat op een verhoogd plateau, omringd door een mozaïekvloer met geometrische patronen. Het geheel is symmetrisch en monumentaal, maar tegelijk intiem door de emotionele kracht van de beelden. Tussen de beelden en het groen zag ik een pasgetrouwd koppel dat hun trouwfoto’s liet vastleggen.

Daarna wandel ik over een brug, die een vijver overspant, waar de relingen van de brug versierd zijn met 58 bronzen beelden die het menselijk leven in al zijn eenvoud, speelsheid en kwetsbaarheid tonen. Het is een plek waar kunst en alledaagsheid elkaar raken. De beelden elk op een sokkel zijn gelijkmatig verdeeld over beide zijden van de brug. Je ziet beelden van kinderen die spelen, mannen en vrouwen in beweging, moeder met een kind, worstelingen en verstrengelingen. Het zijn geen helden, geen goden, maar alleen maar menselijke figuren. Een opmerkelijk beeld toont een man die vecht met baby’s. Het is hier één van de meest besproken en symbolisch geladen werken. De beelden zijn levensecht maar gestileerd, zonder kleding of accessoires. Ze drukken emoties en relaties uit via lichaamstaal, niet via gezichtsuitdrukking. Alles is in brons, wat een gevoel van tijdloosheid en duurzaamheid geeft. De brug en het park is een plek waar je kunt vertragen en genieten van de details die je ziet in de beelden.

Aan de hoofdingang van het park en in een bloemenperk kan je het standbeeld van Gustav Vigeland zien. Het is een ingetogen eerbetoon aan de kunstenaar die het hele beeldenpark ontwierp.

Aan de bus nemen we afscheid van de lokale gids hier in Oslo. Vervolgens rijden we met de bus naar het hotel. Ik krijg hier weer een kleine kamer en stelde mij de vraag waar ik mijn valies op de grond kan leggen om er toch niet over te struikelen en er comfortabel iets uit te halen. Ik was al een studie begonnen om een tafelblad vastgemaakt aan de muur los te vijzen om meer ruimte te krijgen in de kamer. En dan was er wel nog een opgeklapte strijkplank met strijkijzer te vinden in de kamer. Nu wordt het toch echt moeilijk om de strijkplank te plaatsen en te beginnen strijken. En naar het balkon kan ik ook niet uitwijken, want er is geen balkon in mijn hotelkamer. Het vinden van beschikbare ruimte in de kamer leek wel een IKEA puzzel zonder handleiding. De hotelkamers in Noorwegen zijn vaak kleiner dan wat je gewend bent in andere landen. Dit is deels cultureel, deel praktisch, en zeker een typisch kenmerk van Noorse accommodatie. De Noorse architectuur en interieurstijl zijn sterk beïnvloed door Scandinavisch minimalisme en dit is eenvoud, efficiëntie en rust. De focus ligt op kwaliteit van materialen, lichtinval en praktisch indeling, niet op grootte. Noorwegen heeft ook strenge bouwvoorschriften en hoge kosten voor energie en isolatie. Kleinere kamers zijn energie efficiënter en goedkoper om te verwarmen wat belangrijk is in een land met lange winters. In de steden liggen veel hotels in compacte historische gebouwen of moderne stadsblokken. De beschikbare ruimte is daar beperkt, waardoor kamers ook vaak klein zijn. In het hotel gaan we ’s avonds met de groep gaan eten en zullen we er genieten van het avondbuffet.

De volgende dag vertrekken we met de bus naar het Munch museum. Dit museum is gewijd aan de Noorse kunstenaar Edvard Munch (1863 - 1944), bekend van het iconische schilderij “De Schreeuw”. Je vindt hier de grootste collectie van zijn werken. Het museum is geopend in 2021 in een 13 verdiepen hoog gebouw aan het water, naast het Operahuis. Het gebouw heeft een karakteristieke knik en biedt uitzicht over Oslo. Hij begon al vroeg te tekenen en in de jaren 1880 met schilderen in symbolische stijl. Ook werd hij later een pionier van het expressionisme. Zijn werk draait om emoties, existentiële angst, liefde, dood en eenzaamheid. Hij experimenteerde in zijn leven met schilderkunst, fotografie en zelfs film. Munch liet zijn volledige collectie na aan de stad Oslo. Zijn werk beïnvloedde ook andere kunstenaars.

Als je in het museum rondwandelt merk je dat ziekte een terugkerend en diep persoonlijk thema is in het werk van Edvard Munch. Zijn schilderijen tonen vaak zieke vrouwen, sterfbedscènes, medische objecten en emotionele zorgmomenten. Als bron hiervan waren er jeugdtrauma’s in zijn leven. Munch verloor zijn moeder aan tuberculose toen hij vijf was en zijn zus Sophie stierf op 15 jarige leeftijd aan dezelfde ziekte. Zijn vader was een streng religieuze arts, wat Munchs beleving van ziekte, dood en schuld sterk beïnvloedde. Munch was ook vaak ziek en werd thuis onderwezen. Hij schreef ooit: “Ziekte, waanzin en dood waren de engelen die mijn wieg bewaakten”. Munch gebruikte ziekte niet alleen als autobiografisch thema, maar ook als symbool voor angst, isolatie, liefde en sterfelijkheid. Zijn werk is geen medische verslaglegging, maar een emotionele anatomie van het menselijk bestaan.

Een belangrijk werk rond ziekte dat mij opviel was “Het Zieke Kind” uit 1885 - 1886. Het toont een meisje op bed, met een gebogen vrouw aan haar zijde. Dit meisje stelde zijn zus Sophie voor. Munch schilderde dit motief meermaals, in verschillende versies en technieken. Aan de muur kon ik verschillende detail tekeningen van het hoofd van het zieke kind zien en dit in verschillende kleuren. Elke versie verschilt in kleurgebruik, penseeluitvoering, compositie en emotionele toon. Deze variaties tonen hoe Munch zijn verdriet herkauwde, telkens met een andere emotionele lading, soms teder, soms rauw en soms afstandelijk. Het overlijden van zijn zus Sophia was een levenslang trauma. Door het beeld te herhalen probeerde hij herinnering, verlies en verwerking te vatten. Elke versie is een emotionele echo, een poging om het onzegbare zichtbaar te maken.

Er zijn hier veel schilderijen te zien in het museum. Een andere belangrijk werk is “De Dood in de Ziekkamer” uit 1896. Het is een verstilde scène met familieleden rond een sterfbed, elk in hun eigen emotionele bubbel. Je kan meerdere schilderijen vinden waar het thema dood is in verwerkt. Zo ook kan je hier zelfportretten van Munch zien. Het is een reflectie op zijn eigen sterfelijkheid, geschilderd kort voor zijn dood. Zo zag ik een zelfportret waar hij de Spaanse griep had. Munch zat in een rotan stoel, gehuld in een slabberjas en deken, voor een onopgemaakt ziekbed. Zijn huid oogt gelig, zijn haar dun en zijn blik is direct maar uitgeput. De schilderij toont niet alleen ziekte, maar ook een existentiële confrontatie met de dood. Munch was zijn hele leven gefascineerd door ziekte, dood en psychische kwetsbaarheid.

In het museum kan je vitrines zien met medische objecten, medische handleidingen, medische recepten en apotheekflessen uit zijn atelier, met etiketten uit de vroege 20ste eeuw. Zo zag ik ook een inhalator die gebruikt werd door Munch tijdens zijn herstel van de Spaanse griep in 1919. Hierbij lag in dezelfde vitrine ook de zuurstoftank. Dit was een cilindervormig apparaat dat hij gebruikte bij ademhalingsproblemen. Zo was er ook een röntgenfoto van zijn hand, die hij had genomen na een schotwonde in 1902, die hij zelf had opgelopen tijdens een ruzie. Zo was er ook een vitrine met operatiegereedschap zoals scalpels, klemmen en injectiespuiten uit de tijd van Munch. Je kan ook anatomische tekeningen en handleidingen vinden, die vergelijkbaar zijn met de visuele stijl van zijn grafisch werk. Ook kon ik in het museum ziekenhuis meubilair zien zoals een nachtkastje, die de sfeer van zijn schilderijen oproepen.

Ik kwam hier ook werken tegen van Edvard Munch met seksueel en erotisch geladen thema’s. Munch was gefascineerd door de complexiteit van liefde verlangen, jaloezie en lichamelijkheid. Hij verwerkte die intens in zijn kunst. Munch zag seksualiteit als bron van extase en angst. Zijn werken tonen lichamelijkheid zonder idealisering, vaak ongemakkelijk, confronterend en psychologisch. Hij verbond liefde met ziekte, dood, jaloezie en existentiële eenzaamheid. Je kan hier ook werken vinden over Munch zijn tumultueuze relaties en angsten voor intimiteit.

In een zaal kwam ik een afgesloten donkere ruimte tegen en hier stonden veel mensen met hun camera of smartphone klaar. Plots schoof de wand open zoals een theaterdoek en de smartphones gingen omhoog. Eerst zag ik nog niets door het vele volk voor mij, maar daar hing “De Schreeuw”.  Ik kon opschuiven dichter naar het werk toe en het meesterwerk bewonderen van dichtbij. Na een tijdje schoof de wand terug dicht en verdween het schilderij.

De Schreeuw is Edvard Munchs belangrijkste werk omdat het een universeel symbool is geworden voor existentiële angst, innerlijke chaos en de kwetsbaarheid van het menselijk bestaan. Het markeert een keerpunt in de kunstgeschiedenis en in Munchs eigen ontwikkeling als expressionist. Het schilderij toont een figuur op een brug, handen tegen het hoofd, mond wijd open. De figuur is gevangen in een moment van paniek of innerlijke schreeuw. De achtergrond is een bloedrode lucht, met golvende lijnen die de emotionele onrust versterken. Munch schreef zelf: “Ik voelde een grote schreeuw door de natuur”. Munch kreeg een paniekaanval tijdens een wandeling bij zonsondergang in Oslo. Hij voelde zich overweldigd door de natuur en zijn eigen psyche. Dit moment vormde de basis voor zijn schilderij. De Schreeuw brak met realisme en impressionisme door emotie centraal te stellen.

Ik ben naar de bovenste verdiepingen geweest en daar heb je tentoonstellingen van andere hedendaagse kunstenaars. De zalen zijn licht en ruim. Zo was er een zaal met sculpturen opgebouwd uit karton of geperste vezels, gestapeld als een geologische formatie. De bovenkant is beschilderd met levendige, abstracte kleuren alsof het een emotionele landkaart is. De werken die je hier ziet vallen op door de tekeningen en kleurrijke patronen die op het oppervlak zijn geplaatst, als miniatuurverhalen of fragmenten van een grotere psyche. Deze werken lijken te verwijzen naar Munchs gelaagde innerlijke wereld van trauma, herinnering en verbeelding. De opbouw doet denken aan hoe Munch zijn motieven herhaalde en varieerde, telkens met een andere emotionele lading.

Ik kon hier ook een wand zien vol met geknoopte linten met een tekst. Het zijn bezoekers die hier linten knopen en wensen doen. In Munch museum krijgt dit een nieuwe betekenis van collectieve hoop, herinnering en verbondenheid. Het sluit aan bij Munchs thema’s van menselijke kwetsbaarheid en verlangen naar troost. Elke knoop is een stem, een wens, een schreeuw in stilte.

Ook opvallend was een gekleurde stoffenwand met een lichtinstallatie. De verlichting versterkt de kleuren en creëert een dromerige en meditatieve sfeer. Het is een ruimte van transformatie, waarin kleur en textuur emoties oproepen zonder woorden.

Ik kwam hier ook speciale workshopruimtes tegen, waar kinderen kunnen tekenen, schilderen en creatief aan de slag kunnen gaan, vaak geïnspireerd door Edvard Munchs technieken en thema’s. Op de hoogste verdiepingen heb je een adembenemend uitzicht over Oslo, het operahuis en het fjord. Op het water zie je het drijvende glazen kunstwerk. Ik heb vanop de bovenste verdieping van het Munch museum een spectaculair uitzicht op de Bjorvika wijk in Oslo. De gebouwen in de wijk zijn iconen van moderne Noorse stadsontwikkeling, met sterke focus op architectuur, waterbeleving en duurzaamheid.

Vervolgens ga ik terug naar beneden en ga nog eens kijken buiten het museum gebouw. Hier kan ik een indrukwekkend zwart standbeeld zien en dit is “The Mother” van een Britse kunstenaar. Het is een monumentale sculptuur die kracht, kwetsbaarheid en introspectie uitstraalt en vormt een opvallend contrast met het strakke museumgebouw en de wilde bloemen eromheen. Het is ongeveer 9 meter hoog, zittend en gebogen. Het is een monumentale aanwezigheid in het landschap. De figuur zit op haar knieën, het hoofd gebogen en de handen om een abstract object. Het gezicht is onduidelijke en vervormd, wat de emotionele intensiteit versterkt. De kunstenaar beschrijft het werk als een ode aan moederschap, zorg en bescherming, maar ook aan verlies, introspectie en de kracht van vrouwen.

Na dit bezoek rijden we met de bus naar het Oslo stadhuis. Aan de buitenzijde van het Oslo stadhuis kan ik links en rechts van de hoofdingang een reeks indrukwekkende reliëfs en sculpturen zien die Noorse geschiedenis en arbeid verbeelden. Aan de linkerzijde zie je reliëfs en sculpturen van vissers, boeren, smeden en ambachtslieden dat een ode is aan de werkende klasse. De rechterzijde bevat symbolische en mythologische figuren zoals Noorse goden en sagen. Ook zie je symbolen van rechtvaardigheid, vrede en democratie, passend bij de Nobelprijsfunctie van het gebouw. De kunstwerken zijn verwerkt in de gevel zelf, niet als losse beelden. Deze kunstwerken zijn integraal onderdeel van het gebouw en vormen een visuele inleiding tot wat je binnen zult ervaren. Binnen kan je een indrukwekkend interieur zien. Je komt in een grote zaal die beroemd is om haar monumentale muurschilderingen, die Noorse geschiedenis, democratie, arbeid, vrede, rechtvaardigheid, cultuur en sociale idealen verbeelden. Het is een visuele ode aan de Noorse samenleving. In deze zaal wordt elk jaar de uitreiking gedaan van de Nobelprijs voor de Vrede op 10 december, de sterfdag van Alfred Nobel.

Na dit bezoek gaan we met de groep nog naar een restaurant voor het laatste middagmaal op Noorse bodem. Daarna zullen we met de bus vertrekken naar de luchthaven. Ik vond het een zeer mooie reis, met veel lof voor de adembenemende natuur, de rust en de afwisseling van landschappen. Ook het bezoek aan de verschillende Noorse steden heeft me kunnen bekoren. Ik heb genoten van cultuur en museumbezoeken. Ook mooi meegenomen waren de warme temperaturen tijdens de rondreis in het hoge Noorden. Op de bus richting luchthaven is het tijd om een dankwoord te richten aan de buschauffeur Ari en de reisleidster Isabelle. Dank aan de buschauffeur voor zijn veilige stuur, zijn hulp aan medereizigers en zijn vriendelijke aanwezigheid. Dank aan de reisleidster voor het overbrengen van kennis over Noorwegen, haar goede zorg voor de groep en haar glimlach. Ook bedank ik de aanwezigheid van toffe gelijkgestemde mensen waarmee ik samen deze rondreis heb gedaan en mij leuke momenten op deze reis hebben bezorgd. Deze reis leeft verder in een herinnering, in beelden en in verhalen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Oslo - Lillehammer

Noorwegen is een land waar je kan genieten van de adembenemende natuur met uitgestrekte bossen, indrukwekkende fjorden, watervallen, riviere...