Noorwegen is een
land waar je kan genieten van de adembenemende natuur met uitgestrekte bossen,
indrukwekkende fjorden, watervallen, rivieren en hoge bergen. Het is een land
waar ruige bergen en diepe fjorden elkaar ontmoeten, waar gletsjers glinsteren
in de zon en de middernachtzon een magische gloed over het land werpt. Ook de
steden in Noorwegen bieden een mix van moderne architectuur en historische
bezienswaardigheden. Je kan je hier onderdompelen in de sporen van de Vikingen
en genieten van de gastvrijheid van de lokale bevolking. Ik heb in Noorwegen
een rondreis gedaan van 11 dagen met Tui. Voor deze rondreis waren we met een
groep van 14 mensen. Het was een leuke en toffe groep om deze rondreis mee te
doen.
Op de luchthaven
in Zaventem komen we al in contact met de medereizigers en de reisleidster
Isabelle. We komen aan in Oslo en merken op dat het hier tamelijk warm is. Er
is momenteel in het hoge noorden een hittegolf aan de gang. Dus de zon is hier overvloedig
aanwezig. Eerst rijden we met de bus naar het hotel en zullen in de namiddag de
stad Oslo gaan verkennen.
Tijdens de
wandeling met de groep in Oslo komen we eerst aan op het plein “Eidsvolls
plass”, gelegen aan de Karl Johans gate straat ofwel de centrale stadsboulevard.
Hier kunnen we het Stortinget of Stortinggebouw zien. Stortinget in het Noors
betekend “De grote vergadering”. In dit gebouw zetelt het Noors parlement. Het
is een indrukwekkend gebouw uit 1866, ontworpen door de Zweedse architect Emil
Victor Langlet. Nabij het Stortinggebouw kan ik nog verschillende statige
gebouwen zien. Je hebt hier het Grand Hotel Oslo dat beroemd is om de
jaarlijkse Nobelprijs-banketten. Je merkt op dat dit een treffend voorbeeld is
van klassieke architectuur en moderne luxe. Het is geopend in 1874, ontworpen
in klassieke stijl met een witte granieten gevel en een klokkentoren. Het hotel
is de jaarlijkse residentie van de Nobelprijswinnaar voor de Vrede tijdens de
uitreiking in Oslo. Nabij het Grand Hotel Oslo kan ik ook het historische Karl
Johan Hotel zien dat opgericht is in 1874. Het huidige gebouw dateert uit 1899
en is ontworpen in Duitse barokstijl.
Een beetje verder
langs de centrale boulevard komen we de Universiteit van Oslo tegen. Dit is de
oudste en grootste universiteit van Noorwegen en is opgericht in 1811. De
oorspronkelijke gebouwen aan de Karl Johans gate straat zijn ontworpen door
Christian Heinrich Grosch, één van de belangrijkste Noorse architecten van de
19de eeuw. Het is gebouwd in neoclassicistische stijl met zuilen,
symmetrie en heeft een monumentale uitstraling. Deze universiteit telt meer dan
28000 studenten en biedt opleidingen in vrijwel alle disciplines. De
universiteit speelde een sleutelrol in de ontwikkeling van de Noorse democratie
en wetenschap. De campus ligt nabij Stortinget wat de symbolische band tussen
kennis en bestuur onderstreept. De universiteit is betrokken bij internationaal
onderzoek, waaronder klimaatwetenschap, geneeskunde en mensenrechten. Op het
plein voor het universiteitsgebouw staan 2 prominente beelden van de Noorse
historicus Peter Andreas Munch en de jurist en politicus Anton Martin
Schweigaard. Aan de hoofdingang van het gebouw kan je 4 zuilen zien met kenmerkende krulvormige
kapitelen. Boven de zuilen kan je een fronton of driehoekige geveltop zien dat
versierd is met reliëfs. De zuilen en het fronton symboliseren kennis, stabiliteit
en traditie. Dit zorgt ervoor dat het gebouw een monumentale uitstraling heeft.
De gevels zijn symmetrisch en opgebouwd uit lichtgekleurde steen, wat het plein
voor het universiteitsgebouw een serene en statige sfeer geeft. We gaan het
gebouw binnen tot op de eerste verdieping. Ook binnen zijn er klassieke zuilen
te zien van Korinthische stijl met rijk versierde kapitelen. Je merkt op dat
het interieur hoge plafonds, een stijlvolle wandbekleding en marmeren vloeren
heeft.
Centraal op het
plein “Eidsvolls plass” kan je een sierlijke fontein zien omringd door groen,
zitbanken en standbeelden. Ik merk op dat de verschillende standbeelden rond de
fontein kijken in de richting van de fontein. De fontein is niet monumentaal
groot, maar elegant en rustgevend. Het water en de symmetrische vormgeving
versterken het gevoel van harmonie tussen de omliggende gebouwen.
We wandelen
verder op dit plein en komen nu het Nationale theater tegen. Het is een
iconisch theatergebouw uit de 19de eeuw. Het theater speelt een
centrale rol in de Noorse cultuur en podiumkunsten. Hier genieten we van de
prachtige architectuur van het gebouw. Het gebouw werd ontworpen door Hendrik
Bull en geopend in 1899. Het is een prachtig voorbeeld van neorenaissancestijl.
De voorgevel van het theater wordt gedomineerd door een klassiek portiek met
vier massieve zuilen met bovenaan krulvormige kapitelen. Het fronton is
versierd met decoratieve beeldhouwwerken en reliëfs die verwijzen naar de kunst
en het drama. De gevel is rijk gedetailleerd met steenornamenten, wat het
theater grandeur en verfijning verleent. Voor het theater kan je nog twee
standbeelden zien van Noorse literaire grootheden.
Vervolgens
verlaten we het plein “Eidsvolls plass” en gaan we gaan kijken naar het
koninklijk paleis. Het ligt op een verhoogd terrein met uitzicht over het
stadscentrum. Het is een indrukwekkend neoklassiek gebouw dat dienstdoet als de
officiële residentie van de Noorse monarch. Het paleis is ontworpen door de in
Denemarken geboren architect Hans Ditlev Franciscus Linstow. Het is gebouwd
tussen 1825 en 1849 in opdracht van koning Karel III Johan. Je kan zien vanop
een afstand dat het gebouw een symmetrische gevel heeft en zes ionische zuilen
ondersteunen een fronton boven de hoofdingang. Het fronton is sober, zonder
uitgebreide beeldhouwwerken, wat past bij de Scandinavische ingetogenheid. De
gevel is uitgevoerd in lichtgele steen, wat het paleis een warme en statige
uitstraling geeft. Voor het paleis kan je nog een imposant standbeeld van
koning Karel III Johan te paard zien. Dit standbeeld werd geplaatst in 1875 als
eerbetoon aan de koning die het paleis liet bouwen.
We wandelen
verder door Olso en merken dat het een stad is die een unieke mix van
historische grandeur en moderne innovatie heeft in haar architectuur. Van
statige herenhuizen tot futuristische hoogbouw. De stad weerspiegelt zowel haar
rijke verleden als haar vooruitstrevende visie. We passeren een
multifunctioneel complex met winkels, kantoren en groene daken.
Ik kan hier ook
het Oslo Koncerthus gebouw of Oslo Concert Hall zien. Het is de thuisbasis van
het Oslo Filharmoniske Orkester, een internationaal gerenommeerd
symfonieorkest. Er zijn hier per jaar ongeveer 300 evenementen, waaronder
klassieke concerten, jazz, filmconcerten, kinderconcerten en populaire muziek.
Het Oslo Konserthus biedt een unieke culturele ervaring in het hart van de
stad.
We naderen de
haven en kan hier het Nobel Peace Center gebouw zien. Het is een indrukwekkend
museum en cultureel centrum dat volledig gewijd is aan de Nobelprijs voor de
Vrede en de idealen die deze vertegenwoordigt. Van hieruit kunnen we het
stadhuis zien. We wandelen verder langs de havenpromenade. Hier kan je
verschillende cafés en restaurants vinden aan het water. Ik kan hier een toren
zien met klok. Dit is de “Tre minutter” kloktoren. Het is een opvallend
kunstwerk en herkenningspunt. Het betekent letterlijk “Drie minuten” en is een
speelse verwijzing naar hoe lang het duurt om van het stadhuis naar de fjord te
wandelen. Het is geen gewone klok, maar een kunstinstallatie die deel uitmaakt
van de visuele identiteit van de havenpromenade. Ik kan ook een opschrift zien
van de jaartallen 1949 - 1982. Dit verwijst naar de periode waarin de klok
actief was bij de Aker Mekaniske Verksted, een voormalige scheepswerf en
industrieel complex aan de Oslofjord. Hier nemen we even een pauze met de groep
op een terras en genieten van een fris lokaal bier.
In de stad kan je
op verschillende plaatsen veel elektrische steps bij elkaar zien staan. Je kan
ze huren en ze zijn hier razend populair en handig voor korte ritten door de
stad.
Nadien wandelen
we verder op de havenpromenade. In de verte aan de andere kant van de haven kan
je de Akershus Festning zien. Het is een indrukwekkend middeleeuwse vesting en
het complex bestaat uit een kasteel en een fort. Het is gebouwd rond 1290 om
Oslo te beschermen tegen aanvallen. Aan het uiterste puntje van de
havenpromenade zien we een charmant stadsstrand dat gelegen is op het
schiereiland Tjuvholmen, direct naast het Astrup Fearnly Museum. Het is een
klein kiezelstrand en ideaal voor gezinnen en kinderen. Vanaf de pier kan je
het Oslofjord in springen en zwemmen. Hier kon ik meerdere luxe wooncomplexen
met moderne architectuur zien met uitzicht op het Oslofjord. In de haven zie je
kleine aanlegplaatsen voor privéboten. Het Astrup Fearnley Museum is een
toonaangevend museum voor hedendaagse kunst. De verschillende sculpturen die
hier verspreid zijn over het gebied zijn onderdeel van het museum.
We wandelen terug
op de havenpromenade en wandelen dan naar de voorkant van het stadhuis. De
gevel is gemaakt van rode baksteen en versierd met beelden en reliëfs die
Noorse geschiedenis en mythologie uitbeelden. Op de voorgevel kan je ook nog
een indrukwekkende astronomische klok zien. Op de klok kan je ook de tekens van
de dierenriem zien.
Vervolgens
wandelen we naar het Oslo Centraal station en gaan binnen in de stationshal
kijken. De stijl is een mix van functioneel modernisme en stedelijke integratie
zoals grote stalen bogen geïnspireerd op klassieke Europese stations en veel
glas en open ruimtes voor lichtinval en zichtlijnen. De stationshal is
ontworpen met logistieke helderheid zoals recht doorlopende assen van noord
naar zuid en gemakkelijke oriëntatie zonder veel richtingsveranderingen. Je kan
hier ook een complex met kantoren en winkels vinden dat deel uitmaakt van het
stationsgebied.
Op het plein voor
het station kan ik twee opvallende beelden zien. Direct aan de hoofdingang van
het station zie ik een beeld van een tijger. Het is 4,5 meter lang en is
gemaakt in 2000 als geschenk voor Oslo’s 100 jarig bestaan. Oslo wordt vaak de
tijgerstad genoemd, een bijnaam die teruggaat tot een gedicht uit 1870. In dat
gedicht staat de tijger symbool voor de gevaarlijke stad. Tegenwoordig wordt
tijgerstad eerder gezien als een levendige bruisende stad dan als iets
negatiefs. Een ander beeld dat ik zie is een beeld van een enorme hamer die een
swastika verplettert. De hamer symboliseert de strijd tegen fascisme en
onderdrukking. Op het plein aan de zijkant van het station zie ik het kunstwerk
“De aarde en de zon”. Je kan een beeld van een man en een vrouw boven op een
granieten zuil zien. Rond de zuil is een fontein die symbool staat voor leven
en energie. De figuren in de zuil stellen de menselijk relatie tot de natuur en
het universum voor. Het kunstwerk is bedoeld als viering van het leven, de
harmonie tussen mens en natuur en de kosmische verbondenheid. Het kunstwerk
past goed bij de dynamiek van het station: een plek van beweging, verbinding en
energie.
Nadien wandelen
we verder en zien nog het Opera huis en het Munch museum. Het Operahuis is een
architectonisch meesterwerk dat letterlijk uit het water lijkt te rijzen. Het
is geopend in 2008. De stijl is modern en minimalistisch met strakke lijnen en
eenvoudige vormen, geïnspireerd door een ijsberg. Je kan ook een hellend
dakvlak zien waar er bezoekers op wandelen. Het Munch museum is een eerbetoon
aan de Noorse kunstenaar Edvard Munch, vooral bekend van zijn iconische werk
“De Schreeuw”. Het gebouw is bekleed met gerecycleerde aluminium panelen die
zonlicht filteren en de temperatuur reguleren. Het gebouw is 60 meter hoog en
heeft een opvallende knik in de gevel.
In het water van
het Oslofjord voor het Munch museum zie je een glazen kunstwerk of een
drijvende sculptuur, die “She Lies” heet. Het bestaat uit roestvrij staal en
glaspanelen. Het is ongeveer 12 meter hoog. Het verbeeldt een ijsberg die
langzaam ronddraait op het water en het is een metafoor voor de
veranderlijkheid van natuur en cultuur. De sculptuur draait mee met de wind en
stroming, waardoor het voortdurend van vorm en reflectie veranderd.
Vervolgens keren
we terug naar het hotel en passeren nog de Domkerk van Oslo. Je merkt dat de
stijl van de kerk barok is, met latere neogotische invloeden. Voor het hotel
zien we ook nog een prachtig kunstwerk “De lichtfontein”. Het bestaat uit een
cirkelvormige structuur met lichtgevende elementen. Het geeft een modern en
abstract gevoel, vooral ’s avonds wanneer de verlichting tot leven komt. Het
symboliseert energie, beweging en stedelijke dynamiek.
Na het avondeten
maak ik nog een avondwandeling en passeer nogmaals langs een wand waarop ik
vele prachtige graffiti muurschilderingen kan bewonderen. Tijdens de wandeling
kom ik ook het Oslo Nye theater tegen. Het is één van de geliefde en
historische theaters in Oslo, met een rijke traditie in toneel, musical en
jeugdvoorstellingen.
De volgende dag
komen we in contact met de buschauffeur Ari die ons zal vervoeren tijdens de
rondreis. We vertrekken met de groep naar Lillehammer en er wacht ons een
prachtige rit wanneer we langs het majestueuze Mjosameer rijden. Het is als het
ware een uitgestrekte, glinsterende watermassa die zich kilometers uitstrekt.
De weg slingert lang het meer met panoramische vergezichten. Vlak voor
Lillehamer steek je het meer over via een lange brug met prachtig uitzicht over
het water en de heuvels.
We rijden eerst
naar het Olympisch schaatsstadion in Hamar, vlak bij Lillehammer, dat bekend
staat als Vikingskipet of Vikingenschip. Het is gebouwd voor de Olympische
winterspelen in 1994 in Lillehammer. Het dak lijkt op de omgekeerde romp van
een Vikingschip. Het is gemaakt van hout en staal, met indrukwekkende
glulam-liggers (of gelijmd gelamineerd hout). Het heeft een capaciteit van ca.
10600 toeschouwers. Het is een hoofdarena voor langebaanschaatsen. Het wordt nu
ook gebruikt voor concerten, beurzen en e-sport evenementen. Ik heb ook eens
door het raam van een deur naar binnen kunnen kijken hoe de arena eruit zag.
Voor de ingang van Vikingskipet kan ik een standbeeld zien van een schaatser.
Deze beeldt een langebaanschaatser uit in actie, in een dynamische houding. Het
beeld werd er geplaatst als eerbetoon aan de Olympische sporters en de Noorse
schaatstraditie.
Nadien rijden we
met de bus naar Lysgardsbakken. Dit is de Olympische schansspringlocatie in
Lillehammer. Je kan hier een grote schans en een normale schans naast elkaar
zien liggen. Deze werden gebouwd in 1993, speciaal voor de Olympische spelen
van 1994. Ze worden nog steeds gebruikt voor internationale wedstrijden
schansspringen en het is in de winter een actieve sportlocatie. In deze arena
kunnen 40000 toeschouwers zitten. Je kan met trappen langs de schans naar boven
gaan om een panoramisch uitzicht te hebben. Of je kan ook een skilift nemen
naar boven. Vanaf hier kan je ook het Mjosameer zien liggen. Ook merk ik hier
de Olympische vlamkoker op waar de Olympische vlam in werd ontstoken tijdens de
winterspelen van 1994. Leuk is dat je als bezoeker op skilatten kan staan en
een foto nemen alsof je net van de schans bent gesprongen.
Na dit bezoek
rijden we met de bus naar het stadcentrum van Lillehammer. Eerst wandel ik naar
de kerk. Het is een prachtige rode bakstenen kerk met een rijke geschiedenis en
een serene begraafplaats eromheen. Deze kerk is gebouwd in 1882 en het is een
langwerpige kerk. De kerk staat op een historische plek waar al sinds de 13de
eeuw een houten staafkerk heeft gestaan. Ik ben binnen in de kerk gaan kijken
en nabij het altaar kan ik een houten reliëf zien van Jesus. Achteraan de kerk
kan ik een majestueus orgel zien staan. De interieurstijl is oorspronkelijk
neogotisch, maar na renovaties in 1959 en 2007 heeft het een meer eigentijdse
uitstraling gekregen, met behoud van de historische elementen.
Daarna wandel ik naar
het kloppend hart van het stadscentrum. De Storgata is een charmante en
levendige hoofdwinkelstraat in het stadscentrum. De straat staat bekend om zijn
goed bewaarde houten architectuur, wat zorgt voor een unieke sfeer. Je kan hier
meer dan 125 winkels vinden van kleding, sportartikelen en sieraden tot lokale
ambacht en souvenirs. Er zijn hier gezellige plekken te vinden om te pauzeren.
Je kan hier koffiehuizen en traditionele Noorse eetgelegenheden vinden.
Ik kan hier ook
een standbeeld zien van Ludvig Wiese. Hij vestigde zich in Lillehammer in de
jaren 1820 en werd in 1837 de eerste burgemeester van Lillehammer. Het beeld
toont Wiese als een waardige en vooruitstrevend figuur, passend bij zijn rol
als stadsontwikkelaar. Het standbeeld is een mooi eerbetoon aan een man die
Lillehammer mee vorm gaf.
Voor de
bibliotheek in Lillehammer kan ik een ander prachtig kunstwerk zien. Dit is het
Birkenbiner standbeeld. In het jaar 1206, tijdens een periode van burgeroorlog
in Noorwegen, moesten twee loyale strijders de jonge kroonprins Hakon Hakonsson
in veiligheid brengen. Hij was nog maar twee jaar oud en werd bedreigd door
rivaliserende troepen. De twee mannen, bekend als Birkebeiners (vernoemd naar
hun eenvoudig schoeisel van berkenschors), skieden 200 kilometer door ruig
berglandschap en barre winteromstandigheden. Ze droegen de prins in een rugzak
op hun rug, over de bergen van Osterdalen naar veiligheid in Trondheim. Deze
tocht redde het leven van de prins, die later koning werd en vrede bracht in
Noorwegen. Het standbeeld is een krachtig symbool van moed, loyaliteit en
doorzettingsvermogen. Het is een eerbetoon aan deze historische tocht en de rol
die Lillehammer speelde in het verhaal. Hoewel het historische verhaal twee
mannen betreft, heeft de kunstenaar van het standbeeld ervoor gekozen om
slechts één skiër af te beelden die de jonge prins Hakon Hakonsson onder zijn
arm draagt. Sinds 1932 wordt jaarlijks het Birkebeinerrennet gehouden, dat een
langlaufwedstrijd van 54 km is van Rena naar Lillehammer. Elke deelnemer moet
een rugzak van 3,5 kg dragen. Symbolisch voor het gewicht van het kind dat ze
destijds droegen.
Een opvallend
gebouw dat ik zag was het kunst museum in Lillehammer. De gevel van het gebouw
is een spectaculair metalen reliëf. De façade verandert van uiterlijk
afhankelijk van het licht. Het museum bevat een rijke collectie Noorse kunst
van de 19de eeuw tot nu.
Na ons bezoek aan
het stadscentrum van Lillehammer rijden we met de bus naar Maihaugen. Het is
een gigantisch openluchtmuseum in Lillehammer waar je de Noorse geschiedenis in
duikt. Het is zelfs het grootste openluchtmuseum van Europa. Het is gelegen in
een prachtig landschap aan de rand van Lillehammer. Je wandelt hier rond tussen
historische gebouwen uit heel Noorwegen die hier verzameld werden. Je kan hier
meer dan 200 historische gebouwen vinden van de 13de eeuw tot nu. Je
vindt hier boerderijen, stadswoningen, ambachtshuizen, een staafkerk en zelfs
het geboortehuis van koningin Sonja. De gebouwen zijn zorgvuldig verplaatst of
nagebouwd om een authentiek beeld te geven van het leven in Noorwegen door de
eeuwen heen. Je beleefd een tijdreis door de Noorse geschiedenis.
Het pronkstuk is
uiteraard de staafkerk van Garmo die in de twaalfde eeuw gebouwd werd, rond het
jaar 1150 in het dorp Garmo in het Gudbrandsdal. In het begin van de 20ste
eeuw werd de kerk zorgvuldig
gedemonteerd en overgebracht naar Maihaugen. De architectuur is een klassieke
staafkerkconstructie met houten stijlen (“staven”) als dragende elementen.
Rijke houtsnijwerken en een karakteristiek drakengevelmotief zijn typerend voor
deze Noorse middeleeuwse kerken. De donkere, teerachtige buitenkant contrasteert
prachtig met het groen landschap van Maihaugen. De buitenkant is vaak bedekt
met teer, wat het hout beschermt tegen het ruige Noorse klimaat. Dit geeft de
kerken hun karakteristieke donkere, bijna mystieke uitstraling. Veel
staafkerken hebben meerdere dakniveaus, vaak met steile hellingen en uitstekende
dakranden. Dit geeft ze een bijna kathedraalachtige vorm, ondanks hun
bescheiden grootte. De kerken zijn relatief klein, maar hebben een hoog,
torenvormig silhouet.
De kerk
weerspiegelt de christelijke overgangsperiode in Noorwegen, waarin oude
heidense symboliek vermengd werd met christelijke motieven. We gaan ook naar
binnen in de kerk en krijgen uitleg van een gids over de geschiedenis van de
kerk. Je vindt binnenin een eenvoudig altaar, houten banken en een sfeer die de
spiritualiteit van de middeleeuwen oproept. Binnenin is het vaak donker en
intiem, met een eenvoudige inrichting.
Er lopen hier
acteurs in historische kleding rond die het leven van vroeger naspelen. Zo
kwamen we aan een schoolgebouw. De actrice verkleed als lerares had een grote
bel in haar hand en stond voor de ingang van het kleine houten schoolgebouw. De
bel luiden was vroeger een ritueel waarmee de schooldag begon. Eerst gingen de
jongens naar binnen in het leslokaal en nemen plaats op de linkerzijde van het
lokaal op hun houten banken. Vervolgens kwamen de meisjes de klas binnen en ze
gaan rechts zitten, netjes in het gelid. De jongens links en de meisjes rechts
was typerend voor veel scholen in de 19de en vroege 20ste
eeuw. De meisjes hun haar was in vlechten en ze waren gekleed in lange rokken
en schorten. Ook de actrice die de lerares speelde had vlechten in het haar en
een lange rok met een schort erover. De jongens droegen vroeger meestal wollen
truien en hadden leren schooltasjes. In landelijke gebieden waren er vaak
éénkamer schoolgebouwen waar de kinderen gescheiden zaten op basis van
geslacht. Veel oude schoolgebouwen waren klein en eenvoudig, vaak met één
leslokaal, een hal, een kamer voor de leraar en soms een galerij aan de
achterkant. Zo mochten we zelf terug eens plaatsnemen op de schoolbanken waar
de mannen eerst naar binnen gingen na het luiden van de bel en vervolgens de
vrouwen. De lerares of de actrice die de lerares speelde vertelde meer over de
geschiedenis van het onderwijs in Noorwegen. In de 19de eeuw in
Noorwegen speelden priesters en andere religieuze figuren een belangrijke rol
in het onderwijs, vooral in landelijke gebieden waar formele scholen schaars
waren. In veel dorpen waren priesters vaak de enige goed opgeleide personen. Kinderen
moesten religieus onderricht volgen om bevestigd te worden in de kerk. De
Noorse overheid voerde geleidelijk hervormingen door. In 1860 werd het lager
onderwijs versterkt en in 1889 werd de leerplicht ingevoerd en de kinderen
moesten minimaal zeven jaar naar school. Er waren in agrarische gebieden veel
ouders die hun kinderen liever op het land laten werken dan naar school te
sturen. Dit leidde tot spanningen tussen religieuze en maatschappelijke
verwachtingen enerzijds en economische noodzaak anderzijds.
Ik merk hier veel
houten huizen op met groene grasdaken. Grasdaken of groene daken werden in
Noorwegen al sinds de Vikingtijd gebruikt en ze hebben meerdere functies. De
dikke laag graszoden bovenop een waterdichte laag berkenbast zorgt voor
uitstekende isolatie. Het is dan warm in de winter en koel in de zomer.
Grasdaken zijn ook zwaar en stevig, waardoor ze goed bestand zijn tegen stormen
en neerslag. Het Noorse klimaat is ruw met veel regen, sneeuw en wind. De
materialen hout, berkenbast en graszoden waren lokaal beschikbaar en goedkoop.
Het was een slimme manier om met natuurlijke middelen een duurzaam dak te
bouwen. Onder het gras ligt een laag berkenbast die waterafstotend werken. De
graszoden worden stevig aangestampt en vastgehouden met houten balken en stenen
aan de zijkant.
We wandelen hier
door het platteland van de 18de eeuw. Ik ben een gaan kijken binnen
in een interieur van een huis van vroeger. Je merkt op dat het belangrijkste
kenmerk van traditionele interieurs hout, hout en nog eens hout is. Vrijwel
alles was van hout: vloeren, muren, plafonds en meubels. Door het beperkte
daglicht in de winter waren interieurs vaak donker, maar gezellig. Ik kan een kast
meubelstuk zien die prachtige decoraties in het hout had. Rood, oker,
donkergroen en blauw waren populaire kleuren voor de meubels. Textiel zoals
geweven wandtapijten en wollen dekens brachten kleur en warmte in het
interieur. De ramen waren klein om warmteverlies te beperken. Licht kwam van
kaarsen, olielampen en de haard. In het huis zag ik ook een open haard. Dit was
hier eigenlijk het centrale punt van het huis. Hier werd gekookt, gegeten,
gewerkt en gerust. Nabij de haard ging een rek voor keukengerei. Ik zag in de
woning ook een spinnewiel staan. Het was een essentieel onderdeel van het
dagelijkse leven, vooral op boerderijen en landelijke huishoudens. Spinnen was
een typische taak voor vrouwen en gebeurde vaak in de wintermaanden.
Ik heb ook enkele
interieurs gaan bekijken van huizen uit de 19de eeuw. Ik merk enkele
verschillen op. De centrale open haard was vervangen door een kachel. Ik zie
ook meer gescheiden kamers in de huizen: een keuken, woonkamer en slaapkamer,
terwijl dit in vorige eeuw nog één multifunctionele ruimte is. Ik kan zien dat
men het hout al schildert in een kleur, terwijl dit vroeger onbewerkt ruw hout
was. In het interieur gebruikt men meer lichtere kleuren, terwijl dit vroeger
meer donkere tinten waren. Je kan hier de overgang en veranderingen in huizen
ontdekken tussen de 18de en de 19de eeuw. Van sobere
boerderijen met donkere interieurs uit de 18de eeuw naar lichtere,
meer gestructureerde huizen met invloeden van burgerlijke stijl. Het is alsof
je door de tijd wandelt.
Daarna lopen we
nog in een woonwijk uit de 20ste eeuw. We zien hier ook nog het barndomshuis van
koningin Sonja van Noorwegen. Het werd oorspronkelijk gebouwd in 1935. In 2016
werd het huis zorgvuldig gedemonteerd en overgebracht naar dit openluchtmuseum.
Sonja Haraldsen woonde hier tot haar huwelijk met kroonprins Harald in 1968.
Tijdens hun negen jaar lange verkering, die geheim moest blijven omdat zij een
burgermeisje was, was dit huis één van de weinige plekken waar ze elkaar privé
konden ontmoeten. We hebben binnen in het huis het interieur gaan bekijken. In
het huis staan nog de originele meubels en zie je het decor uit de jaren 1930 -
1960. Je ziet de woonkamer zoals die eruit zag toen ze het huis verliet. Je
ziet ook persoonlijke objecten en kunst die haar jeugd weerspiegelen. Het huis
is niet alleen een architectonisch juweel, maar ook een tastbare herinnering
aan een vrouw die van burgermeisje uit Oslo uitgroeide tot koningin van
Noorwegen en daarmee een belangrijk hoofdstuk schreef in de moderne Noorse
geschiedenis.
We wandelen nog
door de straat van een Noorse stad uit het einde van de 19de eeuw.
In de straat zie ik een apotheek gebouw. Ik ben binnen een kijkje gaan nemen in
de apotheek. Binnen is het apotheekinterieur uit de jaren 1890 met
verschillende mahoniehouten kasten waarop oude medicijnflessen en potjes staan
uitgestald. Apotheken maakten in die tijd medicijnen zelf met natuurlijke
ingrediënten. Verder zie je nog andere apothekersinstrumenten zoals oa een
weegschaal, een kom met stamper om de ingrediënten fijn te malen. De apotheker
bediende zijn klanten vanachter een toonbank met een klassieke uitstraling.
Deze apotheek laat zien hoe gezondheidszorg en medicijnverstrekking er vroeger
uitzagen en hoe belangrijk de rol van de apotheker was in de gemeenschap. In de
straat zie ik ook andere gebouwen uit die tijd, zoals een postkantoor, een
souvenirwinkel en een goudsmederij.
Daarna kunnen we
nog eens rondkijken in de souvenirshop. Ik merk op dat er veel trollen in de
souvenirwinkel staan. Trollen zijn een diepgeworteld onderdeel van de Noorse
cultuur en mythologie. Het woord trol komt van het Oudnoorse en betekent
eigenlijk “bovennatuurlijke kracht”. Trollen worden gezien als afstammelingen
van oerkrachten van de natuur. Ze wonen in afgelegen gebieden zoals bergen,
bossen en grotten. Er zijn grote, monsterlijke trollen, maar ook kleinere
kabouterachtige wezens. Sommige zijn kwaadaardig en gevaarlijk. Terwijl anderen
worden gezien als beschermers van de natuur. Trollen komen voor in talloze
Noorse sprookjes en sagen. Ze zijn vaak dom, sterk en bang voor zonlicht, want
dan veranderen ze in steen. Ze kunnen het geluid van kerkklokken niet verdragen
en blijven dus ver van dorpen. Trollen zijn een symbool van Noorse natuur en
mystiek. Bergen en rotsformaties worden vaak naar trollen genoemd, zoals bv
Trolltunga of Trollstigen. De trollen zijn niet zomaar folklorefiguren. Ze zijn
een levend symbool van de Noorse identiteit, verweven met natuur, mystiek en
verhalen. Ze zijn een speelse manier om de mystiek van het Noorse landschap te
vieren. Ze maken het landschap bijna magisch en dat voel je als je door
Noorwegen reist.
Na dit bezoek aan
het openluchtmuseum rijden we met de bus naar het hotel in Lillehammer. Ik maak
kort een wandeling nabij de omgeving van het hotel. Ik kan rond het hotel
verschillende kleinere kunstwerken of decoratieve elementen zien. Ik zag ook dat
er nabij het hotel een vijver is om te zwemmen. Na het avondeten in het
stadscentrum van Lillehammer doe ik nog met een kleine groep een wandeling
langs de Mesna rivier. Dit is echt een verborgen parel voor natuurliefhebbers. Ik
wandel hier in bosrijk gebied langs de rivier en op sommige plaatsen kan je
prachtige watervallen en stroomversnellingen bewonderen.



