dinsdag 30 december 2025

Oslo - Lillehammer

Noorwegen is een land waar je kan genieten van de adembenemende natuur met uitgestrekte bossen, indrukwekkende fjorden, watervallen, rivieren en hoge bergen. Het is een land waar ruige bergen en diepe fjorden elkaar ontmoeten, waar gletsjers glinsteren in de zon en de middernachtzon een magische gloed over het land werpt. Ook de steden in Noorwegen bieden een mix van moderne architectuur en historische bezienswaardigheden. Je kan je hier onderdompelen in de sporen van de Vikingen en genieten van de gastvrijheid van de lokale bevolking. Ik heb in Noorwegen een rondreis gedaan van 11 dagen met Tui. Voor deze rondreis waren we met een groep van 14 mensen. Het was een leuke en toffe groep om deze rondreis mee te doen.

Op de luchthaven in Zaventem komen we al in contact met de medereizigers en de reisleidster Isabelle. We komen aan in Oslo en merken op dat het hier tamelijk warm is. Er is momenteel in het hoge noorden een hittegolf aan de gang. Dus de zon is hier overvloedig aanwezig. Eerst rijden we met de bus naar het hotel en zullen in de namiddag de stad Oslo gaan verkennen.

Tijdens de wandeling met de groep in Oslo komen we eerst aan op het plein “Eidsvolls plass”, gelegen aan de Karl Johans gate straat ofwel de centrale stadsboulevard. Hier kunnen we het Stortinget of Stortinggebouw zien. Stortinget in het Noors betekend “De grote vergadering”. In dit gebouw zetelt het Noors parlement. Het is een indrukwekkend gebouw uit 1866, ontworpen door de Zweedse architect Emil Victor Langlet. Nabij het Stortinggebouw kan ik nog verschillende statige gebouwen zien. Je hebt hier het Grand Hotel Oslo dat beroemd is om de jaarlijkse Nobelprijs-banketten. Je merkt op dat dit een treffend voorbeeld is van klassieke architectuur en moderne luxe. Het is geopend in 1874, ontworpen in klassieke stijl met een witte granieten gevel en een klokkentoren. Het hotel is de jaarlijkse residentie van de Nobelprijswinnaar voor de Vrede tijdens de uitreiking in Oslo. Nabij het Grand Hotel Oslo kan ik ook het historische Karl Johan Hotel zien dat opgericht is in 1874. Het huidige gebouw dateert uit 1899 en is ontworpen in Duitse barokstijl.

Een beetje verder langs de centrale boulevard komen we de Universiteit van Oslo tegen. Dit is de oudste en grootste universiteit van Noorwegen en is opgericht in 1811. De oorspronkelijke gebouwen aan de Karl Johans gate straat zijn ontworpen door Christian Heinrich Grosch, één van de belangrijkste Noorse architecten van de 19de eeuw. Het is gebouwd in neoclassicistische stijl met zuilen, symmetrie en heeft een monumentale uitstraling. Deze universiteit telt meer dan 28000 studenten en biedt opleidingen in vrijwel alle disciplines. De universiteit speelde een sleutelrol in de ontwikkeling van de Noorse democratie en wetenschap. De campus ligt nabij Stortinget wat de symbolische band tussen kennis en bestuur onderstreept. De universiteit is betrokken bij internationaal onderzoek, waaronder klimaatwetenschap, geneeskunde en mensenrechten. Op het plein voor het universiteitsgebouw staan 2 prominente beelden van de Noorse historicus Peter Andreas Munch en de jurist en politicus Anton Martin Schweigaard. Aan de hoofdingang van het gebouw kan je  4 zuilen zien met kenmerkende krulvormige kapitelen. Boven de zuilen kan je een fronton of driehoekige geveltop zien dat versierd is met reliëfs. De zuilen en het fronton symboliseren kennis, stabiliteit en traditie. Dit zorgt ervoor dat het gebouw een monumentale uitstraling heeft. De gevels zijn symmetrisch en opgebouwd uit lichtgekleurde steen, wat het plein voor het universiteitsgebouw een serene en statige sfeer geeft. We gaan het gebouw binnen tot op de eerste verdieping. Ook binnen zijn er klassieke zuilen te zien van Korinthische stijl met rijk versierde kapitelen. Je merkt op dat het interieur hoge plafonds, een stijlvolle wandbekleding en marmeren vloeren heeft.

Centraal op het plein “Eidsvolls plass” kan je een sierlijke fontein zien omringd door groen, zitbanken en standbeelden. Ik merk op dat de verschillende standbeelden rond de fontein kijken in de richting van de fontein. De fontein is niet monumentaal groot, maar elegant en rustgevend. Het water en de symmetrische vormgeving versterken het gevoel van harmonie tussen de omliggende gebouwen.

We wandelen verder op dit plein en komen nu het Nationale theater tegen. Het is een iconisch theatergebouw uit de 19de eeuw. Het theater speelt een centrale rol in de Noorse cultuur en podiumkunsten. Hier genieten we van de prachtige architectuur van het gebouw. Het gebouw werd ontworpen door Hendrik Bull en geopend in 1899. Het is een prachtig voorbeeld van neorenaissancestijl. De voorgevel van het theater wordt gedomineerd door een klassiek portiek met vier massieve zuilen met bovenaan krulvormige kapitelen. Het fronton is versierd met decoratieve beeldhouwwerken en reliëfs die verwijzen naar de kunst en het drama. De gevel is rijk gedetailleerd met steenornamenten, wat het theater grandeur en verfijning verleent. Voor het theater kan je nog twee standbeelden zien van Noorse literaire grootheden.

Vervolgens verlaten we het plein “Eidsvolls plass” en gaan we gaan kijken naar het koninklijk paleis. Het ligt op een verhoogd terrein met uitzicht over het stadscentrum. Het is een indrukwekkend neoklassiek gebouw dat dienstdoet als de officiële residentie van de Noorse monarch. Het paleis is ontworpen door de in Denemarken geboren architect Hans Ditlev Franciscus Linstow. Het is gebouwd tussen 1825 en 1849 in opdracht van koning Karel III Johan. Je kan zien vanop een afstand dat het gebouw een symmetrische gevel heeft en zes ionische zuilen ondersteunen een fronton boven de hoofdingang. Het fronton is sober, zonder uitgebreide beeldhouwwerken, wat past bij de Scandinavische ingetogenheid. De gevel is uitgevoerd in lichtgele steen, wat het paleis een warme en statige uitstraling geeft. Voor het paleis kan je nog een imposant standbeeld van koning Karel III Johan te paard zien. Dit standbeeld werd geplaatst in 1875 als eerbetoon aan de koning die het paleis liet bouwen.

We wandelen verder door Olso en merken dat het een stad is die een unieke mix van historische grandeur en moderne innovatie heeft in haar architectuur. Van statige herenhuizen tot futuristische hoogbouw. De stad weerspiegelt zowel haar rijke verleden als haar vooruitstrevende visie. We passeren een multifunctioneel complex met winkels, kantoren en groene daken.

Ik kan hier ook het Oslo Koncerthus gebouw of Oslo Concert Hall zien. Het is de thuisbasis van het Oslo Filharmoniske Orkester, een internationaal gerenommeerd symfonieorkest. Er zijn hier per jaar ongeveer 300 evenementen, waaronder klassieke concerten, jazz, filmconcerten, kinderconcerten en populaire muziek. Het Oslo Konserthus biedt een unieke culturele ervaring in het hart van de stad.

We naderen de haven en kan hier het Nobel Peace Center gebouw zien. Het is een indrukwekkend museum en cultureel centrum dat volledig gewijd is aan de Nobelprijs voor de Vrede en de idealen die deze vertegenwoordigt. Van hieruit kunnen we het stadhuis zien. We wandelen verder langs de havenpromenade. Hier kan je verschillende cafés en restaurants vinden aan het water. Ik kan hier een toren zien met klok. Dit is de “Tre minutter” kloktoren. Het is een opvallend kunstwerk en herkenningspunt. Het betekent letterlijk “Drie minuten” en is een speelse verwijzing naar hoe lang het duurt om van het stadhuis naar de fjord te wandelen. Het is geen gewone klok, maar een kunstinstallatie die deel uitmaakt van de visuele identiteit van de havenpromenade. Ik kan ook een opschrift zien van de jaartallen 1949 - 1982. Dit verwijst naar de periode waarin de klok actief was bij de Aker Mekaniske Verksted, een voormalige scheepswerf en industrieel complex aan de Oslofjord. Hier nemen we even een pauze met de groep op een terras en genieten van een fris lokaal bier.

In de stad kan je op verschillende plaatsen veel elektrische steps bij elkaar zien staan. Je kan ze huren en ze zijn hier razend populair en handig voor korte ritten door de stad.

Nadien wandelen we verder op de havenpromenade. In de verte aan de andere kant van de haven kan je de Akershus Festning zien. Het is een indrukwekkend middeleeuwse vesting en het complex bestaat uit een kasteel en een fort. Het is gebouwd rond 1290 om Oslo te beschermen tegen aanvallen. Aan het uiterste puntje van de havenpromenade zien we een charmant stadsstrand dat gelegen is op het schiereiland Tjuvholmen, direct naast het Astrup Fearnly Museum. Het is een klein kiezelstrand en ideaal voor gezinnen en kinderen. Vanaf de pier kan je het Oslofjord in springen en zwemmen. Hier kon ik meerdere luxe wooncomplexen met moderne architectuur zien met uitzicht op het Oslofjord. In de haven zie je kleine aanlegplaatsen voor privéboten. Het Astrup Fearnley Museum is een toonaangevend museum voor hedendaagse kunst. De verschillende sculpturen die hier verspreid zijn over het gebied zijn onderdeel van het museum.

We wandelen terug op de havenpromenade en wandelen dan naar de voorkant van het stadhuis. De gevel is gemaakt van rode baksteen en versierd met beelden en reliëfs die Noorse geschiedenis en mythologie uitbeelden. Op de voorgevel kan je ook nog een indrukwekkende astronomische klok zien. Op de klok kan je ook de tekens van de dierenriem zien.

Vervolgens wandelen we naar het Oslo Centraal station en gaan binnen in de stationshal kijken. De stijl is een mix van functioneel modernisme en stedelijke integratie zoals grote stalen bogen geïnspireerd op klassieke Europese stations en veel glas en open ruimtes voor lichtinval en zichtlijnen. De stationshal is ontworpen met logistieke helderheid zoals recht doorlopende assen van noord naar zuid en gemakkelijke oriëntatie zonder veel richtingsveranderingen. Je kan hier ook een complex met kantoren en winkels vinden dat deel uitmaakt van het stationsgebied.

Op het plein voor het station kan ik twee opvallende beelden zien. Direct aan de hoofdingang van het station zie ik een beeld van een tijger. Het is 4,5 meter lang en is gemaakt in 2000 als geschenk voor Oslo’s 100 jarig bestaan. Oslo wordt vaak de tijgerstad genoemd, een bijnaam die teruggaat tot een gedicht uit 1870. In dat gedicht staat de tijger symbool voor de gevaarlijke stad. Tegenwoordig wordt tijgerstad eerder gezien als een levendige bruisende stad dan als iets negatiefs. Een ander beeld dat ik zie is een beeld van een enorme hamer die een swastika verplettert. De hamer symboliseert de strijd tegen fascisme en onderdrukking. Op het plein aan de zijkant van het station zie ik het kunstwerk “De aarde en de zon”. Je kan een beeld van een man en een vrouw boven op een granieten zuil zien. Rond de zuil is een fontein die symbool staat voor leven en energie. De figuren in de zuil stellen de menselijk relatie tot de natuur en het universum voor. Het kunstwerk is bedoeld als viering van het leven, de harmonie tussen mens en natuur en de kosmische verbondenheid. Het kunstwerk past goed bij de dynamiek van het station: een plek van beweging, verbinding en energie.

Nadien wandelen we verder en zien nog het Opera huis en het Munch museum. Het Operahuis is een architectonisch meesterwerk dat letterlijk uit het water lijkt te rijzen. Het is geopend in 2008. De stijl is modern en minimalistisch met strakke lijnen en eenvoudige vormen, geïnspireerd door een ijsberg. Je kan ook een hellend dakvlak zien waar er bezoekers op wandelen. Het Munch museum is een eerbetoon aan de Noorse kunstenaar Edvard Munch, vooral bekend van zijn iconische werk “De Schreeuw”. Het gebouw is bekleed met gerecycleerde aluminium panelen die zonlicht filteren en de temperatuur reguleren. Het gebouw is 60 meter hoog en heeft een opvallende knik in de gevel.

In het water van het Oslofjord voor het Munch museum zie je een glazen kunstwerk of een drijvende sculptuur, die “She Lies” heet. Het bestaat uit roestvrij staal en glaspanelen. Het is ongeveer 12 meter hoog. Het verbeeldt een ijsberg die langzaam ronddraait op het water en het is een metafoor voor de veranderlijkheid van natuur en cultuur. De sculptuur draait mee met de wind en stroming, waardoor het voortdurend van vorm en reflectie veranderd.

Vervolgens keren we terug naar het hotel en passeren nog de Domkerk van Oslo. Je merkt dat de stijl van de kerk barok is, met latere neogotische invloeden. Voor het hotel zien we ook nog een prachtig kunstwerk “De lichtfontein”. Het bestaat uit een cirkelvormige structuur met lichtgevende elementen. Het geeft een modern en abstract gevoel, vooral ’s avonds wanneer de verlichting tot leven komt. Het symboliseert energie, beweging en stedelijke dynamiek.

Na het avondeten maak ik nog een avondwandeling en passeer nogmaals langs een wand waarop ik vele prachtige graffiti muurschilderingen kan bewonderen. Tijdens de wandeling kom ik ook het Oslo Nye theater tegen. Het is één van de geliefde en historische theaters in Oslo, met een rijke traditie in toneel, musical en jeugdvoorstellingen.

De volgende dag komen we in contact met de buschauffeur Ari die ons zal vervoeren tijdens de rondreis. We vertrekken met de groep naar Lillehammer en er wacht ons een prachtige rit wanneer we langs het majestueuze Mjosameer rijden. Het is als het ware een uitgestrekte, glinsterende watermassa die zich kilometers uitstrekt. De weg slingert lang het meer met panoramische vergezichten. Vlak voor Lillehamer steek je het meer over via een lange brug met prachtig uitzicht over het water en de heuvels.

We rijden eerst naar het Olympisch schaatsstadion in Hamar, vlak bij Lillehammer, dat bekend staat als Vikingskipet of Vikingenschip. Het is gebouwd voor de Olympische winterspelen in 1994 in Lillehammer. Het dak lijkt op de omgekeerde romp van een Vikingschip. Het is gemaakt van hout en staal, met indrukwekkende glulam-liggers (of gelijmd gelamineerd hout). Het heeft een capaciteit van ca. 10600 toeschouwers. Het is een hoofdarena voor langebaanschaatsen. Het wordt nu ook gebruikt voor concerten, beurzen en e-sport evenementen. Ik heb ook eens door het raam van een deur naar binnen kunnen kijken hoe de arena eruit zag. Voor de ingang van Vikingskipet kan ik een standbeeld zien van een schaatser. Deze beeldt een langebaanschaatser uit in actie, in een dynamische houding. Het beeld werd er geplaatst als eerbetoon aan de Olympische sporters en de Noorse schaatstraditie.

Nadien rijden we met de bus naar Lysgardsbakken. Dit is de Olympische schansspringlocatie in Lillehammer. Je kan hier een grote schans en een normale schans naast elkaar zien liggen. Deze werden gebouwd in 1993, speciaal voor de Olympische spelen van 1994. Ze worden nog steeds gebruikt voor internationale wedstrijden schansspringen en het is in de winter een actieve sportlocatie. In deze arena kunnen 40000 toeschouwers zitten. Je kan met trappen langs de schans naar boven gaan om een panoramisch uitzicht te hebben. Of je kan ook een skilift nemen naar boven. Vanaf hier kan je ook het Mjosameer zien liggen. Ook merk ik hier de Olympische vlamkoker op waar de Olympische vlam in werd ontstoken tijdens de winterspelen van 1994. Leuk is dat je als bezoeker op skilatten kan staan en een foto nemen alsof je net van de schans bent gesprongen.

Na dit bezoek rijden we met de bus naar het stadcentrum van Lillehammer. Eerst wandel ik naar de kerk. Het is een prachtige rode bakstenen kerk met een rijke geschiedenis en een serene begraafplaats eromheen. Deze kerk is gebouwd in 1882 en het is een langwerpige kerk. De kerk staat op een historische plek waar al sinds de 13de eeuw een houten staafkerk heeft gestaan. Ik ben binnen in de kerk gaan kijken en nabij het altaar kan ik een houten reliëf zien van Jesus. Achteraan de kerk kan ik een majestueus orgel zien staan. De interieurstijl is oorspronkelijk neogotisch, maar na renovaties in 1959 en 2007 heeft het een meer eigentijdse uitstraling gekregen, met behoud van de historische elementen.

Daarna wandel ik naar het kloppend hart van het stadscentrum. De Storgata is een charmante en levendige hoofdwinkelstraat in het stadscentrum. De straat staat bekend om zijn goed bewaarde houten architectuur, wat zorgt voor een unieke sfeer. Je kan hier meer dan 125 winkels vinden van kleding, sportartikelen en sieraden tot lokale ambacht en souvenirs. Er zijn hier gezellige plekken te vinden om te pauzeren. Je kan hier koffiehuizen en traditionele Noorse eetgelegenheden vinden.

Ik kan hier ook een standbeeld zien van Ludvig Wiese. Hij vestigde zich in Lillehammer in de jaren 1820 en werd in 1837 de eerste burgemeester van Lillehammer. Het beeld toont Wiese als een waardige en vooruitstrevend figuur, passend bij zijn rol als stadsontwikkelaar. Het standbeeld is een mooi eerbetoon aan een man die Lillehammer mee vorm gaf.

Voor de bibliotheek in Lillehammer kan ik een ander prachtig kunstwerk zien. Dit is het Birkenbiner standbeeld. In het jaar 1206, tijdens een periode van burgeroorlog in Noorwegen, moesten twee loyale strijders de jonge kroonprins Hakon Hakonsson in veiligheid brengen. Hij was nog maar twee jaar oud en werd bedreigd door rivaliserende troepen. De twee mannen, bekend als Birkebeiners (vernoemd naar hun eenvoudig schoeisel van berkenschors), skieden 200 kilometer door ruig berglandschap en barre winteromstandigheden. Ze droegen de prins in een rugzak op hun rug, over de bergen van Osterdalen naar veiligheid in Trondheim. Deze tocht redde het leven van de prins, die later koning werd en vrede bracht in Noorwegen. Het standbeeld is een krachtig symbool van moed, loyaliteit en doorzettingsvermogen. Het is een eerbetoon aan deze historische tocht en de rol die Lillehammer speelde in het verhaal. Hoewel het historische verhaal twee mannen betreft, heeft de kunstenaar van het standbeeld ervoor gekozen om slechts één skiër af te beelden die de jonge prins Hakon Hakonsson onder zijn arm draagt. Sinds 1932 wordt jaarlijks het Birkebeinerrennet gehouden, dat een langlaufwedstrijd van 54 km is van Rena naar Lillehammer. Elke deelnemer moet een rugzak van 3,5 kg dragen. Symbolisch voor het gewicht van het kind dat ze destijds droegen.

Een opvallend gebouw dat ik zag was het kunst museum in Lillehammer. De gevel van het gebouw is een spectaculair metalen reliëf. De façade verandert van uiterlijk afhankelijk van het licht. Het museum bevat een rijke collectie Noorse kunst van de 19de eeuw tot nu.

Na ons bezoek aan het stadscentrum van Lillehammer rijden we met de bus naar Maihaugen. Het is een gigantisch openluchtmuseum in Lillehammer waar je de Noorse geschiedenis in duikt. Het is zelfs het grootste openluchtmuseum van Europa. Het is gelegen in een prachtig landschap aan de rand van Lillehammer. Je wandelt hier rond tussen historische gebouwen uit heel Noorwegen die hier verzameld werden. Je kan hier meer dan 200 historische gebouwen vinden van de 13de eeuw tot nu. Je vindt hier boerderijen, stadswoningen, ambachtshuizen, een staafkerk en zelfs het geboortehuis van koningin Sonja. De gebouwen zijn zorgvuldig verplaatst of nagebouwd om een authentiek beeld te geven van het leven in Noorwegen door de eeuwen heen. Je beleefd een tijdreis door de Noorse geschiedenis.

Het pronkstuk is uiteraard de staafkerk van Garmo die in de twaalfde eeuw gebouwd werd, rond het jaar 1150 in het dorp Garmo in het Gudbrandsdal. In het begin van de 20ste  eeuw werd de kerk zorgvuldig gedemonteerd en overgebracht naar Maihaugen. De architectuur is een klassieke staafkerkconstructie met houten stijlen (“staven”) als dragende elementen. Rijke houtsnijwerken en een karakteristiek drakengevelmotief zijn typerend voor deze Noorse middeleeuwse kerken. De donkere, teerachtige buitenkant contrasteert prachtig met het groen landschap van Maihaugen. De buitenkant is vaak bedekt met teer, wat het hout beschermt tegen het ruige Noorse klimaat. Dit geeft de kerken hun karakteristieke donkere, bijna mystieke uitstraling. Veel staafkerken hebben meerdere dakniveaus, vaak met steile hellingen en uitstekende dakranden. Dit geeft ze een bijna kathedraalachtige vorm, ondanks hun bescheiden grootte. De kerken zijn relatief klein, maar hebben een hoog, torenvormig silhouet.

De kerk weerspiegelt de christelijke overgangsperiode in Noorwegen, waarin oude heidense symboliek vermengd werd met christelijke motieven. We gaan ook naar binnen in de kerk en krijgen uitleg van een gids over de geschiedenis van de kerk. Je vindt binnenin een eenvoudig altaar, houten banken en een sfeer die de spiritualiteit van de middeleeuwen oproept. Binnenin is het vaak donker en intiem, met een eenvoudige inrichting.

Er lopen hier acteurs in historische kleding rond die het leven van vroeger naspelen. Zo kwamen we aan een schoolgebouw. De actrice verkleed als lerares had een grote bel in haar hand en stond voor de ingang van het kleine houten schoolgebouw. De bel luiden was vroeger een ritueel waarmee de schooldag begon. Eerst gingen de jongens naar binnen in het leslokaal en nemen plaats op de linkerzijde van het lokaal op hun houten banken. Vervolgens kwamen de meisjes de klas binnen en ze gaan rechts zitten, netjes in het gelid. De jongens links en de meisjes rechts was typerend voor veel scholen in de 19de en vroege 20ste eeuw. De meisjes hun haar was in vlechten en ze waren gekleed in lange rokken en schorten. Ook de actrice die de lerares speelde had vlechten in het haar en een lange rok met een schort erover. De jongens droegen vroeger meestal wollen truien en hadden leren schooltasjes. In landelijke gebieden waren er vaak éénkamer schoolgebouwen waar de kinderen gescheiden zaten op basis van geslacht. Veel oude schoolgebouwen waren klein en eenvoudig, vaak met één leslokaal, een hal, een kamer voor de leraar en soms een galerij aan de achterkant. Zo mochten we zelf terug eens plaatsnemen op de schoolbanken waar de mannen eerst naar binnen gingen na het luiden van de bel en vervolgens de vrouwen. De lerares of de actrice die de lerares speelde vertelde meer over de geschiedenis van het onderwijs in Noorwegen. In de 19de eeuw in Noorwegen speelden priesters en andere religieuze figuren een belangrijke rol in het onderwijs, vooral in landelijke gebieden waar formele scholen schaars waren. In veel dorpen waren priesters vaak de enige goed opgeleide personen. Kinderen moesten religieus onderricht volgen om bevestigd te worden in de kerk. De Noorse overheid voerde geleidelijk hervormingen door. In 1860 werd het lager onderwijs versterkt en in 1889 werd de leerplicht ingevoerd en de kinderen moesten minimaal zeven jaar naar school. Er waren in agrarische gebieden veel ouders die hun kinderen liever op het land laten werken dan naar school te sturen. Dit leidde tot spanningen tussen religieuze en maatschappelijke verwachtingen enerzijds en economische noodzaak anderzijds.

Ik merk hier veel houten huizen op met groene grasdaken. Grasdaken of groene daken werden in Noorwegen al sinds de Vikingtijd gebruikt en ze hebben meerdere functies. De dikke laag graszoden bovenop een waterdichte laag berkenbast zorgt voor uitstekende isolatie. Het is dan warm in de winter en koel in de zomer. Grasdaken zijn ook zwaar en stevig, waardoor ze goed bestand zijn tegen stormen en neerslag. Het Noorse klimaat is ruw met veel regen, sneeuw en wind. De materialen hout, berkenbast en graszoden waren lokaal beschikbaar en goedkoop. Het was een slimme manier om met natuurlijke middelen een duurzaam dak te bouwen. Onder het gras ligt een laag berkenbast die waterafstotend werken. De graszoden worden stevig aangestampt en vastgehouden met houten balken en stenen aan de zijkant.

We wandelen hier door het platteland van de 18de eeuw. Ik ben een gaan kijken binnen in een interieur van een huis van vroeger. Je merkt op dat het belangrijkste kenmerk van traditionele interieurs hout, hout en nog eens hout is. Vrijwel alles was van hout: vloeren, muren, plafonds en meubels. Door het beperkte daglicht in de winter waren interieurs vaak donker, maar gezellig. Ik kan een kast meubelstuk zien die prachtige decoraties in het hout had. Rood, oker, donkergroen en blauw waren populaire kleuren voor de meubels. Textiel zoals geweven wandtapijten en wollen dekens brachten kleur en warmte in het interieur. De ramen waren klein om warmteverlies te beperken. Licht kwam van kaarsen, olielampen en de haard. In het huis zag ik ook een open haard. Dit was hier eigenlijk het centrale punt van het huis. Hier werd gekookt, gegeten, gewerkt en gerust. Nabij de haard ging een rek voor keukengerei. Ik zag in de woning ook een spinnewiel staan. Het was een essentieel onderdeel van het dagelijkse leven, vooral op boerderijen en landelijke huishoudens. Spinnen was een typische taak voor vrouwen en gebeurde vaak in de wintermaanden.

Ik heb ook enkele interieurs gaan bekijken van huizen uit de 19de eeuw. Ik merk enkele verschillen op. De centrale open haard was vervangen door een kachel. Ik zie ook meer gescheiden kamers in de huizen: een keuken, woonkamer en slaapkamer, terwijl dit in vorige eeuw nog één multifunctionele ruimte is. Ik kan zien dat men het hout al schildert in een kleur, terwijl dit vroeger onbewerkt ruw hout was. In het interieur gebruikt men meer lichtere kleuren, terwijl dit vroeger meer donkere tinten waren. Je kan hier de overgang en veranderingen in huizen ontdekken tussen de 18de en de 19de eeuw. Van sobere boerderijen met donkere interieurs uit de 18de eeuw naar lichtere, meer gestructureerde huizen met invloeden van burgerlijke stijl. Het is alsof je door de tijd wandelt.

Daarna lopen we nog in een woonwijk uit de 20ste eeuw.  We zien hier ook nog het barndomshuis van koningin Sonja van Noorwegen. Het werd oorspronkelijk gebouwd in 1935. In 2016 werd het huis zorgvuldig gedemonteerd en overgebracht naar dit openluchtmuseum. Sonja Haraldsen woonde hier tot haar huwelijk met kroonprins Harald in 1968. Tijdens hun negen jaar lange verkering, die geheim moest blijven omdat zij een burgermeisje was, was dit huis één van de weinige plekken waar ze elkaar privé konden ontmoeten. We hebben binnen in het huis het interieur gaan bekijken. In het huis staan nog de originele meubels en zie je het decor uit de jaren 1930 - 1960. Je ziet de woonkamer zoals die eruit zag toen ze het huis verliet. Je ziet ook persoonlijke objecten en kunst die haar jeugd weerspiegelen. Het huis is niet alleen een architectonisch juweel, maar ook een tastbare herinnering aan een vrouw die van burgermeisje uit Oslo uitgroeide tot koningin van Noorwegen en daarmee een belangrijk hoofdstuk schreef in de moderne Noorse geschiedenis.

We wandelen nog door de straat van een Noorse stad uit het einde van de 19de eeuw. In de straat zie ik een apotheek gebouw. Ik ben binnen een kijkje gaan nemen in de apotheek. Binnen is het apotheekinterieur uit de jaren 1890 met verschillende mahoniehouten kasten waarop oude medicijnflessen en potjes staan uitgestald. Apotheken maakten in die tijd medicijnen zelf met natuurlijke ingrediënten. Verder zie je nog andere apothekersinstrumenten zoals oa een weegschaal, een kom met stamper om de ingrediënten fijn te malen. De apotheker bediende zijn klanten vanachter een toonbank met een klassieke uitstraling. Deze apotheek laat zien hoe gezondheidszorg en medicijnverstrekking er vroeger uitzagen en hoe belangrijk de rol van de apotheker was in de gemeenschap. In de straat zie ik ook andere gebouwen uit die tijd, zoals een postkantoor, een souvenirwinkel en een goudsmederij.

Daarna kunnen we nog eens rondkijken in de souvenirshop. Ik merk op dat er veel trollen in de souvenirwinkel staan. Trollen zijn een diepgeworteld onderdeel van de Noorse cultuur en mythologie. Het woord trol komt van het Oudnoorse en betekent eigenlijk “bovennatuurlijke kracht”. Trollen worden gezien als afstammelingen van oerkrachten van de natuur. Ze wonen in afgelegen gebieden zoals bergen, bossen en grotten. Er zijn grote, monsterlijke trollen, maar ook kleinere kabouterachtige wezens. Sommige zijn kwaadaardig en gevaarlijk. Terwijl anderen worden gezien als beschermers van de natuur. Trollen komen voor in talloze Noorse sprookjes en sagen. Ze zijn vaak dom, sterk en bang voor zonlicht, want dan veranderen ze in steen. Ze kunnen het geluid van kerkklokken niet verdragen en blijven dus ver van dorpen. Trollen zijn een symbool van Noorse natuur en mystiek. Bergen en rotsformaties worden vaak naar trollen genoemd, zoals bv Trolltunga of Trollstigen. De trollen zijn niet zomaar folklorefiguren. Ze zijn een levend symbool van de Noorse identiteit, verweven met natuur, mystiek en verhalen. Ze zijn een speelse manier om de mystiek van het Noorse landschap te vieren. Ze maken het landschap bijna magisch en dat voel je als je door Noorwegen reist.

Na dit bezoek aan het openluchtmuseum rijden we met de bus naar het hotel in Lillehammer. Ik maak kort een wandeling nabij de omgeving van het hotel. Ik kan rond het hotel verschillende kleinere kunstwerken of decoratieve elementen zien. Ik zag ook dat er nabij het hotel een vijver is om te zwemmen. Na het avondeten in het stadscentrum van Lillehammer doe ik nog met een kleine groep een wandeling langs de Mesna rivier. Dit is echt een verborgen parel voor natuurliefhebbers. Ik wandel hier in bosrijk gebied langs de rivier en op sommige plaatsen kan je prachtige watervallen en stroomversnellingen bewonderen.

Trondheim - Molde

 

De volgende dag vertrekken we met de bus naar Trondheim. Al snel volg je de loop van de rustige en schilderachtige Gudbrandsdalslagen rivier die zich door de vallei slingert. De weg ligt vaak vlak naast het water, met uitzicht op groene heuvels en boerderijen. Nabij de boerderijen in Noorwegen op de velden zie je vaak hooibalen of kuilvoerbalen gewikkeld in witte folie. Dit is een veelgebruikte methode om gras of hooi luchtdicht te verpakken en te conserveren voor veevoer. De folie sluit de balen af van zuurstof, waardoor het gras fermenteert tot kuilvoer, een voedzaam en houdbaar veevoer. De witte folie reflecteert zonlicht en helpt de inhoud koel te houden, wat belangrijk is in de zomer. Het beschermd ook tegen regen, sneeuw, vogels en schimmels. De boeren kunnen de balen direct op het veld laten liggen, zonder dat ze meteen naar een schuur moeten worden gebracht. Dit bespaart tijd, transport en opslagruimte.

Op een gegeven moment verbreedt de Gudbrandsdalslagen rivier tot het riviermeer Losna. Hier krijg je een weidser uitzicht, met reflecties van bergen en bossen in het water. De rit voert je door een typisch Noors landschap met houten huizen, glooiende velden en af en toe een berg op de achtergrond. We rijden eerst naar de Ringebu Staafkerk, dat majestueus op een heuvel ligt met uitzicht over de vallei. De rivier die ik zie liggen en stroomt in de nabijheid van de Ringebu Staafkerk, heet de Sjoa rivier. Dit is een zijrivier van de grotere Gudbrandsdalslagen rivier. In alle rust kan je hier genieten van de prachtige landschappen rond de Ringebu Staafkerk.

De Ringebu Staafkerk is één van de meest iconische en best bewaarde staafkerken van Noorwegen. De staafkerk werd gebouwd rond het jaar 1220, op de plek van een oudere houten kerk uit de 11de eeuw. Voor de kerk maken we eerst een groepsfoto. Nadien kunnen we deze statige kerk met een robuuste uitstraling gaan bewonderen. Wat mij direct opvalt is de opvallende rode toren. Deze toren werd toegevoegd tijdens een grote renovatie in het jaar 1631. De kerk is omringd door een goed onderhouden kerkhof, waar elk graf vaak een klein tuintje heeft. Zoals andere staafkerken is Ringebu volledig van hout gebouwd, zonder spijkers. De constructie bestaat uit verticale houten palen en planken die op grondbalken rusten. De verticale houten palen of staven dragen het dak en de muren. De kerk is gebouwd in kruisvorm. Ik ben zelf niet naar het interieur binnen in de kerk gaan kijken. Aan de achterzijde van de Ringebu Staafkerk staan er meerdere grafstenen rechtop naast elkaar opgesteld onder een houten overkapping. Hierdoor zijn ze beschermd tegen weer en wind. Veel van deze grafstenen zijn oud en dragen inscripties uit de 18de en 19de eeuw. Ze zijn naar hier verplaatst van hun oorspronkelijke plek om ze beter te bewaren. In 1814 diende de kerk als een verkiezingskerk tijdens de eerste nationale verkiezingen van Noorwegen, waarbij afgevaardigden werden gekozen voor de grondwettelijke vergadering in Eidsvoll en wat haar een belangrijke plaats in de Noorse geschiedenis geeft.

In Noorwegen zijn vandaag de dag nog 28 originele staafkerken bewaard gebleven. Dat is een klein aantal vergeleken met het verleden: historici schatten dat er ooit tussen de 1300 en 2000 staafkerken in het land stonden, gebouwd in de middeleeuwen toen het christendom zich verspreidde. Elke staafkerk is uniek, met variaties in grootte, houtsnijwerk en bouwstijl. Ze zijn vaak versierd met motieven uit de Vikingtijd.

We rijden verder richting Trondheim via de E6 weg en langs de Gudsbrandsdalslagen rivier. Plots kan ik een houten huisje zien met aan de voorkant een groot doek met opschrift: “Peer Gynt”.  Peer Gynt is een legendarisch figuur uit Noorse volksverhalen, vereeuwigd in het beroemde toneelstuk van Henrik Ibsen uit 1867. Het was een egocentrische man die de wereld rondreist en allerlei ervaringen opdoet, zowel in Noorwegen als daarbuiten. Peer Gynt is een verhalenverteller, dromer, avonturier en fantast, wat een symbool is van de Noorse ziel, vol natuur, mystiek en zelfreflectie. We rijden nu door het dorp Vinstra en dit wordt beschouwd als de geboortestreek van de historische Peer Gynt. Sinds 1928 wordt het Peer Gynt Festival gehouden in Vinstra met toneel, muziek, kunst en lezingen. Het festival is diep geworteld in de lokale traditie.

De bus stopt even voor een pauze in Dombas. Aan de overkant van de weg kan ik de charmante Dombas kerk zien. Deze kerk werd in 1939 gebouwd en is gemaakt van lokale steen en leisteen. Op 20 februari 2020 werd de kerk zwaar beschadigd door een aangestoken brand. De kerk werd volledig gerestaureerd en heropend in 2021 met behoud van het oorspronkelijke ontwerp.

Na deze stop rijden we met de bus verder naar Trondheim. Meestal rijden we langs een rivier op weg naar Trondheim. De weg slingert door het landschap, met afwisselend open vlaktes en bergpassen. Voor het eerst kunnen we ook besneeuwde bergtoppen zien in het landschap.

We komen aan in Trondheim en stoppen nabij de Nidaros Domkerk. We krijgen eerst wat vrije tijd om rond te wandelen. Langs de zijkant van de Domkerk zie ik vrouwen in traditionele Noorse klederdracht naar buiten komen. Men noemt deze traditionele Noorse klederdracht ook een bunad die bij speciale gelegenheden wordt gedragen, zoals nationale feestdagen, bruiloften, doopfeesten en jubilea. Er zijn meer dan 450 verschillende bunads, elk met een uniek ontwerp dat afkomstig is uit een specifieke regio in Noorwegen. Elke regio in Noorwegen heeft zijn eigen specifieke bunad met eigen kleuren, patronen en borduurwerk. Bunads worden vaak met de hand gemaakt en geborduurd, waarbij traditionele technieken worden gebruikt. De bunad is een symbool van Noorse identiteit en cultureel erfgoed. Op dagen zoals 17 mei, de Noorse nationale feestdag, dragen veel Noren hun bunad als teken van trots en verbondenheid. In het algemeen is het dragen van een bunad een teken van respect, trots en verbondenheid met de Noorse cultuur. De Nidaros Domkerk is een nationaal heiligdom, dus het is vaak het toneel van officiële vieringen, herdenkingen en culturele evenementen. De Domkerk is hier regelmatig het decor voor concerten, festivals of pelgrimsvieringen, waarbij deelnemers zich kleden in bunad om de Noorse identiteit te vieren.

Nidaros is eigenlijk de oude naam van Trondheim en betekent ongeveer “monding van de rivier Nidelva”. Ik wandel naar de voorkant van de Nidaros Domkerk. De voorkant met haar indrukwekkende beeldhouwwerk en gotische details vallen direct op. Je ziet meer dan 60 beelden van heiligen, koningen en Bijbelse figuren. Eveneens zie je gotische spitsbogen, een roosvenster en sierlijke ornamenten. Het is gebouwd uit donkere speksteen die het geheel een mystieke uitstraling geeft. De glas-in-loodramen zijn geplaatst in spitsbogen van speksteen, wat het contrast tussen het donkere steen en het heldere glas versterkt. De ramen bevatten diepe tinten blauw, rood, groen en goud, die samen een mystieke sfeer creëren. De façade is een meesterwerk van middeleeuwse beeldhouwkunst en werd in de 19de en 20ste eeuw deels gerestaureerd om zijn oorspronkelijke glorie te herstellen. De bouw van de Domkerk is begonnen in 1070 en voltooid in de 13de eeuw. Het is gebouwd boven het graf van Olav de Heilige, de Vikingkoning die Noorwegen christelijk maakte. Het was eeuwenlang het belangrijkste pelgrimsoord van Noord-Europa. Het diende als kroningskerk voor Noorse koningen tot 1906.

Daarna ga ik naar een binnenplaats van het Aartsbisschoppelijk paleis, een historisch complex dat eeuwenlang het machtscentrum van de Noorse kerk was. De plek is omgeven door middeleeuwse gebouwen en grenst aan de Domkerk en de rivier Nidelva. Op de binnenplaats, die ook wel Borggarden wordt genoemd, zie ik ambachtelijke markten met keramiek, wollen truien, spekemat, sierraden en kunst. Spekemat is een typisch Noorse delicatesse die bestaat uit gerookt en gezouten vlees, vaak geserveerd als een koud buffet of borrelplank. Het is zowel traditionele feestkost als een populaire keuze voor alledaagse gezelligheid. Je kan ook zien dat er hier workshops worden gegeven aan kinderen zoals beeldhouwen, smeden, steenhakken en archeologie. Er zijn hier ook theatervoorstellingen voor jong en oud. Het is eigenlijk het jaarlijkse evenement “Sommer i Borggarden” in juli dat hier op de binnenplaats van het Aartsbisschoppelijk paleis plaatsvindt. Het festival brengt oude ambachten en Noorse tradities tot leven in een historische setting. Je kan hier ook zien hoe vaklieden werken aan de restauratie van de Nidaros Domkerk. Het is een mix van cultuur, geschiedenis en creativiteit. Ik kan hier op de binnenplaats ook 2 kleine kanonnen zien. Kanonnen zoals deze werden gebruikt om de binnenplaats en toegang tot het paleis te beschermen, al waren ze waarschijnlijk meer ceremonieel dan strategisch.

Nabij het Trondheim Kunstmuseum kan ik nog een opmerkelijk kunstwerk zien. Dit kunstwerk  wordt herkend als een symbolische sculptuur die elementen van architectuur, spiritualiteit en kosmologie combineert. Opvallend is de gouden bol met uitsteeksels bovenaan. Het doet sterk denken aan een zonnesymbool, wat vaak staat voor leven, energie en verlichting. Een beetje verder kan ik nog een prachtig beeld zien van een bronzen wolvin. Het is een replica van een beroemd beeld in de stad Rome in Italië.

Ik keer terug naar de bus waar we een rondleiding zullen starten met een lokale gids. We wandelen eerst terug naar de voorkant van de Nidaros Domkerk met zijn prachtige façade en vervolgens gaan we gaan kijken naar de achterkant van de Nidaros Domkerk. Deze achterkant van de Domkerk is ouder dan de imposante voorkant en toont een mix van romaanse rondbogen en gotische spitsbogen. Hier heerst er wel een rustige sfeer in tegenstelling tot de voorkant. Je kan hier ook de ingang tot een kapel zien en die ingang is rijkelijk versierd met een boog vol middeleeuwse details.

We wandelen verder en komen het standbeeld van Thomas Angell tegen. Het is een indrukwekkend monument dat bestaat uit een hoge obeliskvormige zuil, met een nis waarin een bronzen buste van Angell is geplaatst. Het is een obelisk van ongeveer 5 meter hoog. De obelisk heeft een puntige top. Thomas Angell (1692 - 1767) was een invloedrijke figuur in Trondheim. Het was een koopman, landeigenaar, mijnbezitter en vooral een filantroop die zijn stad Trondheim blijvend heeft gevormd. Hij wordt vaak gezien als één van de grootste weldoeners van Trondheim. Zijn nalatenschap leeft voort in de sociale infrastructuur van de stad. Tegenover het standbeeld zie je een groot monumentaal gebouw dat het “Thomas Angells Hus” is. Het is na zijn overlijden tussen 1770 en 1772 gebouwd. Het gebouw is gebouwd met het nalatenschap van Thomas Angell. Tegenwoordig bevat het gebouw appartementen voor senioren en kantoorruimtes.

Een beetje verder komen we aan de Bybrua of Oude stadsbrug. Dit is een charmante en historische brug en vanaf hier kan je een kleurrijke rij houten pakhuizen op palen zien langs het water van de rivier Nidelva die samen een iconisch beeld vormen van de stad. De brug werd oorspronkelijk gebouwd in 1681 na een grote stadsbrand. De huidige constructie dateert uit 1861. De brug is rood geverfd en heeft een karakteristieke poort genaamd Lykkens Portal of Poort van Geluk, genoemd naar een populaire Noorse wals. Volgens traditie brengt het geluk als je de brug oversteekt. Zo stond er hier een koppel in trouwkledij op de brug trouwfoto’s aan het maken terwijl ze innig elkaar aan het kussen waren. Wat een heerlijk tafereel op de “Brug van Geluk” in Trondheim! Dit zorgt zeker voor veel huwelijksgeluk.

De houten pakhuizen in felle kleuren zoals rood, geel en bruin, gebouwd op palen boven het water, dateren uit de 18de eeuw. De pakhuizen werden oorspronkelijk gebruikt voor de opslag van goederen zoals vis, graan en hout. Tegenwoordig zijn veel ervan omgebouwd tot cafés, restaurants en galerieën. Vanaf de brug heb je een prachtig uitzicht op deze kleurrijke gevels, vooral bij zonlicht. Het is eigenlijk wel een mooie plek om te genieten van dit deel van Trondheim.

We wandelen verder naar het centrale stadsplein en het standbeeld van Olav Tryggvason vormt het indrukwekkende middelpunt ervan. Het plein is een populaire ontmoetingsplek omringd door winkels, cafés en historische gebouwen. Het plein is grotendeels autovrij, waardoor het een aangename plek is om te wandelen en te genieten van het stadsleven. Het monument werd opgericht in 1921 ter ere van Olav Tryggvason, de stichter van Trondheim en koning van Noorwegen van 995 tot 1000 na Christus. Het beeld staat op een 18 meter hoge zuil. Olav wordt afgebeeld met een zwaard en een bol met een kruis erop, symbool van koninklijke macht. Aan zijn voeten ligt het hoofd van Thor, wat symboliseert hoe Olav het heidense geloof overwon en het christendom introduceerde. Zijn blik is gericht op Munkholmen, een eilandje met een rijke geschiedenis net buiten de stad.

Vervolgens trekken we naar het Stiftsgarden Park. Het is een symmetrisch aangelegde tuin in Rococo stijl. De tuin bevat een centrale fontein en bloemperken en het fungeert als een openbare groene plek. Ook in deze tuin staan er standbeelden en deze hebben gevleugelde fans. De ware heersers van deze monumenten zijn de meeuwen. Ze kiezen een plek hoog op het hoofd van het trotse standbeeld van een koning, held of een historische grootheid. Ze laten dan op de kop van het standbeeld hun artistieke handtekening na, namelijk een witte druipende meeuwenpoep.

Tegenover het park zien we de Stiftsgarden. Dit is de koninklijke residentie van de Noorse koning wanneer hij Trondheim bezoekt. Het is het grootste houten paleis in Scandinavië, met meer dan 100 kamers. Het is gebouwd tussen 1774 en 1778. Het was oorspronkelijk bedoeld als privéwoning, maar verkocht aan de staat in 1800. Sinds 1818 wordt het gebruikt als koninklijke residentie, vooral bij kroningen in de nabijgelegen Nidaros Domkerk. De façade van het gebouw is strak en symmetrisch en het is typisch neoklassiek, terwijl de decoratieve details Rococo zijn.

We wandelen verder en in de winkelstraat “Thomas Angell gate” zien we dat er in de lucht verschillende gekleurde regenschermen aan draden hangen, waardoor een vrolijke en fotogenieke sfeer ontstaat. De vele kleurrijke schermen trekken de aandacht van voorbijgangers en maken de straat levendiger. Het is bedoeld om de stad op te fleuren en bezoekers aan te trekken. Dit kleurrijke straatkunstproject staat bekend als “Umbrella Street”.

Een beetje verder komen we aan nabij de ingang van het station van Trondheim. Het gebied straalt hier een mix uit van historie, levendigheid en vernieuwing. Je ziet hoe Trondheim zijn erfgoed koestert, terwijl het ook ruimte maakt voor moderne infrastructuur en stadsvernieuwing. Aan de overkant van de Nidelva rivier kan je weer langs het water verschillende kleurrijke oude houten pakhuizen zien in rood, geel, groen en blauw. Ditmaal staan ze niet op palen in het water, maar zijn ze gebouwd op vaste grond aan de oever. Ze dateren uit de 18de en 19de eeuw. De oude houten pakhuizen zijn hier ook omgebouwd tot woningen, cafés of bedrijfskantoren. Ik merk ook veel kleine boten aangemeerd, wat wijst op recreatief gebruik van de rivier en een maritieme sfeer.

Nadien wandelen we over een brug die gaat over verschillende treinsporen nabij het station van Trondheim. Daarna zien we een haven en dit is een onderdeel van het gebied rond Brattora. Je ziet hier een levendige mix van commerciële scheepvaart, veerdiensten, pleziervaartuigen en kleine boten. Rond deze haven kan je moderne gebouwen zien zoals het Rockheim museum en zakenkantoren. Rond deze haven kan je verschillende kunstwerken tegenkomen. Het meest opvallende kunstwerk had de vorm van een gele miniduikboot met bovenaan trechtervormige elementen. Trondheim heeft een sterke band met maritieme innovatie en dit kunstwerk lijkt dit te reflecteren. Het staat symbool voor ontdekking, technologie en maritieme geschiedenis. Deze haven is een belangrijk knooppunt voor zowel transport als recreatie en vormt een toegangspoort tot de Trondheimfjord.

In de verte zien we het eiland Munkholmen liggen. Het ligt op ongeveer 1,3 km ten noordwesten van Brattora en midden in de Trondheimfjord. Tijdens de Vikingtijd werd het gebruikt als executieplaats. Rond het jaar 100 is het omgevormd tot een Benedictijns klooster. Later werd het gebruikt als fort en staatsgevangenis. In de tweede wereldoorlog werd het door de Duitsers ingericht als luchtafweerstation. En nu is het een populaire zomerbestemming met een café, strand, rondleidingen en historische gebouwen.

We wandelen nu terug en gaan richting ons hotel in Trondheim. Vanaf hier gaan we nog over een  licht gebogen voetgangers- en fietsbrug, die de bloemenbrug is. Je kan aan weerszijden langs de randen van de brug bloembakken zien met kleurige bloemen. De brug heeft een subtiele kromming, wat haar een elegante uitstraling heeft. We komen nu terecht in het bruisende gebied van Solsiden. Het is een moderne wijk vol restaurants, cafés en winkels gelegen aan het water. Dit gebied is hier een populaire plek in Trondheim. Dit was hier vroeger een industriële zone met scheepswerven, magazijnen en havenactiviteiten. In de jaren 1990 en 2000 is het getransformeerd tot een moderne stadswijk met behoud van historische elementen zoals oude pakhuizen. Je vindt hier een mix van moderne architectuur en historische charme. Je kan hier langs het water nog 2 grote takelkranen zien. De kranen herinneren aan de tijd dat hier schepen werden gebouwd en gerepareerd en geven het gebied een ruwe en industriële esthetiek. Hun aanwezigheid tussen moderne cafés, restaurants en appartementen zorgt voor een contrast tussen oud en nieuw, wat kenmerkend is voor Solsiden. Hier beëindigen we de rondleiding met de lokale gids in Trondheim.

Na het avondeten in een restaurant in het bruisende gebied van Solsiden maak ik nog een wandeling doorheen Trondheim. Zo wandel ik met enkele medereizigers nog langs de verschillende houten pakhuizen aan de Nidelva rivier en wandel nog eens over de Bybrua of Oude stadsbrug. Deze wandeling is een perfecte manier om Trondheim te ervaren: rustig, kleurrijk, historisch en levendig tegelijk. Ik geniet van deze wandeling. Het is ook mooi om de bloemenbrug aan de andere kant van het water te bewonderen. Hier kom ik nog het oorlogsmonument Krigsseilerplassen tegen. Het is een monument ter nagedachtenis aan de Noorse zeelieden die tijdens de Eerste en Tweede wereldoorlog sneuvelden. Het monument herdenkt hun moed, opofferingen en de vaak vergeten rol die ze speelden in de strijd voor vrijheid. Het is hier een rustige plek aan het water en dus ideaal om even stil te staan bij deze geschiedenis. Niet zo ver hier vandaan kom je het Trondheim maritiem museum tegen. Hier kan je de maritieme geschiedenis van Trondheim ontdekken en dit van de 17de eeuw tot vandaag. Na de wandeling keer ik terug naar het hotel.

Ik merk dat er rond middernacht nog een lichte schemering zichtbaar is, vooral aan de noordelijke horizon. Of je zou het kunnen beschrijven dat er om middernacht een zilveren gloed hangt boven de stad. De zon zakt in juli niet diep genoeg onder de horizon om volledige duisternis te veroorzaken. De zon weigert helemaal te verdwijnen. De avondschemering vloeit over in de ochtendschemering, zonder een duidelijke nacht ertussen. Je kan een soort grijze band aan de horizon zien hangen tijdens de nacht en dan zie je soms zelfs lichtende wolken.

Na een stevig ontbijt zijn we klaar om met de bus naar de stad Kristiansund te rijden. We rijden door een rustig landelijke omgeving met soms uitzicht op de bergen. We komen op een slingerende kustweg langs fjorden, bossen en dorpen. We maken eerst een korte stop waarbij we vanop hoogte een prachtig uitzicht hebben over een fjord. Je merkt rustig water, omringd door groene bergen. Rond het fjord zie je verspreidde boerderijen en kleine nederzettingen. De buschauffeur claxonneerde even opdat we niet te lang zouden genieten van deze natuurpracht. We moeten namelijk op tijd in Tommervag zijn om de veerboot te halen. Onderweg naar Tommervag kan ik een felgekleurde rode kerk zien. Dit is een lokale parochiekerk en zijn vaak gebouwd in de 19de of vroege 20ste eeuw en hebben een Scandinavische stijl. Het is een houten constructie met een felgekleurde rode verf en het heeft een torenspits.

In Tommervag kunnen we met de bus op een veerboot rijden die ons naar het dorp Seivika brengt. Noorwegen heeft een grillige kustlijn met duizenden fjorden en eilanden. Wegen kunnen niet overal komen, dus zijn veerboten vaak de enige verbinding. Veel veerboten worden gesubsidieerd en beheerd door de overheid, zodat ze betaalbaar en betrouwbaar blijven. We kunnen tijdens het varen de bus verlaten en genieten op de boot van de omringende landschappen. Eigenlijk verloopt het veerbootverkeer hier vlot en er is een snelle boarding van bussen en andere voertuigen. Het staat dan ook bekend om zijn efficiëntie, stiptheid en gebruiksgemak. Het is alsof je gewoon een verlengstuk van de weg neemt over het water.

We rijden vervolgens verder met de bus naar de stad Kristiansund. Ik wandel eerst even naar de haven. Daar kan ik een standbeeld zien van een vrouw met een vis, dat het symbool is voor de klipvisindustrie. Klipvis is gespleten, gezouten en gedroogde kabeljauw. De vis werd eerst gespleten en gezouten aan boord van vissersschepen. De naam klipvisindustrie komt van het traditionele droogproces. De vis werd op rotsen of klippen aan de zee gelegd om te drogen. Het proces van drogen kon 4 tot 6 weken duren. In het hoogseizoen werkten er tot wel 150 mensen, waaronder veel vrouwen en kinderen. Deze methode werd geïntroduceerd in Kristiansund rond 1700 en groeide uit tot een belangrijke exportindustrie. Ik kan nog een ander monument zien van een metalen wereldbol die op een sokkel staat. Dit monument vertegenwoordigd de wereldwijde export van klipvis vanuit Kristiansund naar de rest van de wereld. De bol toont hoe een lokaal product uit Noorwegen een wereldwijde economische impact heeft gehad.

Noorwegen heeft een heerlijke traditie van zoete bakkerijproducten. In een bakkerij koop ik dan een kaneelbroodje voor tijdens de middagpauze. Je kan het kaneelbroodje vinden in bijna elke Noorse bakkerij. Ze smaken zoet, zacht en kruidig door de combinatie van boter, suiker en kaneel.

Na deze stop in Kristiansund rijden we verder richting Atlantic Road. Het is een spectaculaire toeristische autoroute en het verbindt het eiland Averoy met het vasteland via acht bruggen, viaducten en dammen. De weg, ook wel “Atlanterhavsvegen” genoemd, is een populaire attractie en staat bekend om zijn adembenemende uitzichten over de Atlantische Oceaan. Het is ongeveer 8,3 km lang. Deze weg is voltooid in 1989 na zes jaar bouwen. De route slingert zich door een ruig kustlandschap met fjorden, rotsen en open zee. Met de bus stoppen we nabij een korte wandelroute rond een heuvel. Het geeft ons de tijd om de natuur hier te bekijken en ook vanop een afstand naar de krommingen van de Storseisundbrug te kijken. Je hebt vanaf het wandelpad een panoramisch uitzicht op de brug en de oceaan. Het is een brug met een opvallende, gebogen vorm. De Storseisundbrug is een betonnen kokerbrug, met een totale lengte van 260 meter en een hoofdoverspanning van 130 meter. Het heeft een hoogte van 23 meter boven het wateroppervlak. Het is eigenlijk een kunstwerk van beton en natuur. Na deze wandeling zullen we met de bus over deze brug rijden.

Daarna rijden we naar het vissersdorp Bud. Hier wandelen we eerst langs de kade door de oude haven. Bud heeft een authentieke visserscultuur die je voelt in de kleine haven. Bud was ooit één van de grootste handelsplaatsen tussen Bergen en Trondheim in de 16de eeuw. Hier voel je de rust van een traditioneel Noors dorp. Je kan hier kleurrijke traditionele Noorse vissershutten zien. Vanaf de haven maak ik een korte wandeling naar omhoog via trappen en dan kom je op een uitzichtplateau. Je hebt hier een wijd uitzicht over de oceaan, met een eindeloze horizon. Als je je omdraait, heb je een mooi overzicht over het schilderachtige dorpje Bud. Je kan hier bunkers, kanonnen en een Duitse radar uit de tweede wereldoorlog zien. Tijdens de Tweede Wereldoorlog versterkten de Duitsers Bud en het nabijgelegen kustgebied in afwachting van een geallieerde invasie. Het laat eigenlijk zien hoe belangrijk Bud strategisch was tijdens de oorlog. Het is een goed bewaard gebleven Duitse kustverdediging uit de Tweede Wereldoorlog. Verder zie ik hier nog een gedenksteen, die een obeliskachtige structuur heeft. Het obeliskvormige monument herdenkt een nationaal politiek overleg, dat in 1533 plaatsvond in het vissersdorp Bud, ver voordat het Duitse fort hier werd gebouwd. Het doel was om de Noorse onafhankelijkheid en de macht van de katholieke kerk te beschermen tegen de groeiende invloed van Denemarken en het protestantisme. Op de terugweg naar de bus passeer ik nog het charmante wit kerkje van Bud met een geschiedenis die teruggaat tot de 18de eeuw.

Daarna rijden we met de bus richting Molde. Eerst rijden we naar de Varden. Dit is een uitzichtpunt boven Molde en dit is ca 407 meter boven zeeniveau. Je hebt hier een adembenemend en spectaculair uitzicht over de stad, het Moldefjord, de verschillende eilanden en de vele met sneeuw bedekte bergtoppen. Het is een plek waar je gewoon even stil wordt van de schoonheid die je ziet. Daarna rijden we naar het hotel in Molde.

Ik maak direct een wandeling door Molde en in het straatbeeld kon ik een prachtig versierd balkon bewonderen. Het is een visueel feestje vol kleur karakter en speelse details. Je kan een rij Noorse miniatuurhuisjes zien in verschillende kleuren, alsof ze een klein dorpje vormen boven de straat. Tussen deze huisjes bloeien levendige bloemen in rood, roze en oranje, samen met frisgroene planten die het geheel een levendige, zomerse uitstraling geven. Op de rand van het balkon kon ik ook een bloempot zien die onder zich een felblauwe jeansbroek aanhad. De broekspijpen hingen over het balkon en onder de broekspijpen kon je roze schoenen zien. Eigenlijk is het een mooi kunstobject geworden. Dit soort balkonkunst is typisch voor steden waar bewoners hun eigen stempel drukken op de openbare ruimte. Het zegt iets over de levensvreugde en het gevoel voor humor van de mensen in Molde.

Een opvallend bouwwerk in het stadsbeeld van Molde is de Domkerk. Deze moderne kathedraal heeft een 50 meter hoge klokkentoren. Nabij de kathedraal heb je ook een rozentuin. Deze bevindt zich precies boven het stadhuis van Molde. Het is een bijzondere plek waar je letterlijk tussen de rozen staat. De tuin staat vol met geurige en bloeiende rozen in allerlei kleuren. Je kan vanaf hier genieten van de bloemenpracht en het uitzicht over de Moldefjord. De rozen tuin in Molde is een charmante en kleurrijke plek die perfect past bij de bijnaam van de stad: “Rozenstad van Noorwegen”. Ik kan hier ook verschillende lichtkoepels zien nabij de rozentuin en de Domkerk. Het zijn lichtkoepels op het dak van het stadhuis van Molde. Ze zijn ontworpen om natuurlijk licht binnen te laten in de ruimtes eronder.

Op het plein voor het stadhuis van Molde kan ik een kunstwerk zien van het beeld “Rosepiken”. Het is een beeld van een jonge vrouw met in de handen een boeket rozen, symbool van Molde als rozenstad. De meeuw op de kop van het standbeeld is normaal hier. Rondom haar vind je fonteinen en bloembedden die het plein een romantische sfeer geven. Op het plein kan ik ook een beeld zien van een jonge saxofonist. Dat beeld heet Jazzgutten en het is een eerbetoon aan Molde’s rijke jazztraditie. Het beeld is geen portret van een specifieke muzikant, maar eerder een symbolische figuur die de geest van jazz en creativiteit belichaamt. Zijn ontspannen houding en het instrument in zijn handen brengen muziek letterlijk in het straatbeeld. Ik ervaar Molde als een rustige en charmante stad in Noorwegen met een overzichtelijk centrum en weinig drukte. In de stad heb ik nog een muurschildering gezien en daar stond in het groot aan de ene kant een roos en aan de andere kant een saxofoon getekend. Twee belangrijke symbolen voor de stad Molde.

Nabij het hotel zag ik de boot toekomen die de legendarische Hurtigruten-route doet, ook wel bekend als de postbootroute langs de Noorse kust. De naam Hurtigruten betekent letterlijk “snelle route” en dat was het ook: de post deed er vroeger weken over, maar met de boot slechts zeven dagen. Het is opgericht in 1893 door kapitein Richard With, op verzoek van de Noorse overheid om post en passagiers sneller te vervoeren naar afgelegen kustplaatsen. De oorspronkelijke route liep van Trondheim naar Hammerfest, maar werd al snel uitgebreid tot Bergen in het zuiden en Kirkenes in het uiterste noorden. De volledige tocht duurt 12 dagen en doet 34 havens aan. Van grote steden tot kleine vissersdorpjes. Het is nu een mix van cruise en vrachtschip. Je ziet het laden en lossen van goederen. Vroeger was deze vaarroute essentieel voor post, vracht en vervoer van mensen, vooral in de winter, toen de wegen onbegaanbaar waren. Nu is het nog steeds een functionele verbinding, maar ook een toeristische topattractie. Veel mensen beschouwen het als de mooiste zeereis ter wereld. Het is veel meer dan een boottocht want het is een reis door de Noorse ziel. Terwijl we op een terras aan het hotel zitten te genieten zien we de boot terug vertrekken.


Alesund


 De volgende dag rijden we eerst naar de haven in Molde om daar een overzet boot te nemen. Nadien rijden we met de bus naar de vuurtoren van Alnes Fyr. Onderweg zie ik op het wegdek regelmatig remsporen die niet recht zijn, maar in een boog of S-vorm, typisch voor een bestuurder die plots uitwijkt. Vooral in de schemering of nacht, wanneer dieren actief zijn, gebeuren deze abrupte manoeuvres. In Noorwegen zijn er waarschuwingsborden voor elanden en rendieren. Ook bij hevige regen en sneeuw kan het wegdek glad zijn. Als een bestuurder dan remt en tegelijk stuurt ontstaan er ook S-vormige remsporen op het wegdek. Je ziet hier hoe de natuur en het verkeer elkaar beïnvloeden.

In één van de fjorden zag ik ronde bassins. Het zijn eigenlijk drijvende ronde kooien die in het fjord zijn verankerd. Dit zijn viskwekerijen en ze worden vooral gebruikt voor het kweken van Atlantische zalm. De ronde vorm zorgt voor een gelijkmatige watercirculatie en voorkomt dat de vissen zich ophopen in hoeken. Noorwegen is één van de grootste exporteurs van gekweekte zalm ter wereld. De fjorden bieden ideale omstandigheden: koud, zuurstofrijk water en natuurlijke bescherming tegen stormen. De zalmen worden gevoed en gemonitord via geavanceerde systemen. Tijdens deze reis in Noorwegen hebben we dan ook overvloedig zalm kunnen eten tijdens het ontbijt in de verschillende hotels.

Tijdens de busrit wordt je voortdurend omringd door water zoals kronkelende rivieren, glinsterende meren en majestueuze fjorden. Naast het water zie je groene landschappen, groene valleien, bosrijke gebieden en berglandschappen. En als je dat allemaal niet meer ziet dan zit je waarschijnlijk in een tunnel, want die zijn hier ook alomtegenwoordig. Zo moeten we door de Alnestunnel rijden dat een bijzondere toegangspoort is tot het schilderachtige schiereiland Alnes op het eiland Godoy, vlak bij Alesund in Noorwegen. Het valt op dat het een smalle tunnel is met één rijstrook van ongeveer 800 meter lang. Het verkeer rijdt in beide richtingen. Er zijn wel kleine uitwijkstroken waar het verkeer kan kruisen. Dit maakt het rijden door deze tunnel een beetje spannend. Het is alsof je een geheime doorgang neemt naar een verborgen kustdorp. Je bereikt het afgelegen kustgebied waar de iconische rood-witte vuurtoren Alnes Fyr staat.

We hebben tijd om de vuurtoren te bewonderen. De vuurtoren Alnes Fyr is één van die plekken waar natuur, geschiedenis en rust samenkomen in een schilderachtig decor. Deze vuurtoren is gebouwd in 1876 als kustlicht voor vissers en zeelieden. Ik heb een wandeling gemaakt rond de vuurtoren. De rood-witte toren rijst als het ware statig op uit het groene gras, terwijl de zee aan zijn voeten ligt. Naast de vuurtoren kan je een wit gebouw zien. Het witte gebouw maakt deel uit van het vuurtorencomplex en fungeert als bezoekerscentrum. Vroeger was het een vuurtorenwachtershuis, waar de vuurtorenwachter en zijn familie woonden. Binnen in het bezoekerscentrum vind je historische exposities over de vuurtoren, lokale kunst en informatie over de vuurtoren zelf. Dit is een kleinschalig bezoekerscentrum. Iets verderop heb je hier ook een ander belevingscentrum. Het is een architectonisch elegant gebouw, subtiel geïntegreerd in het landschap. Het herbergt een kunstgalerij, café, tentoonstellingen en een winkel met lokale producten.

Daarna rijden we met de bus naar Alesund. Eerst rijden we met een bus naar een schiereiland net ten westen van het centrum van Alesund. Het uitzichtpunt aan de straat Hessaskuret ligt in de wijk Hessa.  Daar heb je een panoramisch zicht over de stad Alesund, de omliggende fjorden en eilanden. Je kan zien dat aan de overkant de cruiseschepen aanmeren, direct aan een lange kade die grenst aan de stad. Daarna rijden we naar het hotel en gaan iets eten in een lokale bakkerij.

Daarna maken we met de groep een wandeling langs het Brosundet kanaal naar het Jugendstilsenteret museum in Alesund. Het is een pareltje voor liefhebbers van architectuur, kunst, authentieke interieurs, decoraties en geschiedenis. Het museum is gevestigd in het voormalige Swan-apotheekgebouw uit 1907, een prachtig voorbeeld van Noorse art-nouveaustijl, oftewel Jugendstil. Zodra je het Jugendstilsenteret gebouw binnenstapt, voelt het alsof je een stap terug in de tijd zet, naar het begin van de 20ste eeuw, toen de stad na de grote brand van 1904 werd herbouwd in de sierlijke Jugendstil-stijl. Je ziet binnen in het voormalige Swan-apotheekgebouw de rijke decoratie en het originele interieur van de apotheek. Je kan binnen de originele houten apothekerskasten met talloze kleine laden en vitrines zien, die ooit werden gebruikt in de Swan apotheek. Je kunt hier door een gereconstrueerde apotheekruimte lopen, compleet met toonbank en medicijnflessen. Je kan op de medicijnflessen en potjes nog de authentieke etiketten zien. Je krijgt hier een unieke blik op hoe de apotheek er toen uitzag. Je begint in een rijk versierde entreehal met glas-in-loodramen, gebogen lijnen en florale motieven. Dit zijn typische kenmerken van de art-nouveaustijl. De sfeer is warm en elegant, met een duidelijke knipoog naar de esthetiek van het begin van de 20ste eeuw. In het museum zie je authentieke interieurs uit deze periode, zoals woonkamers en werkruimtes, ingericht met meubels, kunst en gebruiksvoorwerpen uit die tijd. Zo kan je een salon zien met sierlijke meubels, wandtapijten en decoratieve objecten. Een eetkamer met porseleinen servies, gebogen stoelen en een kroonluchter die het geheel afmaakt. Elk detail ademt de kunstzinnige geest van de Jugendstil. Je vindt hier ook keramiek, glaswerk, sierraden en textiel, allemaal ontworpen met de typische Jugendstil-kenmerken: asymmetrie, natuurlijke vormen en verfijnde ornamenten.

Daarna gaan we naar het Kube museum. In het aangrenzende Kube gebouw ontdek je hedendaagse kunsttentoonstellingen die de dialoog aangaan met het verleden. Het zijn tentoonstellingen over kunst, design en architectuur. Hier wisselen schilderijen, kunstinstallaties en fotografie elkaar af. Dit allemaal met een link naar vorm, design of maatschappelijke thema’s. Ik kan hier ook een ruimte zien met textielkunst.

Daarna wandelen we door de binnenstad van Alesund en passeren verschillende gebouwen met de jugendstil architectuur. Eigenlijk is de binnenstad één groot openluchtmuseum van de Jugendstil architectuur. Een stadswandeling door het centrum laat je vele gebouwen zien die tussen 1904 en 1907 zijn ontworpen door jonge Noorse architecten, vaak met Duitse invloeden. Je ziet sierlijke gevels met florale motieven, torentjes, smeedijzeren balkons en asymmetrische vormen. Je merkt kleurrijke gebouwen op met decoratief stucwerk en mozaïekdetails. De gebouwen hebben soms gebogen ramen en deuren. Ze zijn gemaakt uit steenbouw in plaats van hout, als een reactie op de brand. Dit resulteerde hier in robuuste maar elegante constructies. Alesund is dus niet alleen een vissersstad aan de fjorden, maar ook een architectonisch juweel. Eigenlijk als je naar omhoog kijkt dan vertellen de gevels verhalen van een tijd waarin schoonheid en ambacht centraal stonden.

Daarna komen we tijdens de wandeling bij de Alesund kerk aan. Deze kerk is gebouwd in 1909, enkele jaren na de grote stadsbrand van 1904. Het heeft een Romaanse stijl met Jugendstil invloeden. De kerk is gebouwd uit grijze natuursteen, wat haar een robuuste en monumentale uitstraling geeft. Ik ben naar binnen gaan kijken en daar zag ik een indrukwekkend apsis met religieuze muurschilderingen. Vooral de muurversieringen rond het altaar in de Alesund kerk zijn werkelijk indrukwekkend en rijk aan symboliek. Ze vormen een visueel hoogtepunt van het interieur en vertellen een diep religieus verhaal in beeldtaal. Je kan centraal de afbeeldingen zien van Jezus biddend in een tuin terwijl zijn discipelen slapen. Aan de linkerkant wordt de val uit het paradijs afgebeeld en aan de rechterkant zie je het hemelse paradijs waar twee mensen verwelkomd worden bij de boom des levens.

De glas-in-loodramen in de Alesund kerk zijn niet alleen decoratief, maar ook diep symbolisch en thematisch verbonden met de identiteit van de stad en haar geloofstradities. Aan de zuidkant van de kerk zie je ramen die verwijzen naar het vissersleven zoals “de visvangst van Petrus” (een bijbels tafereel dat ook de lokale visserij weerspiegeld) en “De discipelen in de storm” (een krachtig beeld van vertrouwen en overgave, herkenbaar voor zeevaarders). Aan de noordkant vind je meer parabelachtige scènes: “De barmhartige Samaritaan” en “de bruiloft van de koningszoon”.

Aan de achterkant van de kerk kan je het orgel zien. Het hoofdorgel werd oorspronkelijk gebouwd in 1945 door een bekende Noorse orgelbouwer. In 2009 werd het orgel volledig gerestaureerd en uitgebreid. Het orgelfront is monumentaal en symmetrisch opgebouwd, met verticale pijpenrijen die als een visuele bekroning boven de ingang uittorenen. Nabij het monumentale orgel kan ik bijzondere glas-in-loodramen zien. De motieven in het raam zijn “De Duitse adelaar” (als eerbetoon aan de keizerlijke steun na de stadsbrand) en “Olav de Heilige” (de Vikingkoning die Noorwegen tot het christendom bracht).

Daarna wandelen we richting stadspark van Alesund. Hier vertrekt het pad naar Aksla, het hoogste punt van Alesund. Aksla is de naam van de heuvel of berg die boven Alesund uittorent. De route naar boven voert je via een steile stenen trap van precies 418 treden omhoog naar het uitzichtpunt Fjellstua. Onderweg zijn er bankjes en rustpunten, zodat je even kan pauzeren en genieten van het uitzicht dat steeds indrukwekkender wordt. Fjellstua betekend letterlijk “berghut” in het Noors. Het is het hoofdplatform op Aksla met een terras en café. Hier heb je het meest panoramische uitzicht over de stad, eilanden en de fjorden. Je kon vanaf hier duidelijk het Brosundet kanaal zien in de stad Alesund. Tijd om even te pauzeren met een frisse pint en te genieten van het prachtige uitzicht. Daarna gaan we via dezelfde weg terug naar het stadspark van Alesund en vervolgens terug naar het hotel.

Ik ga vervolgens alleen gaan wandelen door de stad en ga eerst naar de vuurtoren gaan kijken aan de ingang van de haven van Alesund. Het is een charmant en opvallend element van het stadsbeeld. Deze rode vuurtoren, vaak aangeduid als Molja Fyr, staat op het uiteinde van de Molja pier, vlak bij het centrum van de stad. Het is compact van formaat en cilindervormig. Anders dan de grotere Alnes Fyr op het eiland Godoya, is deze vuurtoren functioneel en stedelijk. Hij begeleidt schepen die de haven van Alesund binnenvaren. Achter de vuurtoren kan ik een geel gebouw met een torentje zien. Dit gebouw heeft ook de typische Jugendstil architectuur.

Ik kom hier een prachtig monument tegen en dit is het monument over Englandsfarten, een krachtig en ontroerend eerbetoon aan de Noorse Engelandvaarders tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het beeld toont de boeg van een schip dat door de golven snijdt, met daarop een jonge man die uitkijkt richting zee. Het beeld staat symbool voor hoop, moed en het onbekende. De sculptuur staat op een hoge stenen sokkel. De figuur kijkt richting de haveningang van Alesund, alsof hij op het punt staat te vertrekken, wat een visuele verwijzing is naar de gevaarlijke oversteek naar Engeland. Tijdens de Duitse bezetting van Noorwegen vluchtten meer dan 3300 mensen via de zee naar Engeland, vaak in kleine vissersboten. 320 mensen kwamen om het leven door verdrinking, arrestatie of executie. Het monument herdenkt zowel de gevallen helden als degenen die veilig aankwamen en vochten met de geallieerden voor de vrijheid van Noorwegen. Je vindt het beeld aan de oostzijde van de haven waar er een rustige plek is met uitzicht op het water. Het werd onthuld op 8 mei 1995, precies 50 jaar na het einde van de oorlog.

Vervolgens wandel ik langs het Brosundet kanaal. Het bevindt zich in het hart van de stad die geschiedenis, architectuur en zeeleven op een uniek manier samenbrengt. Het kanaal is smal en kronkelend en vormt een natuurlijke ader door het centrum van de stad. Het water glinstert tussen de kleurrijke gevels en het zijn kleine jachten en vissersboten die zachtjes dobberen. Aan weerszijden van het kanaal staan Jugendstil gebouwen. Ze zijn sierlijk, statig en vaak hebben ze een verschillende kleur. Elk gebouw lijkt een kunstwerk op zich. Langs de kade liggen ook cafés en restaurants, vaak met terrassen aan het water. Ik kan hier naast het Brosundet kanaal op een open plein een modern kunstwerk zien. Het bestaat uit een grote, ovale metalen schijf die lijkt te zweven boven twee gebogen metalen steunen, geplaatst op en betonnen sokkel. Het vormt eigenlijk een boeiend contrast met de omliggende Jugendstil-architectuur en is een voorbeeld van hoe de stad hedendaagse kunst integreert in haar historische omgeving.

Nabij een brug over het Brosundet kanaal kan ik een drakenboot zien liggen. Een drakenboot was een snel, slank schip dat door de Noormannen werd gebruikt voor handel, verkenning en oorlog. De drakenkop die ik aan de boeg zie diende om vijanden af te schrikken en boze geesten te weren. De boten waren vaak rijk versierd met houtsnijwerk en kleurrijke schilden langs weerszijden. De drankenboot is een prachtige verwijzing naar het Vikingverleden van Noorwegen. Het was een tijd waarin houten schepen met sierlijke drakenkoppen de fjorden en zeeën doorkruisten. De drakenboot die ik hier zie is een replica dat deel uitmaakt van een cultureel project of toeristische attractie. Soms worden zulke boten gebruikt bij festivals of Vikingdagen, waarbij lokale groepen in traditionele kledij het verleden tot leven brengen.

Nabij de drakenboot kan ik een standbeeld zien staan. Dit abstracte beeld toont een langgerekte menselijke figuur die over het kanaal kijkt. De houding is statig en contemplatief, alsof hij waakt over de stad en het kanaal. Aan de overkant van de brug zie ik een standbeeld van een ambachtsman met gereedschap. Deze vakman of arbeider draagt een hoed en houdt een hamer of beitel vast. Hij staat stevig op zijn sokkel, met een trotse houding die het ambacht en de arbeid in de stad vertegenwoordigd. Alesund werd na de brand van 1904 herbouwd door honderden vaklieden, en dit beeld is een ode aan hun inzet. Nabij dit standbeeld staat er nog een beeld van een visbewerker aan het werk. Dit beeld toont een persoon die gebogen staat over een ton of werkbank, bezig met het schoonmaken en verwerken van vis. Het is een directe verwijzing naar Alesunds rol als visserijstad, vooral in de verwerking van kabeljauw en klipvis.

Nabij de brug over het Brosundet kanaal kan ik nog een gebouw zien met typische kenmerken van Jugendstil. Het gebouw heeft een stenen gevel met ronde en rechthoekige ramen en een opvallende torenvormige hoekpartij met een kegelvormig dak. De architectuur combineert functionele elementen met decoratieve flair zoals asymmetrie, natuursteen en speelse daklijnen. De gebouwen in deze zone huisvesten vaak hotels, restaurants of winkels.

In de winkelstraten kan ik nog een opvallend kunstwerk zien. Je kan een beeld van een bronzen hert zien dat naast een rode telefooncel staat. Het is een kunstwerk dat deel uitmaakt van de openbare kunst in Alesund. Het staat in een klein groen stadsparkje en het hert vormt samen met de telefooncel een speelse en poëtische compositie. Het hert staat rustig op een rechthoekige sokkel en de rode telefooncel is omgevormd tot een minibibliotheek met opschrift “neem een boek en geef een boek”. Een prachtig voorbeeld van gemeenschapskunst en hergebruik. Samen vormen ze een ontmoetingsplek waar natuur, kunst en cultuur samenkomen. Deze plek nodigt uit tot stilte, lezen en verwondering, alsof het hert waakt over de verhalen in de boeken. Het is een mooi voorbeeld van hoe Alesund haar openbare ruimte verrijkt met betekenisvolle details.

Geiranger - Myrkdalen


De volgende dag verlaten we Alesund en vertrekken richting het wereldberoemde Geirangerfjord. We rijden langs het rustige Brusdalsvatnet meer en later door een bergachtig landschap. We bereiken het veerpunt Linge. Hier nemen we met de bus een overzetboot naar Eidsdal. De overtocht duurt slechts een paar minuten, maar biedt een prachtig uitzicht over het Norddalsfjord. Vanaf Eidsdal rijden we over een schilderachtige route die ons uiteindelijk naar Geiranger leidt. We rijden hier nu op de Adelaarsweg. Deze weg slingert zich steil omhoog met haarspeldbochten en biedt spectaculaire uitzichten over het fjordlandschap. We bereiken met de bus het beroemde uitzichtpunt Ornesvingen, waar je een panoramisch zicht hebt op het Geirangerfjord, de watervallen en het dorpje Geiranger diep beneden. Het uitzichtpunt is vernoemd naar de adelaars die hier vaak circuleren. Je kan hier ook een kleine waterval zien die langs de rotswand stroomt naast de rijweg. Het uitzichtpunt ligt op ongeveer 620 meter hoogte. Je ziet dat het Geirangerfjord zich diep tussen steile bergwanden slingert. We zien vanaf hier het smalste en meest gekromde deel van het Geirangerfjord, waar het water een elegante bocht maakt richting het dorp Geiranger. Je kan de boten zien varen door het Geirangerfjord en je beseft hoe gigantisch het landschap is, want de boten lijken piepklein. Het is een plek waar je even stil wordt van de grootsheid van de natuur.

Nadien dalen we af naar het dorp Geirganger. De afdaling is spectaculair en de weg kronkelt zich naar beneden met telkens nieuwe uitzichten. We arriveren in Geiranger dat omringd is door steile bergwanden. We rijden eerst verder terug naar omhoog om naar een ander uitzichtpunt te rijden. Op het uitkijkpunt Flydasjuvet heb je ook een adembenemend en prachtig uitzicht op het Geirangerfjord, het dorp Geiranger, de cruiseschepen en de omliggende bergen. Daarna keren we terug naar het dorp Geiranger, waar we wat vrije tijd hebben om het te verkennen.

Je kan hier veel verschillende souvenirwinketjes bezoeken. Zo kan je hier lokale handgemaakte producten vinden zoals houtsnijwerk van Noorse ambachtslieden, hand gebreide wollen kleding zoals truien, mutsen en sjaals. Ook zijn er sieraden te vinden geïnspireerd op Vikingmotieven of fjordlandschappen. Ben je op zoek naar typisch Noorse souvenirs dan kom je terecht bij de vele trol beeldjes in de souvenirwinkel. Er zijn hier sleutelhangers, handdoeken, magneten, puzzels en mokken te vinden met fjordmotieven. Alsook zijn er verschillende boeken, kaarten en posters over het Geirangerfjord te vinden. Ook leuk zijn de pluche elanden. Je kan deze zachte knuffels vinden in alle maten. Ook zijn er handgesneden elanden gemaakt van lokaal hout. Daarnaast heb je hier ook T-shirts, truien, mutsen en sokken met elandenprints. Ook een verkeersbord kon ik vinden met een eland erop. Zelfs de kerstdecoratie ligt hier reeds in de souvenirwinkel, terwijl het volop zomer is.

Doordat er hier in Geiranger een cruiseschip lag aangemeerd, wordt het dorp overspoeld door toeristen en was het er tamelijk druk. Tijdens het wandelen kwam ik verschillende miniatuurhuisjes tegen. Er stond hier ook een miniatuur van de witte kerk van Geiranger. Deze kleine houten structuren, vaak met puntdaken en meerdere raampjes, zijn geïnspireerd op traditionele Noorse hutten en boerderijen die je in de fjorden regio tegenkomt. Deze miniatuurhuizen worden meestal geplaatst lang de waterkant en bij toeristische plekken zoals hier in Geiranger. Eigenlijk zijn ze decoratief en versterken ze het landelijke, nostalgische karakter van het fjorddorp. Ook zijn ze fotogeniek want de combinatie van de kleine huisjes met het enorme cruiseschip die nu op de achtergrond ligt aangemeerd is een visueel contrast dat veel toeristen aanspreekt. Ook fotogeniek is het beeld van een grote trol dat je hier kan bewonderen. Velen nemen hier een foto tezamen met het trollenbeeld.

Ik kan ook de witte kerk van Geiranger zien, dat eigenlijk wel een charmant gebouw is. De huidige kerk is octagonaal van vorm en is gebouwd in 1842. Het is volledig in hout opgetrokken en wit geschilderd, wat typisch is voor Noorse kerken in landelijke gebieden. De eerste kerk op deze plek stamt uit de 15de eeuw. In 1841 brandde de toenmalige kerk af door een tragisch incident van brandstichting.

Het is tijd om naar de boot te gaan waarmee we op het wereldberoemde Geirangerfjord zullen varen. Ook de bus zal mee op de boot gaan. De boot vertrekt en we verlaten het pittoreske dorpje Geiranger. Al snel gleed de boot langs imposante kliffen en groene hellingen, waar de natuur haar kracht en schoonheid tentoonstelde. Tijdens de boottocht zagen we verschillende watervallen langs de bergwanden. De watervallen krijgen hier een naam. Zo was er de waterval van “De zeven zusters”. Het zijn zeven elegante waterstralen die als dansende sluiers van de rotsen naar beneden vielen. Aan de overkant kan je de waterval “De vrijer” zien, die volgens de lokale legende zijn hart verloor aan de zusters. Een andere waterval die je tegenkomt is “De bruidsluier”, een fijne nevelige stroom die in het zonlicht glinsterde als kant. Hier liep ik rond op de boot om vanuit verschillende perspectieven prachtige foto’s te maken van dit natuurwonder. Het varen in het Geirangerfjord is een mooie ervaring en een herinnering die je vastlegt in beelden en in je hart. De boottocht duurt ongeveer een uur en eindigt in het dorpje Hellesylt.

Met de bus verlaten we de boot en zien onmiddellijk de Hellesyltfossen waterval als we over een brug rijden. De bus stopt even opdat we van de pracht van deze waterval kunnen genieten. Je kan zien dat deze waterval zich breed uitspreidt over een gladde schuine rotswand, alvorens het in de rivier terechtkomt.

We rijden vervolgens met de bus richting Forde en passeren het Hornindalmeer. Het meer is 514 meter diep en is daarmee het diepste meer van Europa. Het oppervlak van het meer ligt 53 meter boven zeeniveau, derhalve ligt de bodem 461 meter beneden zeeniveau. Het meer is ongeveer 22 km lang  en 4 km breed en heeft een oppervlakte van 50 km². Het water ziet er kristalhelder uit en is uitzonderlijk schoon. Het wordt gevoed door smeltsneeuw en bergstromen. Het meer wordt omringd door steile bergen en deze zijn soms bedekt met dennenbossen en hier en daar zie je een verlaten boerderij.

Een beetje verder rijden we lange tijd rond het Innvikfjord. Dit is een zijarm van het Nordfjord. De weg slingert en kronkelde zich langs het Innvikfjord en we zien weer een schilderachtig decor van steile bergwanden, helderblauw water en charmante dorpjes aan de oever. Het water lag stil, als een spiegel tussen de bergen. Zo passeren we hier een kleine haven met verschillende plezierboten. Ook kwam ik een hut tegen waar er kajakverhuur was. Je kon niet alleen kleine plezierboten en vissersboten zien, maar ook passeren we met de bus langs het water een cruiseboot op het Innvikfjord. Langs het water kon ik verschillende rode kleine houten huizen naast elkaar zien. Dit zijn eigenlijk boothuizen en dienen voor de opslag van boten en visgerei. Het werd gebruikt als opslagplaats van gereedschap, netten en andere materialen.

De rode kleur van veel Noorse huisjes komt van een pigment genaamd ijzeroxide (ook wel roestkleur). In de 18de en 19de eeuw werd dit pigment gewonnen als bijproduct van de koperindustrie. Het was goedkoop, goed beschikbaar en werkte uitstekend als houtbescherming tegen het ruwe Noorse klimaat. Rood werd populair omdat het leek op de dure bakstenen van rijke huizen en kerken. Zo konden gewone mensen hun houten huizen een “chique” uitstraling geven. Later werd het een traditie en werd rood de kleur van boerderijen, vissershutten en boothuizen. Eigenlijk is dit wel fotogeniek omdat rood prachtig contrasteert met het groen van de bergen, het blauw van het water en het wit van de sneeuw, waardoor het een visueel icoon is geworden van het Noorse landschap. Later kreeg de rode kleur hier in Noorwegen ook een symbolische waarde en werd het rood geassocieerd met welvaart, en uiteindelijk met traditie en esthethiek.

Een beetje verder maken we nog een korte stop met de bus om te genieten van het Innvikfjord en de prachtige omgeving met panoramische uitzichten. We rijden vervolgens verder richting Forde. Langs de weg konden we nu schapen en koeien vrij zien rondlopen. In Noorwegen is het gebruikelijk dat boeren hun vee in de zomer los laten grazen in de bergen en langs openbare wegen. Dit heet “utmarkbeite” oftewel bergweidegang. De dieren hebben daar volop ruimte, frisse lucht en natuurlijke voeding. Schapen worden vaak in het voorjaar losgelaten en blijven tot de herfst in de natuur. Ze zijn gewend aan het terrein en vinden zelf hun weg. De koeien kan je hier ook zien grazen langs de weg, vooral bij kleinere boerderijen. De dieren zijn meestal rustig en zijn het gewoon dat er auto’s en bussen rijden op de rijweg. De regio rond Forde staat bekend om kleinschalige boerderijen waar families leven van een paar koeien, schapen, geiten en een moestuin. Het is een manier van leven die diep geworteld is in de Noorse cultuur, met respect voor natuur, traditie en eenvoud.

Met de bus bereiken we het dorp Skei en hier maken we een stop aan de souvenirwinkel Audhild Viken AS. Deze souvenirwinkel heeft een rijke geschiedenis en een typische Noorse uitstraling. Het is niet zomaar een souvenirwinkel, maar het is een stukje cultureel erfgoed in de vorm van een winkelervaring. De winkel werd opgericht in 1947 door Audhild Viken, een boerin uit Skei die begon met het verkopen van handgeweven producten vanaf haar fiets. Ze richtte zich op traditioneel Noors handwerk zoals geweven wandkleden, tafellopers en andere textielproducten. Nu kan je er souvenirs, geschenken, Noorse designartikelen, lokale ambachtelijke producten en interieurartikelen vinden. En de vele trollen beelden kunnen ook niet ontbreken in deze souvenirwinkel. Men heeft hier ook een ruimte of kerstkamer vol met kerstdecoraties. Ik zet hier even een Viking helm op om mij verbonden te voelen met de Noormannen uit vroegere tijden. Je ervaart de winkel als een soort museumwinkel met een warme en nostalgische sfeer.

We rijden verder langs het Jolstravatnet meer naar Forde. Het is ongeveer 22 km lang en tot 1 km breed en heeft een diepte van 233 meter. Het is omringd door steile bergen, gletsjers en groene valleien. Het meer staat vooral bekend om zijn forel. Lokale vissers beschouwen het meer als één van de beste visplekken in Noorwegen. We rijden weer langs een sprookjesachtig decor. We komen aan in Forde en rijden hier direct naar het hotel.

Als we aankomen in Forde merken we dat we eigenlijk niet meer in een sprookjesachtig decor zitten en merk je dat er in dit dorp niet zoveel te beleven en te ontdekken is. Ik kan wel nog een opvallend modern kunstwerk zien op de gevel van het hotel. In diepe blauwtinten kronkelde een surrealistische figuur, half vogel, half droombeeld, over de betonnen wand langs twee zijden. Rood en zwart accentueerden de beweging, alsof het wezen zich uit de muur wilde losmaken. De moderne architectuur van het hotel vormde een strak contrast met de vrije vormen van de schildering. Het past wel perfect binnen de kunstzinnige sfeer van Forde, waar openbare kunst en culturele expressie een belangrijke rol spelen. Je kan hier wel in Forde een Kunstmuseum vinden, dat bekend staat om zijn mix van klassieke en hedendaagse kunstwerken.

Na het avondeten maak ik nog een wandeling door Forde. Ik ga kijken naar de witte kerk in Forde met verschillende grafstenen rond de kerk. Het is weer een prachtig voorbeeld van een traditionele Noorse houten kerk. Deze locatie is al sinds de middeleeuwen een kerkplaats. In de Middeleeuwen stond hier eerst een kleine houten staafkerk. In 1630 werd er een nieuwe en grotere kerk gebouwd. Deze kerk was in 1839 vervallen en het werd afgebroken. In 1839 werd er een nieuwe houten kerk gebouwd, eenvoudig van opzet, maar met behoud van het oude interieur. Door bevolkingsgroei en nieuwe wetgeving moest er een grotere kerk komen. De kerk van 1839 werd afgebroken en de huidige Forde kerk werd gebouwd en ingewijd in 1885. De kerk diende in 1814 als een stemlocatie voor de eerste Noorse grondwet. Ik merk ook op dat de kerk groene toegangspoorten heeft. In de christelijke traditie staat groen vaak voor hoop, leven en vernieuwing, passend bij de functie van de kerk als plek van troost, gemeenschap en spiritualiteit. De keuze van een groene toegangspoort is ook een esthetische traditie die teruggaat tot de 19de eeuw, toen veel kerken in landelijke gebieden werden gebouwd in deze stijl. De witte houten kerk van Forde torent statig boven het stadje uit, als een stille getuige van eeuwen geloof en gemeenschap.

De volgende dag vertrekken we richting het dorp Fjaerland. We rijden eerst terug langs het Jolstravatnet meer en rijden dan naar de Boyabreen gletser nabij het dorp Fjaerland. Het is één van de meest toegankelijke gletsjers van Noorwegen. Eigenlijk vond ik deze gletsjer niet indrukwekkend. Ik zag enkel bovenaan de berg een grote ijsmassa, terwijl daaronder er enkel een kale rotsmassa te zien is. De gletsjer stopt dus veel hoger op de bergwand. Zijn indrukwekkende ijsmassa is de afgelopen decennia flink geslonken. In 1995 was de gletsjertong nog verbonden met het ijsveld boven. Door stijgende temperaturen en minder sneeuwval in de winter is de gletsjer zichtbaar teruggetrokken. Onderaan de Boyabreen gletsjer vormt zich een opvallende smeltwaterplas, dat een direct gevolg is van de terugtrekking van het ijs en de opwarming van het klimaat. Men noemt het ook wel een gletsjermeer, dat ontstaat door smeltwater dat van de gletsjer stroomt en zich verzamelt in een laaggelegen kom onderaan de rotswand. Je ziet dat het water in deze plas helderblauw is. De plas verandert voortdurend in grootte, kleur en vorm, afhankelijk van het seizoen, temperatuur en neerslag. Hier heb je een visueel bewijs van de klimaatverandering: waar vroeger ijs lag, ligt er nu water. Plots klinkt de claxon van de bus. Een korte dringende toon: tijd om snel terug te keren naar de bus voor vertrek. We moeten op tijd vertrekken om later op de dag tijdig een overzetboot te nemen.

De volgende stop is vlakbij en we komen aan bij het Norsk Bremuseum. Hier kan je alles leren over gletsjers en de klimaatverandering. Hier ontdek je hoe gletsjers werken, maar ook hoe ze ons klimaat beïnvloeden en hoe ze het landschap hebben gevormd. Nabij de ingang kan je een beeld van een poolbeer zien. Je kan een foto nemen met de beer in een positie alsof de beer je met zijn klauwen vastgrijpt. De ijsbeer symboliseert de kwetsbaarheid van het Arctische ecosysteem, dat sterk beïnvloed wordt door klimaatverandering. Hij fungeert als visueel symbool voor het museum, dat zich richt op gletsjers, klimaatwetenschap en milieubewustzijn. Tegen de muur kan ik een 30000 jaar oude mammoettand zien uit Siberië. Je kan hier een reconstructie zien van een prehistorische mens, een levensechte figuur in bontkleding, zittend tussen rotsen, alsof hij rust tijdens een jachttocht. Zijn boog en pijlen, met houten schachten en stenen punten zijn zorgvuldig nagemaakt. Zijn lichaam, kleding en gereedschap geven unieke inzichten in het leven van mensen in Europa rond 3300 v. Chr. Je kan zien hoe de mensen zich kleedden en bewapenden in een ijskoud klimaat en welke materialen ze gebruikten zoals leer, hout, steen, bast en bont. Deze man stelt de ijsman Ötzi voor uit de Alpen die 5300 jaar geleden leefde.

Ik kan ook oude foto’s zien van de Boyabreen gletsjer, die we bezocht hebben. De vroegere foto’s tonen dat de ijsmassa wel degelijk groter was. Je kan in het museum ontdekken hoe gletsjers de fjorden hebben uitgeslepen. Je kan hier leren en meer te weten komen over expedities in de jaren 1950 en het gebruik van ijsboren. Zo waren er vele foto’s en ook figuren in klimuitrusting te zien. Er was zelfs een figuur die tegen de wand van het museum is geplaatst. Hij stelt een poolreiziger voor die extreme omstandigheden trotseert.

Je kan hier leren over kalving en smeltwaterijs. Kalving is het proces waarbij grote stukken ijs afbreken van de voorkant van een gletsjer, meestal wanneer die in contact komt met een meer of zee. Het kan spectaculair zijn te zien dat enorme brokken ijs storten met een donderend geweld in het water. Smeltwaterijs is ijs dat gevormd wordt uit gesmolten sneeuw of gletsjerijs dat later weer bevriest. Wanneer zonlicht of warme lucht een gletsjer doet smelten, stroomt het water weg. ’s Nachts of op grotere hoogte kan dat smeltwater opnieuw bevriezen tot smeltwaterijs. Smeltwaterijs is vaak helderder en harder dan oorspronkelijk gletsjerijs, omdat het minder luchtbellen bevat.

Ik kan hier ook een grote ijsblok zien waaraan een ijzeren draad met gewicht hangt. Door de druk op het ijs wordt het smeltpunt van ijs verlaagt net onder de ijzeren draad. Het ijs smelt dus zonder dat er warmte wordt toegevoegd. De draad zakt langzaam door het ijsblok heen. Boven de ijzeren draad bevriest het water weer, omdat daar geen druk is. Het ijs sluit zich dus weer boven de draad. Het lijkt alsof de draad “door het ijs snijdt”. Het toont hoe gletsjers bewegen: onder enorme druk smelt ijs aan de onderkant, waardoor het over rotsen kan glijden. Het is een perfect experiment om te laten zien dat ijs smelt door warmte, maar ook door fysische krachten.

Een ander experiment was om de structuur van ijs en ijskristallen zichtbaar te maken met behulp van een blauwachtige vloeistof. Dit is meestal een kleurstof of een speciale lichtgevoelige vloeistof die reageert op temperatuurverschillen en kristalstructuren in het ijs. De kleurstof kan je hier op het oppervlak van een ijsblok spuiten. De vloeistof vloeit in de microscopische groeven en spleten van het ijs en markeert de kristalstructuur. Je ziet patronen, lijnen en vormen die normaal onzichtbaar zijn. Ijs is opgebouwd uit hexagonale kristallen, een structuur die ontstaat wanneer watermoleculen zich bij lage temperatuur ordenen. In gletsjers zie je vaak samengedrukte kristallen die door druk en tijd zijn vervormd. Dit experiment helpt om dat zichtbaar te maken.

Aan het einde van het museum kan je nog wandelen door een nagebouwde smelttunnel onder de gletsjer. Eigenlijk is deze ervaring alsof je stappen zet in het hart van een gletsjer, zonder natte voeten of bevroren vingers te krijgen. Er lag wel wat water op de grond waar je gerust over kon stappen. Je voelt dat de temperatuur daalt en het licht wordt diffuus en blauwachtig. Je loopt tussen kunstmatig gevormde ijswanden.

Je kan hier ook nog een hometrainer zien waar je kan op stappen en zelf elektriciteit opwekken door te trappen. Het maakt deel uit van een interactieve tentoonstelling die laat zien hoe energie, beweging en klimaat met elkaar verbonden zijn.

We hebben in het museum ook naar een prachtige natuurfilm gekeken. De film is als het ware een visuele vlucht door ijs, bergen en tijd. De film neemt je mee over gletsjers, door ijsvallen en spleten, alsof je erin duikt. Je vliegt langs fjorden, watervallen en bergtoppen. Je beleeft de poolexpedities, met beelden van klimmers, sneeuwstormen en overleving in extreme kou. De film toont ook de impact van klimaatverandering: hoe het ijs zich terugtrekt, hoe landschappen veranderen en hoe kwetsbaar deze majestueuze natuur is. 

Buiten kan je nog levensechte sculpturen zien van 3 mammoeten en deze zijn geplaatst in een open ruimte voor het museum. Ze verwijzen naar de ijstijd toen deze majestueuze dieren door Europa trokken. De beelden tonen een familiegroep. Vaak een volwassen mammoet met jongere exemplaren, wat het idee van een kudde oproept.

Na dit museumbezoek rijden we met de bus langs de oevers van het Sognefjord. De weg slingert zich langs het water en het fjord ligt tussen steile bergwanden. Het water ziet er helder blauw uit. We stoppen nog met de bus aan een uitzichtpunt, waar we kunnen genieten van het Sognefjord en de omringende natuur. Eigenlijk wordt je stil van de schoonheid die je hier ziet.

In Hella nemen we een ferryboot en varen we over het Sognefjord naar Vangsnes. Vervolgens rijden we verder naar Vik I Sogn en stoppen er voor de middagpauze. Ik wandel langs de haven en een beetje verder zie ik een zwemsteiger en daar is het mogelijk om in het water te zwemmen. De haven van Vik I Sogn zelf is klein maar sfeervol en vormt het hart van dit fjorddorp aan het Sognefjord. In het dorp Vik I Sogn heerst er een rustige sfeer en het heeft een landelijke uitstraling.

Ik wandel verder en kom het “Kristianhus Bat- og Motormuseum” tegen. Het is een museum dat je meeneemt in de wereld van oude Noorse bootmotoren en maritieme geschiedenis. Buiten voor het museum kan ik twee oude bootmotoren zien. Het museum is opgericht door Kristian Otterskred, een gepassioneerde verzamelaar die sinds 1976 motoren verzameld. Zijn collectie bestaat uit meer dan 240 motoren, waarvan er ongeveer 150 tentoongesteld zijn, van kleine buitenboordmotoren tot zware dieselmachines. Je krijgt hier een beeld van hoe technologie en traditie samenkomen in de Noorse maritieme cultuur.

Verder merk ik op een bergflank grote witte letters op met de naam van het dorp “Vik I Sogn”. Het is zichtbaar vanaf de haven. Deze geplaatste letters op de berghelling vormen een speelse verwijzing naar het beroemde Hollywood teken. Hier in Vik I sogn kan ik wel geen filmsterren vinden, alleen maar een fjord, een sfeervolle haven en bootmotoren. Het is geen officieel monument, maar eerder een lokale grap met karakter en een manier om Vik I Sogn op de kaart te zetten met een knipoog.

Ik ga in een winkel om iets te kopen om te eten. Naast lokale lekkernijen kan ik hier ook de Gamalost kaas vinden. Het is een traditionele Noorse kaas uit de Vikingtijd, gemaakt van magere koemelk, met een scherpe, aromatische smaak, een dichte, korrelige textuur en een geelbruine korst die met schimmel is gerijpt. Vik I Sogn is de enige plek in Noorwegen waar de traditionele Gamalost kaas nog volgens de oude methode wordt gemaakt.

Daarna rijden we een beetje verder naar de prachtige Hopperstad staafkerk. De kerk staat op een heuvel met uitzicht op de bergen en ligt in een groene, open ruimte met grasvelden. Deze kerk is gebouwd rond 1130 en het is één van de oudste en best bewaarde staafkerken van Noorwegen. Het is een prachtig voorbeeld van middeleeuwse Noorse architectuur, waar christelijke symboliek en Vikingtraditie samenkomen. Het heeft een unieke architectuur met drakenkoppen en houten ornamenten (decoratieve elementen). Het gebouw heeft een steil dak met houten shingles (overlappende dakleien), meerdere niveaus en een halfronde apsis aan de oostkant. Langs de buitenmuren lopen galerijen wat een typisch kenmerk is van staafkerken. Op de nok van het dak zie je drakenkoppen uit hout gesneden, een verwijzing naar de Vikingtijd. De westelijke ingang is versierd met een rijk bewerkte drakenportaal, één van de oudste in Noorwegen. Direct naast de kerk ligt een rustig kerkhof met eenvoudige grafstenen, sommige al meer dan een eeuw oud.

Samen met een lokale gids gaan we ook binnen in de kerk en verkrijgen informatie over de geschiedenis van de kerk. Binnenin voel je de sfeer van middeleeuwse spiritualiteit. Binnen is het donker en mysterieus, met het geurige hout dat eeuwen heeft doorstaan. Je kan hier een baldakijn (of altaar-overkapping) op zuilen zien. De panelen aan de binnenkant zijn beschilderd met religieuze figuren, mogelijk heiligen of engelen in levendige kleuren. Het baldakijn markeert het altaar en dit is het heiligste deel van de kerk en het creëert een visuele focus voor de liturgie. Je kan ook prachtig houtsnijwerk zien nabij het baldakijn. Dit is een zeldzaam en prachtig bewaard element uit de 13de eeuw. Het koorscherm dat je achteraan de kerk ziet is nog intact en het is uniek onder de staafkerken. Het scherm markeerde de heilige ruimte van het koor, waar alleen geestelijken mochten komen. Het creëerde een gevoel van mysterie en eerbied, waarbij het altaar deels verborgen bleef. Ik kan ook zien dat de houten muren versierd zijn met symbolische houtsnijwerken, deels Christelijk, deels geïnspireerd door Noorse mythologie. Het interieur is sober maar krachtig. Het is een plek die stilte en eerbied oproept.

Op de vloer kan ik ook een grafsteen zien, waarschijnlijk van een lokale geestelijke of vooraanstaande persoon uit de middeleeuwen. Ik kan ingekerfde inscripties en symbolen zien op de grafsteen. In de middeleeuwen was het gebruikelijk om belangrijke personen binnen de kerk te begraven, dicht bij het altaar. Op de binnenmuren van de kerk kan ik teksten zien. De muren van de kerk zijn beschilderd met bijbelcitaten, vaak in felle kleuren zoals rood, blauw en goud. Deze teksten stammen uit latere periodes, vooral uit de 17de en 18de eeuw, toen het gebruikelijk werd om religieuze boodschappen letterlijk op de muren te schilderen. De Hopperstad staafkerk is als het ware een levend museum van Noorse spiritualiteit en ambacht.

Na dit bezoek vertrekken we met de bus verder naar Vikafjell. Je merkt op dat we door een bergachtig gebied rijden. Vikafjell is een hoogvlakte en er zijn uitkijkpunten met vergezichten over bergmeren, bergen en valleien. We zitten hier tegen 900 tot 1000 meter boven zeeniveau. Zo stoppen we met de bus aan een bergmeer om te genieten van het prachtige uitzicht en het landschap. Je kan hier wel rond het bergmeer verschillende alleenstaande huizen en hutten zien in het landschap. Ook lopen er hier langs de weg verschillende schapen.

We rijden verder en komen terecht op een plek waar de natuur zich van haar ruigste en meest betoverende kant laat zien. Zodra je de Myrkdalen Serpentinveg nadert verandert het landschap merkbaar. Onderweg zie je beekjes, bergmeren, rotsformaties en bergtoppen waar je op de top sneeuwplekken kan zien. De ondergrond bestaat uit rotsachtige grond waarop mossen groeien en ook kan je lage alpine planten zien die dicht tegen de grond groeien om te overleven in de wind. De landschappen zien er hierdoor overwegend groen uit met hier en daar kale rotsen. Je ontdekt hier de pure natuurkracht in het landschap.

Daarna rijden we met de bus over de Myrkdalsvegen Serpentinveg of een weg met haarspeldbochten die gaat naar de vallei beneden. De naam Serpentinveg verwijst naar de slangachtige vorm van de weg. Bocht na bocht slingert hij zich naar de vallei. De weg kronkelt zich door het berglandschap en we kunnen reeds genieten van de waterval die langs de Myrkdalsvegen Serpentinveg zichtbaar is en het water zo naar de vallei brengt. De Myrkdalsvegen Serpentinveg biedt een indrukwekkend contrast tussen de ruige bergnatuur bovenaan en de weelderige valleinatuur beneden. Beneden zie je een beschutte en vruchtbare vallei. Hier voel je meteen het verschil, want het is hier nog groener en levendiger dan bovenaan. De vallei is bedekt met dichte grasweiden, bloemrijke bermen en er groeien bomen en struiken langs de hellingen. De rivier die door de vallei slingert voedt groene akkers, oude boerderijen en schapenweiden. De rivier in de vallei is ontstaan uit het smeltwater van boven en komt naar beneden via de waterval langs de Myrkdalsvegen Serpentinveg. We maken met de bus een stop in de vallei en ook hier kunnen we genieten van het landschap. Hier komen de schaapjes ons al tegemoet. Het dal leeft en vormt een warm contrast met de ruige hoogten erboven. Deze twee werelden maken de tocht over de Serpentinsveg tot een poëtische reis door Noorwegens natuurlijke ziel.

In Myrkdalen kan je meerdere hotels en resorts zien die zich volledig richten op wintertoerisme en skivakanties. Myrkdalen is namelijk één van de meest sneeuwzekere skigebieden van Noorwegen. Daarna stoppen we bij de Tvindefossen waterval, die ongeveer 110 meter hoog is. Je kan zien dat het water in meerdere niveaus trapsgewijs naar beneden stroomt, over rotsen die als brede plateaus zijn uitgesleten. Het water splitst zich in meerdere sluiers die als een gordijn over de rotsen vallen. Tvindefossen is omgeven door groene bossen, berghellingen en grasvelden, waardoor het een bijna sprookjesachtige uitstraling heeft. Volgens lokale verhalen zou het water van Tvindefossen een bron van jeugd zijn. Men geloofde dat het water genezende of verjongende krachten had. Een legende die haar aantrekkingskracht versterkt. Tvindefossen waterval behoort niet tot de hoogste of krachtigste waterval van Noorwegen, maar eerder behoort hij tot één van de mooiste watervallen in Noorwegen. Het is wel degelijk een fotogenieke waterval en een visueel spektakel.

Oslo - Lillehammer

Noorwegen is een land waar je kan genieten van de adembenemende natuur met uitgestrekte bossen, indrukwekkende fjorden, watervallen, riviere...