De volgende dag verlaten we Alesund en vertrekken richting het wereldberoemde Geirangerfjord. We rijden langs het rustige Brusdalsvatnet meer en later door een bergachtig landschap. We bereiken het veerpunt Linge. Hier nemen we met de bus een overzetboot naar Eidsdal. De overtocht duurt slechts een paar minuten, maar biedt een prachtig uitzicht over het Norddalsfjord. Vanaf Eidsdal rijden we over een schilderachtige route die ons uiteindelijk naar Geiranger leidt. We rijden hier nu op de Adelaarsweg. Deze weg slingert zich steil omhoog met haarspeldbochten en biedt spectaculaire uitzichten over het fjordlandschap. We bereiken met de bus het beroemde uitzichtpunt Ornesvingen, waar je een panoramisch zicht hebt op het Geirangerfjord, de watervallen en het dorpje Geiranger diep beneden. Het uitzichtpunt is vernoemd naar de adelaars die hier vaak circuleren. Je kan hier ook een kleine waterval zien die langs de rotswand stroomt naast de rijweg. Het uitzichtpunt ligt op ongeveer 620 meter hoogte. Je ziet dat het Geirangerfjord zich diep tussen steile bergwanden slingert. We zien vanaf hier het smalste en meest gekromde deel van het Geirangerfjord, waar het water een elegante bocht maakt richting het dorp Geiranger. Je kan de boten zien varen door het Geirangerfjord en je beseft hoe gigantisch het landschap is, want de boten lijken piepklein. Het is een plek waar je even stil wordt van de grootsheid van de natuur.
Nadien dalen we
af naar het dorp Geirganger. De afdaling is spectaculair en de weg kronkelt
zich naar beneden met telkens nieuwe uitzichten. We arriveren in Geiranger dat
omringd is door steile bergwanden. We rijden eerst verder terug naar omhoog om
naar een ander uitzichtpunt te rijden. Op het uitkijkpunt Flydasjuvet heb je
ook een adembenemend en prachtig uitzicht op het Geirangerfjord, het dorp
Geiranger, de cruiseschepen en de omliggende bergen. Daarna keren we terug naar
het dorp Geiranger, waar we wat vrije tijd hebben om het te verkennen.
Je kan hier veel verschillende
souvenirwinketjes bezoeken. Zo kan je hier lokale handgemaakte producten vinden
zoals houtsnijwerk van Noorse ambachtslieden, hand gebreide wollen kleding
zoals truien, mutsen en sjaals. Ook zijn er sieraden te vinden geïnspireerd op
Vikingmotieven of fjordlandschappen. Ben je op zoek naar typisch Noorse
souvenirs dan kom je terecht bij de vele trol beeldjes in de souvenirwinkel. Er
zijn hier sleutelhangers, handdoeken, magneten, puzzels en mokken te vinden met
fjordmotieven. Alsook zijn er verschillende boeken, kaarten en posters over het
Geirangerfjord te vinden. Ook leuk zijn de pluche elanden. Je kan deze zachte
knuffels vinden in alle maten. Ook zijn er handgesneden elanden gemaakt van
lokaal hout. Daarnaast heb je hier ook T-shirts, truien, mutsen en sokken met
elandenprints. Ook een verkeersbord kon ik vinden met een eland erop. Zelfs de
kerstdecoratie ligt hier reeds in de souvenirwinkel, terwijl het volop zomer
is.
Doordat er hier
in Geiranger een cruiseschip lag aangemeerd, wordt het dorp overspoeld door
toeristen en was het er tamelijk druk. Tijdens het wandelen kwam ik
verschillende miniatuurhuisjes tegen. Er stond hier ook een miniatuur van de
witte kerk van Geiranger. Deze kleine houten structuren, vaak met puntdaken en
meerdere raampjes, zijn geïnspireerd op traditionele Noorse hutten en
boerderijen die je in de fjorden regio tegenkomt. Deze miniatuurhuizen worden
meestal geplaatst lang de waterkant en bij toeristische plekken zoals hier in
Geiranger. Eigenlijk zijn ze decoratief en versterken ze het landelijke,
nostalgische karakter van het fjorddorp. Ook zijn ze fotogeniek want de
combinatie van de kleine huisjes met het enorme cruiseschip die nu op de
achtergrond ligt aangemeerd is een visueel contrast dat veel toeristen
aanspreekt. Ook fotogeniek is het beeld van een grote trol dat je hier kan
bewonderen. Velen nemen hier een foto tezamen met het trollenbeeld.
Ik kan ook de
witte kerk van Geiranger zien, dat eigenlijk wel een charmant gebouw is. De
huidige kerk is octagonaal van vorm en is gebouwd in 1842. Het is volledig in
hout opgetrokken en wit geschilderd, wat typisch is voor Noorse kerken in
landelijke gebieden. De eerste kerk op deze plek stamt uit de 15de
eeuw. In 1841 brandde de toenmalige kerk af door een tragisch incident van
brandstichting.
Het is tijd om
naar de boot te gaan waarmee we op het wereldberoemde Geirangerfjord zullen
varen. Ook de bus zal mee op de boot gaan. De boot vertrekt en we verlaten het
pittoreske dorpje Geiranger. Al snel gleed de boot langs imposante kliffen en
groene hellingen, waar de natuur haar kracht en schoonheid tentoonstelde.
Tijdens de boottocht zagen we verschillende watervallen langs de bergwanden. De
watervallen krijgen hier een naam. Zo was er de waterval van “De zeven
zusters”. Het zijn zeven elegante waterstralen die als dansende sluiers van de
rotsen naar beneden vielen. Aan de overkant kan je de waterval “De vrijer”
zien, die volgens de lokale legende zijn hart verloor aan de zusters. Een
andere waterval die je tegenkomt is “De bruidsluier”, een fijne nevelige stroom
die in het zonlicht glinsterde als kant. Hier liep ik rond op de boot om vanuit
verschillende perspectieven prachtige foto’s te maken van dit natuurwonder. Het
varen in het Geirangerfjord is een mooie ervaring en een herinnering die je
vastlegt in beelden en in je hart. De boottocht duurt ongeveer een uur en
eindigt in het dorpje Hellesylt.
Met de bus
verlaten we de boot en zien onmiddellijk de Hellesyltfossen waterval als we
over een brug rijden. De bus stopt even opdat we van de pracht van deze
waterval kunnen genieten. Je kan zien dat deze waterval zich breed uitspreidt
over een gladde schuine rotswand, alvorens het in de rivier terechtkomt.
We rijden
vervolgens met de bus richting Forde en passeren het Hornindalmeer. Het meer is
514 meter diep en is daarmee het diepste meer van Europa. Het oppervlak van het
meer ligt 53 meter boven zeeniveau, derhalve ligt de bodem 461 meter beneden
zeeniveau. Het meer is ongeveer 22 km lang
en 4 km breed en heeft een oppervlakte van 50 km². Het water ziet er
kristalhelder uit en is uitzonderlijk schoon. Het wordt gevoed door smeltsneeuw
en bergstromen. Het meer wordt omringd door steile bergen en deze zijn soms
bedekt met dennenbossen en hier en daar zie je een verlaten boerderij.
Een beetje verder
rijden we lange tijd rond het Innvikfjord. Dit is een zijarm van het Nordfjord.
De weg slingert en kronkelde zich langs het Innvikfjord en we zien weer een
schilderachtig decor van steile bergwanden, helderblauw water en charmante
dorpjes aan de oever. Het water lag stil, als een spiegel tussen de bergen. Zo
passeren we hier een kleine haven met verschillende plezierboten. Ook kwam ik
een hut tegen waar er kajakverhuur was. Je kon niet alleen kleine plezierboten
en vissersboten zien, maar ook passeren we met de bus langs het water een
cruiseboot op het Innvikfjord. Langs het water kon ik verschillende rode kleine
houten huizen naast elkaar zien. Dit zijn eigenlijk boothuizen en dienen voor
de opslag van boten en visgerei. Het werd gebruikt als opslagplaats van
gereedschap, netten en andere materialen.
De rode kleur van
veel Noorse huisjes komt van een pigment genaamd ijzeroxide (ook wel
roestkleur). In de 18de en 19de eeuw werd dit pigment
gewonnen als bijproduct van de koperindustrie. Het was goedkoop, goed
beschikbaar en werkte uitstekend als houtbescherming tegen het ruwe Noorse
klimaat. Rood werd populair omdat het leek op de dure bakstenen van rijke
huizen en kerken. Zo konden gewone mensen hun houten huizen een “chique”
uitstraling geven. Later werd het een traditie en werd rood de kleur van boerderijen,
vissershutten en boothuizen. Eigenlijk is dit wel fotogeniek omdat rood
prachtig contrasteert met het groen van de bergen, het blauw van het water en
het wit van de sneeuw, waardoor het een visueel icoon is geworden van het
Noorse landschap. Later kreeg de rode kleur hier in Noorwegen ook een
symbolische waarde en werd het rood geassocieerd met welvaart, en uiteindelijk
met traditie en esthethiek.
Een beetje verder
maken we nog een korte stop met de bus om te genieten van het Innvikfjord en de
prachtige omgeving met panoramische uitzichten. We rijden vervolgens verder
richting Forde. Langs de weg konden we nu schapen en koeien vrij zien
rondlopen. In Noorwegen is het gebruikelijk dat boeren hun vee in de zomer los
laten grazen in de bergen en langs openbare wegen. Dit heet “utmarkbeite”
oftewel bergweidegang. De dieren hebben daar volop ruimte, frisse lucht en
natuurlijke voeding. Schapen worden vaak in het voorjaar losgelaten en blijven
tot de herfst in de natuur. Ze zijn gewend aan het terrein en vinden zelf hun
weg. De koeien kan je hier ook zien grazen langs de weg, vooral bij kleinere
boerderijen. De dieren zijn meestal rustig en zijn het gewoon dat er auto’s en
bussen rijden op de rijweg. De regio rond Forde staat bekend om kleinschalige
boerderijen waar families leven van een paar koeien, schapen, geiten en een
moestuin. Het is een manier van leven die diep geworteld is in de Noorse
cultuur, met respect voor natuur, traditie en eenvoud.
Met de bus
bereiken we het dorp Skei en hier maken we een stop aan de souvenirwinkel
Audhild Viken AS. Deze souvenirwinkel heeft een rijke geschiedenis en een
typische Noorse uitstraling. Het is niet zomaar een souvenirwinkel, maar het is
een stukje cultureel erfgoed in de vorm van een winkelervaring. De winkel werd
opgericht in 1947 door Audhild Viken, een boerin uit Skei die begon met het
verkopen van handgeweven producten vanaf haar fiets. Ze richtte zich op
traditioneel Noors handwerk zoals geweven wandkleden, tafellopers en andere
textielproducten. Nu kan je er souvenirs, geschenken, Noorse designartikelen,
lokale ambachtelijke producten en interieurartikelen vinden. En de vele trollen
beelden kunnen ook niet ontbreken in deze souvenirwinkel. Men heeft hier ook
een ruimte of kerstkamer vol met kerstdecoraties. Ik zet hier even een Viking
helm op om mij verbonden te voelen met de Noormannen uit vroegere tijden. Je
ervaart de winkel als een soort museumwinkel met een warme en nostalgische
sfeer.
We rijden verder
langs het Jolstravatnet meer naar Forde. Het is ongeveer 22 km lang en tot 1 km
breed en heeft een diepte van 233 meter. Het is omringd door steile bergen,
gletsjers en groene valleien. Het meer staat vooral bekend om zijn forel.
Lokale vissers beschouwen het meer als één van de beste visplekken in
Noorwegen. We rijden weer langs een sprookjesachtig decor. We komen aan in
Forde en rijden hier direct naar het hotel.
Als we aankomen
in Forde merken we dat we eigenlijk niet meer in een sprookjesachtig decor
zitten en merk je dat er in dit dorp niet zoveel te beleven en te ontdekken is.
Ik kan wel nog een opvallend modern kunstwerk zien op de gevel van het hotel. In
diepe blauwtinten kronkelde een surrealistische figuur, half vogel, half
droombeeld, over de betonnen wand langs twee zijden. Rood en zwart
accentueerden de beweging, alsof het wezen zich uit de muur wilde losmaken. De
moderne architectuur van het hotel vormde een strak contrast met de vrije
vormen van de schildering. Het past wel perfect binnen de kunstzinnige sfeer
van Forde, waar openbare kunst en culturele expressie een belangrijke rol
spelen. Je kan hier wel in Forde een Kunstmuseum vinden, dat bekend staat om
zijn mix van klassieke en hedendaagse kunstwerken.
Na het avondeten
maak ik nog een wandeling door Forde. Ik ga kijken naar de witte kerk in Forde
met verschillende grafstenen rond de kerk. Het is weer een prachtig voorbeeld
van een traditionele Noorse houten kerk. Deze locatie is al sinds de
middeleeuwen een kerkplaats. In de Middeleeuwen stond hier eerst een kleine
houten staafkerk. In 1630 werd er een nieuwe en grotere kerk gebouwd. Deze kerk
was in 1839 vervallen en het werd afgebroken. In 1839 werd er een nieuwe houten
kerk gebouwd, eenvoudig van opzet, maar met behoud van het oude interieur. Door
bevolkingsgroei en nieuwe wetgeving moest er een grotere kerk komen. De kerk
van 1839 werd afgebroken en de huidige Forde kerk werd gebouwd en ingewijd in
1885. De kerk diende in 1814 als een stemlocatie voor de eerste Noorse
grondwet. Ik merk ook op dat de kerk groene toegangspoorten heeft. In de
christelijke traditie staat groen vaak voor hoop, leven en vernieuwing, passend
bij de functie van de kerk als plek van troost, gemeenschap en spiritualiteit. De
keuze van een groene toegangspoort is ook een esthetische traditie die
teruggaat tot de 19de eeuw, toen veel kerken in landelijke gebieden
werden gebouwd in deze stijl. De witte houten kerk van Forde torent statig
boven het stadje uit, als een stille getuige van eeuwen geloof en gemeenschap.
De volgende dag
vertrekken we richting het dorp Fjaerland. We rijden eerst terug langs het
Jolstravatnet meer en rijden dan naar de Boyabreen gletser nabij het dorp
Fjaerland. Het is één van de meest toegankelijke gletsjers van Noorwegen.
Eigenlijk vond ik deze gletsjer niet indrukwekkend. Ik zag enkel bovenaan de
berg een grote ijsmassa, terwijl daaronder er enkel een kale rotsmassa te zien
is. De gletsjer stopt dus veel hoger op de bergwand. Zijn indrukwekkende
ijsmassa is de afgelopen decennia flink geslonken. In 1995 was de gletsjertong
nog verbonden met het ijsveld boven. Door stijgende temperaturen en minder
sneeuwval in de winter is de gletsjer zichtbaar teruggetrokken. Onderaan de
Boyabreen gletsjer vormt zich een opvallende smeltwaterplas, dat een direct
gevolg is van de terugtrekking van het ijs en de opwarming van het klimaat. Men
noemt het ook wel een gletsjermeer, dat ontstaat door smeltwater dat van de
gletsjer stroomt en zich verzamelt in een laaggelegen kom onderaan de rotswand.
Je ziet dat het water in deze plas helderblauw is. De plas verandert
voortdurend in grootte, kleur en vorm, afhankelijk van het seizoen, temperatuur
en neerslag. Hier heb je een visueel bewijs van de klimaatverandering: waar
vroeger ijs lag, ligt er nu water. Plots klinkt de claxon van de bus. Een korte
dringende toon: tijd om snel terug te keren naar de bus voor vertrek. We moeten
op tijd vertrekken om later op de dag tijdig een overzetboot te nemen.
De volgende stop
is vlakbij en we komen aan bij het Norsk Bremuseum. Hier kan je alles leren
over gletsjers en de klimaatverandering. Hier ontdek je hoe gletsjers werken,
maar ook hoe ze ons klimaat beïnvloeden en hoe ze het landschap hebben gevormd.
Nabij de ingang kan je een beeld van een poolbeer zien. Je kan een foto nemen
met de beer in een positie alsof de beer je met zijn klauwen vastgrijpt. De
ijsbeer symboliseert de kwetsbaarheid van het Arctische ecosysteem, dat sterk
beïnvloed wordt door klimaatverandering. Hij fungeert als visueel symbool voor
het museum, dat zich richt op gletsjers, klimaatwetenschap en milieubewustzijn.
Tegen de muur kan ik een 30000 jaar oude mammoettand zien uit Siberië. Je kan
hier een reconstructie zien van een prehistorische mens, een levensechte figuur
in bontkleding, zittend tussen rotsen, alsof hij rust tijdens een jachttocht.
Zijn boog en pijlen, met houten schachten en stenen punten zijn zorgvuldig
nagemaakt. Zijn lichaam, kleding en gereedschap geven unieke inzichten in het
leven van mensen in Europa rond 3300 v. Chr. Je kan zien hoe de mensen zich
kleedden en bewapenden in een ijskoud klimaat en welke materialen ze gebruikten
zoals leer, hout, steen, bast en bont. Deze man stelt de ijsman Ötzi voor uit
de Alpen die 5300 jaar geleden leefde.
Ik kan ook oude
foto’s zien van de Boyabreen gletsjer, die we bezocht hebben. De vroegere
foto’s tonen dat de ijsmassa wel degelijk groter was. Je kan in het museum
ontdekken hoe gletsjers de fjorden hebben uitgeslepen. Je kan hier leren en
meer te weten komen over expedities in de jaren 1950 en het gebruik van
ijsboren. Zo waren er vele foto’s en ook figuren in klimuitrusting te zien. Er
was zelfs een figuur die tegen de wand van het museum is geplaatst. Hij stelt
een poolreiziger voor die extreme omstandigheden trotseert.
Je kan hier leren
over kalving en smeltwaterijs. Kalving is het proces waarbij grote stukken ijs
afbreken van de voorkant van een gletsjer, meestal wanneer die in contact komt
met een meer of zee. Het kan spectaculair zijn te zien dat enorme brokken ijs storten
met een donderend geweld in het water. Smeltwaterijs is ijs dat gevormd wordt
uit gesmolten sneeuw of gletsjerijs dat later weer bevriest. Wanneer zonlicht
of warme lucht een gletsjer doet smelten, stroomt het water weg. ’s Nachts of
op grotere hoogte kan dat smeltwater opnieuw bevriezen tot smeltwaterijs.
Smeltwaterijs is vaak helderder en harder dan oorspronkelijk gletsjerijs, omdat
het minder luchtbellen bevat.
Ik kan hier ook
een grote ijsblok zien waaraan een ijzeren draad met gewicht hangt. Door de
druk op het ijs wordt het smeltpunt van ijs verlaagt net onder de ijzeren
draad. Het ijs smelt dus zonder dat er warmte wordt toegevoegd. De draad zakt
langzaam door het ijsblok heen. Boven de ijzeren draad bevriest het water weer,
omdat daar geen druk is. Het ijs sluit zich dus weer boven de draad. Het lijkt
alsof de draad “door het ijs snijdt”. Het toont hoe gletsjers bewegen: onder
enorme druk smelt ijs aan de onderkant, waardoor het over rotsen kan glijden.
Het is een perfect experiment om te laten zien dat ijs smelt door warmte, maar
ook door fysische krachten.
Een ander
experiment was om de structuur van ijs en ijskristallen zichtbaar te maken met
behulp van een blauwachtige vloeistof. Dit is meestal een kleurstof of een
speciale lichtgevoelige vloeistof die reageert op temperatuurverschillen en
kristalstructuren in het ijs. De kleurstof kan je hier op het oppervlak van een
ijsblok spuiten. De vloeistof vloeit in de microscopische groeven en spleten
van het ijs en markeert de kristalstructuur. Je ziet patronen, lijnen en vormen
die normaal onzichtbaar zijn. Ijs is opgebouwd uit hexagonale kristallen, een
structuur die ontstaat wanneer watermoleculen zich bij lage temperatuur
ordenen. In gletsjers zie je vaak samengedrukte kristallen die door druk en
tijd zijn vervormd. Dit experiment helpt om dat zichtbaar te maken.
Aan het einde van
het museum kan je nog wandelen door een nagebouwde smelttunnel onder de
gletsjer. Eigenlijk is deze ervaring alsof je stappen zet in het hart van een
gletsjer, zonder natte voeten of bevroren vingers te krijgen. Er lag wel wat
water op de grond waar je gerust over kon stappen. Je voelt dat de temperatuur
daalt en het licht wordt diffuus en blauwachtig. Je loopt tussen kunstmatig
gevormde ijswanden.
Je kan hier ook
nog een hometrainer zien waar je kan op stappen en zelf elektriciteit opwekken
door te trappen. Het maakt deel uit van een interactieve tentoonstelling die
laat zien hoe energie, beweging en klimaat met elkaar verbonden zijn.
We hebben in het
museum ook naar een prachtige natuurfilm gekeken. De film is als het ware een
visuele vlucht door ijs, bergen en tijd. De film neemt je mee over gletsjers,
door ijsvallen en spleten, alsof je erin duikt. Je vliegt langs fjorden,
watervallen en bergtoppen. Je beleeft de poolexpedities, met beelden van
klimmers, sneeuwstormen en overleving in extreme kou. De film toont ook de
impact van klimaatverandering: hoe het ijs zich terugtrekt, hoe landschappen
veranderen en hoe kwetsbaar deze majestueuze natuur is.
Buiten kan je nog
levensechte sculpturen zien van 3 mammoeten en deze zijn geplaatst in een open
ruimte voor het museum. Ze verwijzen naar de ijstijd toen deze majestueuze
dieren door Europa trokken. De beelden tonen een familiegroep. Vaak een
volwassen mammoet met jongere exemplaren, wat het idee van een kudde oproept.
Na dit
museumbezoek rijden we met de bus langs de oevers van het Sognefjord. De weg
slingert zich langs het water en het fjord ligt tussen steile bergwanden. Het
water ziet er helder blauw uit. We stoppen nog met de bus aan een uitzichtpunt,
waar we kunnen genieten van het Sognefjord en de omringende natuur. Eigenlijk
wordt je stil van de schoonheid die je hier ziet.
In Hella nemen we
een ferryboot en varen we over het Sognefjord naar Vangsnes. Vervolgens rijden
we verder naar Vik I Sogn en stoppen er voor de middagpauze. Ik wandel langs de
haven en een beetje verder zie ik een zwemsteiger en daar is het mogelijk om in
het water te zwemmen. De haven van Vik I Sogn zelf is klein maar sfeervol en
vormt het hart van dit fjorddorp aan het Sognefjord. In het dorp Vik I Sogn
heerst er een rustige sfeer en het heeft een landelijke uitstraling.
Ik wandel verder
en kom het “Kristianhus Bat- og Motormuseum” tegen. Het is een museum dat je
meeneemt in de wereld van oude Noorse bootmotoren en maritieme geschiedenis.
Buiten voor het museum kan ik twee oude bootmotoren zien. Het museum is
opgericht door Kristian Otterskred, een gepassioneerde verzamelaar die sinds
1976 motoren verzameld. Zijn collectie bestaat uit meer dan 240 motoren,
waarvan er ongeveer 150 tentoongesteld zijn, van kleine buitenboordmotoren tot
zware dieselmachines. Je krijgt hier een beeld van hoe technologie en traditie
samenkomen in de Noorse maritieme cultuur.
Verder merk ik op
een bergflank grote witte letters op met de naam van het dorp “Vik I Sogn”. Het
is zichtbaar vanaf de haven. Deze geplaatste letters op de berghelling vormen
een speelse verwijzing naar het beroemde Hollywood teken. Hier in Vik I sogn
kan ik wel geen filmsterren vinden, alleen maar een fjord, een sfeervolle haven
en bootmotoren. Het is geen officieel monument, maar eerder een lokale grap met
karakter en een manier om Vik I Sogn op de kaart te zetten met een knipoog.
Ik ga in een
winkel om iets te kopen om te eten. Naast lokale lekkernijen kan ik hier ook de
Gamalost kaas vinden. Het is een traditionele Noorse kaas uit de Vikingtijd,
gemaakt van magere koemelk, met een scherpe, aromatische smaak, een dichte,
korrelige textuur en een geelbruine korst die met schimmel is gerijpt. Vik I
Sogn is de enige plek in Noorwegen waar de traditionele Gamalost kaas nog
volgens de oude methode wordt gemaakt.
Daarna rijden we
een beetje verder naar de prachtige Hopperstad staafkerk. De kerk staat op een
heuvel met uitzicht op de bergen en ligt in een groene, open ruimte met
grasvelden. Deze kerk is gebouwd rond 1130 en het is één van de oudste en best
bewaarde staafkerken van Noorwegen. Het is een prachtig voorbeeld van
middeleeuwse Noorse architectuur, waar christelijke symboliek en Vikingtraditie
samenkomen. Het heeft een unieke architectuur met drakenkoppen en houten
ornamenten (decoratieve elementen). Het gebouw heeft een steil dak met houten
shingles (overlappende dakleien), meerdere niveaus en een halfronde apsis aan
de oostkant. Langs de buitenmuren lopen galerijen wat een typisch kenmerk is
van staafkerken. Op de nok van het dak zie je drakenkoppen uit hout gesneden,
een verwijzing naar de Vikingtijd. De westelijke ingang is versierd met een
rijk bewerkte drakenportaal, één van de oudste in Noorwegen. Direct naast de
kerk ligt een rustig kerkhof met eenvoudige grafstenen, sommige al meer dan een
eeuw oud.
Samen met een
lokale gids gaan we ook binnen in de kerk en verkrijgen informatie over de
geschiedenis van de kerk. Binnenin voel je de sfeer van middeleeuwse
spiritualiteit. Binnen is het donker en mysterieus, met het geurige hout dat
eeuwen heeft doorstaan. Je kan hier een baldakijn (of altaar-overkapping) op
zuilen zien. De panelen aan de binnenkant zijn beschilderd met religieuze
figuren, mogelijk heiligen of engelen in levendige kleuren. Het baldakijn
markeert het altaar en dit is het heiligste deel van de kerk en het creëert een
visuele focus voor de liturgie. Je kan ook prachtig houtsnijwerk zien nabij het
baldakijn. Dit is een zeldzaam en prachtig bewaard element uit de 13de
eeuw. Het koorscherm dat je achteraan de kerk ziet is nog intact en het is
uniek onder de staafkerken. Het scherm markeerde de heilige ruimte van het
koor, waar alleen geestelijken mochten komen. Het creëerde een gevoel van
mysterie en eerbied, waarbij het altaar deels verborgen bleef. Ik kan ook zien
dat de houten muren versierd zijn met symbolische houtsnijwerken, deels
Christelijk, deels geïnspireerd door Noorse mythologie. Het interieur is sober
maar krachtig. Het is een plek die stilte en eerbied oproept.
Op de vloer kan
ik ook een grafsteen zien, waarschijnlijk van een lokale geestelijke of
vooraanstaande persoon uit de middeleeuwen. Ik kan ingekerfde inscripties en
symbolen zien op de grafsteen. In de middeleeuwen was het gebruikelijk om
belangrijke personen binnen de kerk te begraven, dicht bij het altaar. Op de
binnenmuren van de kerk kan ik teksten zien. De muren van de kerk zijn
beschilderd met bijbelcitaten, vaak in felle kleuren zoals rood, blauw en goud.
Deze teksten stammen uit latere periodes, vooral uit de 17de en 18de
eeuw, toen het gebruikelijk werd om religieuze boodschappen letterlijk op de
muren te schilderen. De Hopperstad staafkerk is als het ware een levend museum
van Noorse spiritualiteit en ambacht.
Na dit bezoek
vertrekken we met de bus verder naar Vikafjell. Je merkt op dat we door een
bergachtig gebied rijden. Vikafjell is een hoogvlakte en er zijn uitkijkpunten
met vergezichten over bergmeren, bergen en valleien. We zitten hier tegen 900
tot 1000 meter boven zeeniveau. Zo stoppen we met de bus aan een bergmeer om te
genieten van het prachtige uitzicht en het landschap. Je kan hier wel rond het
bergmeer verschillende alleenstaande huizen en hutten zien in het landschap.
Ook lopen er hier langs de weg verschillende schapen.
We rijden verder
en komen terecht op een plek waar de natuur zich van haar ruigste en meest
betoverende kant laat zien. Zodra je de Myrkdalen Serpentinveg nadert verandert
het landschap merkbaar. Onderweg zie je beekjes, bergmeren, rotsformaties en
bergtoppen waar je op de top sneeuwplekken kan zien. De ondergrond bestaat uit
rotsachtige grond waarop mossen groeien en ook kan je lage alpine planten zien
die dicht tegen de grond groeien om te overleven in de wind. De landschappen
zien er hierdoor overwegend groen uit met hier en daar kale rotsen. Je ontdekt
hier de pure natuurkracht in het landschap.
Daarna rijden we
met de bus over de Myrkdalsvegen Serpentinveg of een weg met haarspeldbochten die
gaat naar de vallei beneden. De naam Serpentinveg verwijst naar de slangachtige
vorm van de weg. Bocht na bocht slingert hij zich naar de vallei. De weg
kronkelt zich door het berglandschap en we kunnen reeds genieten van de
waterval die langs de Myrkdalsvegen Serpentinveg zichtbaar is en het water zo
naar de vallei brengt. De Myrkdalsvegen Serpentinveg biedt een indrukwekkend
contrast tussen de ruige bergnatuur bovenaan en de weelderige valleinatuur
beneden. Beneden zie je een beschutte en vruchtbare vallei. Hier voel je meteen
het verschil, want het is hier nog groener en levendiger dan bovenaan. De
vallei is bedekt met dichte grasweiden, bloemrijke bermen en er groeien bomen
en struiken langs de hellingen. De rivier die door de vallei slingert voedt
groene akkers, oude boerderijen en schapenweiden. De rivier in de vallei is
ontstaan uit het smeltwater van boven en komt naar beneden via de waterval
langs de Myrkdalsvegen Serpentinveg. We maken met de bus een stop in de vallei
en ook hier kunnen we genieten van het landschap. Hier komen de schaapjes ons
al tegemoet. Het dal leeft en vormt een warm contrast met de ruige hoogten
erboven. Deze twee werelden maken de tocht over de Serpentinsveg tot een
poëtische reis door Noorwegens natuurlijke ziel.
In Myrkdalen kan
je meerdere hotels en resorts zien die zich volledig richten op wintertoerisme
en skivakanties. Myrkdalen is namelijk één van de meest sneeuwzekere
skigebieden van Noorwegen. Daarna stoppen we bij de Tvindefossen waterval, die
ongeveer 110 meter hoog is. Je kan zien dat het water in meerdere niveaus
trapsgewijs naar beneden stroomt, over rotsen die als brede plateaus zijn
uitgesleten. Het water splitst zich in meerdere sluiers die als een gordijn
over de rotsen vallen. Tvindefossen is omgeven door groene bossen,
berghellingen en grasvelden, waardoor het een bijna sprookjesachtige
uitstraling heeft. Volgens lokale verhalen zou het water van Tvindefossen een
bron van jeugd zijn. Men geloofde dat het water genezende of verjongende
krachten had. Een legende die haar aantrekkingskracht versterkt. Tvindefossen
waterval behoort niet tot de hoogste of krachtigste waterval van Noorwegen,
maar eerder behoort hij tot één van de mooiste watervallen in Noorwegen. Het is
wel degelijk een fotogenieke waterval en een visueel spektakel.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten